U bent hier

Meer vertrouwen. Hoe dan?

Woensdag 17 maart. Deze dag staat vandaag in het teken van de verkiezingen. Precies negen jaar na 17 maart 2012. Ja, en? zul je misschien zeggen. Nou, op 17 maart 2012 vond de Nationale Onderwijsdag plaats, een dag waarop vertegenwoordigers uit de politiek en het onderwijsveld elkaar ontmoetten. De dag was het initiatief van toenmalig ChristenUnie Tweede Kamerlid Arie Slob.

Aanleiding voor de Nationale Onderwijsdag was de verslechterde sfeer tussen de politiek en het veld. In de aanloop vielen over en weer harde woorden, onder meer door de bezuinigingen op passend onderwijs en de introductie van de 1040-urennorm. Een bestuurder van de AOB had minister Van Bijsterveldt zelfs “de beroerdste minister van Onderwijs die Nederland ooit had” genoemd. De Nationale Onderwijsdag, die bezocht werd door de minister, vakbonden, sectorraden, vertegenwoordigers van bijna alle politieke partijen en door de toenmalige Besturenraad, was bedoeld om het onderlinge gesprek weer op gang te krijgen en het onderling vertrouwen te herstellen.

Vertrouwen

Met name door dit laatste moest ik terugdenken aan deze verzoendag. Want vertrouwen is nog steeds een belangrijk issue in de verhoudingen tussen onderwijs en politiek. Dat blijkt ook weer uit de ledenpeiling die Verus vorige maand hield. Gevraagd naar een korte boodschap voor de onderwijsparagraaf in het komende regeerakkoord vraagt een kwart van de respondenten om (meer) vertrouwen. Kennelijk wordt er door veel onderwijsbestuurders nog steeds geen vertrouwen ervaren. Ik merkte dat de afgelopen twee weken ook weer toen ik een aantal gesprekken met leden over het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) bijwoonde. Het NPO roept veel vragen op die raken aan de vertrouwenskwestie. Vragen rond gedetailleerde verantwoording, een beperkt ‘keuzemenu’ van ‘evidence-based’ interventies en de beslissingsbevoegdheid over de inzet van de middelen.

Wantrouwen

Waar komt het toch vandaan: dit gebrek aan vertrouwen vanuit de overheid richting schoolbesturen? Zonder dat ik pretendeer een sluitend antwoord te hebben op deze vraag, denk ik dat het sterk samenhangt met het brede maatschappelijke klimaat. Een klimaat dat wordt gekenmerkt door een combinatie van algemeen wantrouwen (dat zich vertaalt in regelzucht), risico-aversie (maakbaarheidsdenken, fouten worden niet geaccepteerd) en economisering (meten is weten, wat je niet kunt meten telt niet echt mee). Dit zijn allemaal sterke krachten die ook het onderwijsbeleid beïnvloeden.

Daarnaast is er in het onderwijs, maar niet alleen daar, sprake van incidentenpolitiek. Als er ergens iets misgaat, wordt dit, aangewakkerd door ongenuanceerde berichtgeving in de media, gezien als representatief voor de hele sector. Politici willen zich vervolgens daadkrachtig tonen en komen met nieuwe regels. Maar alleen naar externe oorzaken wijzen is niet zo sterk. Moet het onderwijs ook niet de hand in eigen boezem steken? Hoe komt het bijvoorbeeld dat scholen met een vergelijkbare leerlingenpopulatie soms zo verschillen in kwaliteit, zoals vorig jaar McKinsey constateerde en de inspectie al enkele jaren rapporteert?

Oplossingen?

Hoe kan het onderwijs het zo gewenste vertrouwen van ‘de politiek’ bemachtigen? Ik vrees dat daarvoor geen ‘quick fix’ voorhanden is. Zou een nieuwe Nationale Onderwijsdag helpen? Bij de start van een nieuw kabinet en nieuwe onderwijswoordvoerders in het parlement is dat misschien best een goed idee. Met elkaar spreken is altijd beter dan over elkaar. Eén ontmoeting zal echter geen fundamentele veranderingen brengen. In het nieuwe kabinet alleen een staatssecretaris van onderwijs benoemen, zoals ik iemand hoorde zeggen? Deze zou zich alleen met het hoognodige bezig moeten houden en verder het veld met rust moeten laten. Een aanlokkelijke maar weinig realistische gedachte. Wat denk ik ook niet de oplossing gaat brengen, is het meer verantwoorden door schoolbesturen. Die tendens is wel een beetje zichtbaar. De overheid eist steeds meer verantwoording en de sector is druk doende met allerlei vensters, benchmarks en indicatoren. Maar nog los van de administratieve rompslomp die al dat verantwoorden met zich meebrengt, vrees ik dat het nooit genoeg zal zijn en dat elk cijfer dat, of elke tekst die in dit stramien ter verantwoording wordt overlegd het risico met zich meebrengt op weer nieuwe verantwoordingsvragen.

Het eigen verhaal

Toch denk ik dat een bijdrage (er is meer nodig) aan het verkrijgen van vertrouwen ligt in de sfeer van verantwoorden. Maar dan niet meer van hetzelfde, maar anders. Niet nog meer indicatoren, maar een zelfbewust verhaal over hoe je als bestuur met je scholen vanuit je bronnen, tradities en idealen en daar waar zinvol in samenwerking met anderen, het goede zoekt voor iedere leerling en daarmee samen bouwt aan de samenleving van morgen. Dat is per definitie maatwerk, waarin plaats is voor de unieke talenten van elke leerling, voor de context waarin hij of zij opgroeit en voor de maatschappelijke opgaven die er liggen. Scholen, pak de ruimte die er is om zo’n verhaal te vertellen en overheid, geef scholen de ruimte en het vertrouwen om hun verhalen waar te maken. De Verusscholen zullen het vertrouwen niet beschamen.

Nieuwe reactie inzenden

Robbert Jan de Vries

adviseur public affairs
0348 74 44 24

Lees ook