U bent hier

Westerbork, doodse vlakte

Zoveel generaties later kost het moeite om ons een voorstelling te maken van het helse bestaan van zoveel Nederlanders die, zo’n tachtig jaar geleden, als Joden werden gebrandmerkt, Mijn vader vertelde mij over de auto’s die door vluchtelingen inderhaast in de haven van IJmuiden waren achtergelaten. Na de inval van de Duitsers, in mei 1940, was het hun gelukt zich in te schepen voor een oversteek naar Engeland. Maar lang niet iedereen lukte dat. Zij keerden terug en moeten radeloos zijn geweest. Mensen pleegden zelfmoord of deden een poging daartoe. Maar daarna leek het leven toch weer zijn gewone gang te nemen. De spanning leek uit de lucht. 
Die indruk zou ik haast krijgen als ik lees over de eerste twee oorlogsjaren in het dagboek van Hanny Michaelis, een Joodse leerling van het hoofdstedelijke Vossius Gymnasium. Het waren de jaren voor het eindexamen, dat haar overigens minder in beslag nam dan de vriendschappen, met hun uitputtende dynamiek, de leraar Nederlands, die haar gedichten tot zich nam en het dagboek, dat haar misschien nog wel de meeste tijd kostte. 
Maar haar volwassen lotgenoten voelden dat het net zich om hen sloot. In een boek over Nederlandse componisten lees ik over Leo Smit, die in maart 1943 nog contact had met een collega-componist, die composities van hem in ontvangst nam. Kort daarna werd hij met zijn vrouw Lientje op transport gesteld naar Westerbork. Snel volgde hun deportatie naar Sobibor. Op 30 april zijn beiden er vergast. 

Westerbork, in Drenthe, was het voorportaal van de vernietigingskampen. “Ook vandaag stormt het, als welhaast het hele jaar, ook vandaag vliegt dat meedogenloze zand uit de hei door alle reten van de barak.” Dit komt uit het knappe verhaal van Jacques Presser, De nacht der Girondijnen getiteld, dat in 1957 verscheen. 
Presser bedacht een ik-personage dat gruwelijk ingewikkeld in elkaar zit. Het is een betrokken, liefdevolle leraar geschiedenis, Jood zijns ondanks, die – gebukt onder die vervolging – zijn leven beziet met een mengeling van sarcasme en gelatenheid. Totdat hem de kans geboden wordt het risico van zijn eigen deportatie aanzienlijk te verkleinen. Hij wordt opgenomen in de OD, de groep van zo’n honderd Joden die orde in het kamp bewaakte. Maar hij houdt dit niet vol en belandt in de strafbarak. In de enkele nacht voordat hij zelf oostwaarts zou worden afgevoerd, schrijft hij zijn herinneringen op. 
De wekelijkse selectie van mensen die gedeporteerd zouden worden en in de beestenwagen geduwd, beschrijft hij in een aantal bedrijven. “Het vijfde bedrijf speelt tegen de ochtend. De veroordeelden hebben gepakt, geholpen en van alles gul voorzien door hun gelukkiger barakgenoten. Men zal elkaar schrijven, aan elkaar denken, men zal reeds vertrokkenen groeten: ‘Als je Rika daarginder tegenkomt’ …; het is altijd daarginder, nooit Auschwitz, nimmer wordt dat woord uitgesproken: daarginder.” 
Jacques Presser was een leraar van Hanny Michaelis, maar werd als Jood al snel ontslagen. Beiden overleefden de oorlog en maakten naam, zij als dichteres, hij als historicus. 

Het is Guido de Bruin geweest, die van Pressers verhaal een eenakter maakte. Hij is een onderwijsadviseur en verhalenverteller die in dienst is van Verus. Op 4 en 5 mei gaf hij een voorstelling, die geprogrammeerd stond in het kader van ‘Theater na de Dam’ en de Stichting 4 en 5 mei Amsterdam. De voorstelling was geregisseerd door Ferdinand Borger.
Guido heeft deze novelle van Presser aan de vergetelheid ontrukt, een prestatie op zich. Met zijn indringende spel stelt hij de jonge generaties in staat zich in te leven in mensen die vanwege hun afkomst hun leven niet zeker zijn. 

Bekijk hier de trailer van de voorstelling Zelfs hier vind je nog een paar rechtvaardigen

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18