U bent hier

Op weg met of weg van de vereniging

U kent vast de verhalen of heeft het misschien zelf meegemaakt: na grondige voorbereidingen, uitnodigingen versturen en hier en daar ook persoonlijk uitnodigen van leden is de opkomst op de ALV teleurstellend. Slechts een handjevol leden komt opdagen. Aan de agendapunten lag het dit keer zeker niet: de strategische koers van de vereniging en de invulling van de identiteit stonden op de agenda. Buitengewoon belangrijke zaken voor het reilen en zeilen van de school. De mager bezochte ALVs zijn een terugkerend verhaal, met als resultaat dat er wordt getwijfeld aan de legitimiteit van het verenigingsmodel.

Het bestuur ziet een duidelijke spanning: het ideaal van de schoolvereniging en de weerbarstige realiteit van de daadwerkelijke ledenbetrokkenheid.

Allereerst het ideaal. Hoe mooi is het als de mensen die belang hebben bij de vereniging die vereniging ook dragen? Een plaats waar de koers kan worden bevestigd en de identiteit wordt bewaakt; een klankbord voor het bestuur?

Maar tegelijkertijd is het bijzonder lastig om dit ideaal gestalte te zien krijgen als slechts weinig leden zich betrokken tonen. Het verenigingsmodel lijkt zo bestuurlijk ineffectief te worden en meer een last te veroorzaken dan de beoogde lusten te genereren. Oftewel: een mooi ideaal, maar in de praktijk lijkt het niet meer te werken.

Bij deze spanning tussen ideaal en praktijk werd uitgebreid stilgestaan tijdens onze netwerkbijeenkomst van bestuurders en toezichthouders op 7 november 2019. Aanleiding van deze bijeenkomst was het essay Onderzoek alles, behoud het goede: herwaardering van het verenigingsmodel van het NSOB, onder leiding van prof. Mark van Twist. Met de deelnemers werd er flink gediscussieerd – met de auteurs van het essay, maar zeker ook onderling tijdens de tafelgesprekken – over de legitimiteit van het verenigingsmodel.

Schoolvereniging: nog wel van deze tijd?

De schoolvereniging lijkt steeds meer haar plek te verliezen. Vaak wordt er met weemoed teruggekeken naar de tijd dat een schoolvereniging bestond uit een groot aantal actieve leden, die zich bekommerden om het reilen en zeilen binnen de vereniging. De tijd dat men vanuit de vereniging scholen stichtte en drijvende kracht was achter het voortbestaan van deze scholen lijkt alweer vervlogen. Toen was de school nog écht van de leden.

Alhoewel, enige correctie van deze romantische terugblik is ook wel op zijn plaats: ook toen bleek het verenigingsmodel een ingewikkelde bestuursvorm en was het een hele uitdaging om ouders te vinden die betrokken lid wilden worden van de vereniging. Een beeld dat ook vandaag de dag wordt bevestigd door een vaak dalend ledenbestand van de vereniging en een lage opkomst tijdens de ALV.

Maar de druk op het verenigingsmodel komt niet alleen vanuit de betrokkenheid van leden. We kunnen nog twee ‘aanstichters’ aanwijzen. Allereerst zien we in de samenleving een duidelijke individualisering plaatsvinden, waarbij het gemeenschappelijke belang meer en meer wordt vervangen door het individuele. Daarnaast heeft er ook binnen schoolorganisaties een professionaliseringsslag plaatsgevonden op bestuurlijk niveau. Door deze ontwikkelingen komt de meerwaarde van het verenigingsmodel steeds verder onder druk te staan. Is het niet slechts een last voor het effectief besturen van de school? Als de opkomst zo laag is, is de verengingsvorm dan eigenlijk nog wel legitiem? Oftewel, is de schoolvereniging niet uit de tijd en sluit de stichting juist niet beter aan?

Terug naar dat ideaal of toch kijken naar de praktijk?

De auteurs van het essay hebben een duidelijk antwoord. De vereniging doet er zeker nog toe en heeft een duidelijke meerwaarde voor schoolorganisaties. Het zou buitengewoon zonde zijn als het verenigingsmodel zou verdwijnen naar de marges van het schoolstelsel. Alleen: de waarde van de vereniging is wellicht een andere dan we nu denken. Verenigingen hebben een belangrijke institutionele functie: ze fungeren als noodrem, als belangrijk orgaan van tegenspraak over zaken die de kern van de vereniging raken. Juist daar toont de vereniging zijn eminente belang.

Dat vraagt om een fundamenteel andere benadering van de vereniging, waar ook over is gesproken tijdens de al genoemde netwerkbijeenkomst. Resultaten van die besprekingen en de visie van Verus op dit ingewikkelde dilemma treft u in een volgende blog over dit thema aan.

Herkent u deze spanning ook in uw schoolorganisatie en zou u hier graag over door willen praten? Neem dan contact op met Sander Klaasse en Marijn van den Berg.

Lees ook

Of je nu stichting of vereniging bent, zo verenig je mensen rondom jouw onderwijs

 

Nieuwe reactie inzenden

Sander Klaasse

adviseur governance, cultuur en organisatie
0348 74 44 44