U bent hier

Waarom zijn er kinderen?

“Kinderen worden gezonden om ons een boodschap te geven. We moeten naar hen luisteren”, zegt Rosalina Wirken, lerares en moeder van twee jonge kinderen. In twee zinnen maakt zij duidelijk wat het startpunt in de opvoeding en het onderwijs zou moeten zijn. Indirect zegt zij daarmee dat de relatie die zo met kinderen kan ontstaan, de bedoeling van hun aanwezigheid is.

Waarom kinderen?  

Tegenwoordig, met de geboortecontrole, is de vraag ‘Waarom kinderen hebben?’ min of meer voor de hand liggend. De Amerikaanse hoogleraar filosofie Christine Overall bracht mogelijke antwoorden in kaart, woog ze en kwam tot een eigen standpunt. In 2012 verscheen haar boek Why Have Children? 

Zij onderscheidt drie soorten argumenten voor kinderen hebben, maar in haar ogen zijn ze alle drie inadequaat of incompleet. De drie, het voortplantingsrecht, een plichtenleer (uitvloeisel van een godsdienst bijvoorbeeld) en een nuttigheidsmotief (als oudedagvoorziening bijvoorbeeld), voldoen niet volgens haar, omdat kinderen zelf daarmee een afgeleid bestaan hebben en in functie staan van volwassenen met hun opvattingen en behoeften.

Neen, het ouderschap is volgens deze filosofe vooral een relatie. De interacties tussen ouder en kind, een leven lang, zijn de sleutel tot het begrip voor wat er goed aan is kinderen te hebben. Tijdens dit interactieverkeer ontdekt de ouder vroeg of laat zijn of haar eigen kwetsbaarheid. Ouder en kind zijn onderling verbonden vanwege hun gedeelde geschiedenis, de afhankelijkheid van liefde en wederzijds welzijn (true being), waar beiden belang in stellen. Het is dit type liefde dat het sterkste argument is om kinderen te hebben, aldus Christine Overall. Ouders zijn op zoek naar een verbintenis met een nieuw schepsel, een verbintenis waar de boreling behoefte aan heeft. Maar paradoxaal genoeg is het een verbintenis die ouders zelf ook behoeftig en kwetsbaar maakt, op een wijze zoals zij nog niet eerder hebben meegemaakt.

Prestatiedruk op kinderen

De ethiek die Christine Overall verwoordt, klinkt door in het verhaal dat Rosalina Wirken vertelt over haar leraarschap en moederschap. Dertien jaar werkte zij in het voortgezet speciaal onderwijs, op een cluster 4-school, waar de leerlingen kampen met ernstige gedragsstoornissen. Het is haar opgevallen dat pubers nogal vaak keuzes maken die, zo denken zij, de instemming van anderen hebben. Zij volgen weinig een eigen pad en voelen zich al snel gedwongen met een toekomstig beroep bezig te zijn. Zij zegt: “In het onderwijs en in de cultuur zou de ervaring om als jong mens vrij te zijn het leven te kunnen ontdekken, het uitgangspunt moeten zijn. Zonder de druk om al op twaalf- of veertienjarige leeftijd te moeten kiezen, kunnen kinderen tot hun recht komen.” Er wordt te veel gestuurd, vindt zij. “Eenmaal een kant opgestuurd, mogen jongeren het verder zelf uitzoeken. Maar hoe stevig is hun bagage, die zij hebben meegekregen?”

Het valt haar ook op dat de ouders en de school eerder tegenover elkaar komen te staan. Zij wijt dit aan de prestatiedruk die op kinderen rust. “Ouders zijn bang dat hun kind niet voldoet. Zij vinden dat zij dan een probleem hebben en dat klopt ook, want instanties gaan zich dan met het gezin bemoeien. Hun angst daarvoor projecteren ouders op de school. Al snel is het een zwartepietenspel.”

Zo werkt het systeem  

Rosalina Wirken is opgeleid aan de Thomas More Hogeschool-pabo in Rotterdam. Later deed zij de hbo-master Special and Inclusive Education en in het verlengde daarvan werd zij in de gelegenheid gesteld een universitaire master in Londen te halen.

Vrijwel direct na de pabo-opleiding werd zij aangesteld op een cluster 4-school, in de onderbouw. Na dertien jaar heeft ze er een punt achter gezet. Om meerdere redenen. De doorslaggevende reden zijn haar lichamelijke klachten vanwege een auto-ongeluk. Maar op de achtergrond speelt ook de aard van het werk mee. Zij vertelt: “Voordat deze leerlingen kleine stapjes zetten, moet ik bergen verzetten. Het is een pittige taak. En verder is er de werking van het systeem. Mijn administratie groeide, de inrichting van lessen werd meer voorgeschreven, de planning van het doelhalen is overheersend geworden. Er is minder ruimte om in te spelen op de behoeften van de leerlingen.” Op een goed moment realiseerde zij zich, dat het systeem nu eenmaal zo werkt.

Deze ervaring heeft zij ook als ouder van een zevenjarig kind met het syndroom van Crouzon, die een cluster 3-school bezoekt, een instelling voor langdurig zieke leerlingen. Haar kind moet om gezondheidsredenen geregeld thuisblijven. Een onlineverbinding met zijn klas zou dan handig zijn, maar zo’n voorziening is alleen toegestaan in het regulier onderwijs (in het kader van passend onderwijs). “Ik krijg niet de gelegenheid om hierover met een consulent te spreken. Zo voel ik me gedwongen een strijd te voeren. Maar ook nu begrijp ik dat ik niet boos op de school kan zijn. Ik wil niet een schreeuwende ouder zijn. Dit is het systeem in Nederland.”  

Voor het leven kiezen

Christine Overall heeft een passage uit Deuteronomium (30:19) als motto voor haar boek gekozen. “Ik [Mozes] roep vandaag hemel en aarde als getuigen op: u staat voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen.”  Rosalina Wirken, rooms-katholiek, zegt: “God wil dat wij leven. Hoe zwaar iets ook is, het is je gegeven. Je kiest voor God, je kiest ervoor het kruis te dragen.” Wat kan dit betekenen? Zij vertelt over haar zoon met Crouzon. “Hij heeft een positief karakertje, zijn humor, ondanks de trauma’s, er zit zoveel kracht in hem.”

Dit strookt met haar ervaringen als leraar. “Tijdens de tienjarige reünie van de school ontmoette ik oud-leerlingen en zag hoe goed zij waren terechtgekomen. Hun open en fijne contact met mij, terwijl ik dacht dat ik niet genoeg voor hen gedaan had. Zij hebben het moeilijk thuis en toch staan zij met beide benen op de grond. Ze manifesteren zich op Facebook en voelen zich geen underdog meer. Als school hebben wij iets gebracht.”

Rosalina Wirken gaat binnenkort godsdienstles geven op een openbare basisschool. Ze ziet ernaar uit en verwacht heel vrij met de leerlingen over Jezus te kunnen praten. En verder treft zij voorbereidingen om zich te vestigen als een ontspanningscoach voor kinderen; om te voorkomen dat zij vastlopen en om de jeugdzorg een stapje voor te zijn.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18