U bent hier

Waar is onderwijs eigenlijk voor nodig? - deel 5

Deel 5   Gesprekken over een terugkeer naar de ware bedoeling van universiteiten en scholen

In de vorige aflevering van dit vervolgverhaal over de economisering van het onderwijs zagen we, dat als gevolg daarvan mensen, instituten en ideeën gereduceerd dreigen te worden tot louter een economische waarde. In de tweede aflevering was het Stefan Collini, die de ‘vermarkting’ van het Engelse hoger onderwijs aanklaagt. Hij vindt het hoogstnoodzakelijk dat wij een beter begrip van de ware bedoeling van universiteiten krijgen. Daar zijn bepaalde woorden en argumenten voor nodig, meent hij. In Nederland zorgt Erik Borgman hiervoor. Voor hem is de universiteit “een tempel voor de waarheid”. Dit is ook de titel van een recent essay van hem. Wat bedoelt Borgman hiermee en wat zou dat voor gewone scholen kunnen betekenen? Een nieuwe aflevering ten behoeve van het broodnodige gesprek over onderwijs.

Erik Borgman is theoloog, hoogleraar en verbonden aan de Tilburg University. In zijn essay pleit hij voor een terugkeren naar de bestaansrede van de universiteit, namelijk met nadruk studenten tot volwassenheid uitnodigen. “Universitaire opleidingen moeten resulteren in volwassen mensen, die zichzelf begrijpen als persoonlijke tempels voor de waarheid, in dienst van de wereld als plaats van waarheid”, stelt hij. [Bronvermelding onderaan deel 7]

Nu zijn universiteiten in een managementmodus terechtgekomen, alles draait om hun functionaliteit, vindt Borgman en, gaat hij verder, wordt wetenschappelijk onderzoek “gereguleerd door disciplines die hun orde in de wereld projecteren.” Maar wetenschappelijke procedures en disciplinaire benaderingen verduisteren zo het zicht op de werkelijkheid, constateert hij, “de werkelijkheid in haar volledigheid.” Dit laatste bedoelt Borgman in theologische zin. Hoeveel kennis wij dankzij alle academische disciplines ook hebben van de werkelijkheid, uiteindelijk wijkt zij altijd nog meer van deze kennis af. Ze blijft een mysterie, een mysterieuze waarheid, aldus Borgman. Hij schrijft: “Dit is wat er van oudsher gezegd is over de kennis van God, die we door Gods schepselen kunnen verkrijgen.”

Het is deze verborgen waarheid, begrepen als ‘onder het aspect van God’, die onze toewijding verdient. Borgman wijst erop dat van oudsher universiteiten een plaats kunnen zijn voor een leven in toewijding aan waarheid. Dat dit hun “ware glorie” is, zou weer moeten worden beseft. Hij schrijft dat studenten moeten ontdekken hoe wetenschappelijke regels en normen in deze toewijding zijn geworteld. Uiteraard hebben zij daar hulp bij nodig. Borgman ziet het academische werk, kortom, als een religieuze praktijk in een ruimte, die door een mysterieuze waarheid wordt omvat. Studenten moeten daarin worden ingeleid.

Intussen willen bestuurders en managers universiteiten efficiënter maken, maar volgens Borgman zijn hun pogingen “gelukkig grotendeels mislukt.” Dit komt door de “eigen, onweerstaanbare logica” van de academische leefwereld. Hij legt dit als volgt uit. “Docenten blijven de studenten leren geïnteresseerd te zijn in wicked problems [sociale problemen waaraan maar moeilijk structuur kan worden gegeven] in plaats van problemen die gemakkelijk kunnen worden opgelost met de beschikbare methoden. Studenten weigeren gewoon af te studeren, maar blijven koppig op zoek naar kennis en vaardigheden die hen relevant maken voor, en het ze mogelijk maken bij te dragen aan een rechtvaardiger en duurzamer wereld. Onderzoekers blijven nog altijd het risico lopen prestige te verliezen door projecten op te starten waarvoor weinig financiering is en die weinig garanties kennen op succes.”          

Met zijn verwijzing naar ‘leefwerelden’ (c.q. die van de universiteit) maakt Borgman een opening in de omheining, die critici zoals Wendy Brown (zie de afleveringen 2,3 en 4) en bovengenoemde Collini ongemerkt en onbedoeld met hun analyses lijken op te trekken. We zouden ons erin gevangen kunnen voelen, verlamd zelfs, of, zoals Borgman het anders zegt: “We hebben geen klaagzangen nodig.” Niet dat hij hun kritiek verwerpt (“De universiteit is geen handelswaar”, schrijft hijzelf), maar hij meent een uitweg te kennen in de crisis die, vindt hij ook zelf, de universiteit doormaakt.

Wat Borgman voorstelt is een gesprek “over waar we zijn en waar we naartoe moeten, een verandering van gedrag om de universiteit weer te richten op wat ze op de eerste plaats behoort te zetten.” Met andere woorden: we moeten het hebben over de logica van de academische leefwereld – om haar beter te kunnen beschermen, opdat zij werkzamer kan zijn voor docenten, onderzoekers en studenten.

Borgman plaatst dergelijke gesprekken van ommekeer in het licht van ‘de vreugde van de waarheid’, Veritatis Gaudium, de titel van een recent pauselijk document over de grondslag van rooms-katholieke universiteiten en faculteiten. Wat wordt hiermee gezegd? De zoektocht naar een goed leven, een leven in waarheid, als een pelgrimstocht, in de intellectuele ruimte die een universiteit kan zijn, maar ook in de pedagogische ruimte die een gewone school kan zijn, betekent plezier “in alles wat is”, wat inhoudt respect voor een ‘pluriforme eenheid’. Wat betekent dit?

In de ruimten die, zoals gezegd, de universiteit en de school kunnen zijn, kunnen mensen een leefwereld opbouwen waarin conflicten, spanningen en tegenstellingen tot een ‘polyedrische eenheid’ worden gebracht, een veelzijdige eenheid, een veelvlak. Op die manier kunnen “de kostbare mogelijkheden” van polariteiten bewaard blijven.  

Op die wijze zijn mensen “een opening in de wereld waarin de waarheid aan het licht komt in een voortdurend proces van het maken van keuzes, het voortbrengen van vormen [dit zijn manieren waarop naar wereldse zaken, concrete praktijken wordt gekeken] en interpreteren van de relatie tussen deze beide [tussen keuze en vorm].” Waarheid presenteert zich in dit continue, historische proces , telkens maar weer, onuitputtelijk. Op die wijze zijn mensen daarin “als tempels van waarheid.”                 

In de zesde en voorlaatste aflevering van deze onderwijsfeuilleton zullen we doorschakelen naar het funderend onderwijs. Wat betekent Borgmans theologie voor het gewone onderwijs? In elk geval dit: we moeten anders tegen onderwijsvrijheid aankijken, vindt Borgman. Hoe ziet hij dit?

Lees ook

Het klimrek op de foto die bij de afleveringen van dit vervolgverhaal is geplaatst, heeft de vorm van een veelvlak. Dit is een verwijzing naar de betekenis die eraan is gegeven in de zesde aflevering. Met dit beeld wordt uitgedrukt, dat waarheid tijdens een zoektocht kan worden gevonden, niet in eenrichtingsverkeer.
De afbeelding is van Klaus Scheiber.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18