U bent hier

Waar is onderwijs eigenlijk voor nodig? - deel 4

Deel 4 - De bedoeling van onderwijs anders uitgelegd  

In deel 3 van deze feuilleton zagen we, dat gepersonaliseerd onderwijs een voorbeeld is van governance, of meer precies, van gouvernementaliteit. Het is de moderne school die menselijk kapitaal moet activeren. Het denken, de kennis van leraren en leerlingen, hun mentaliteit, staat in het teken hiervan en zij stemmen hun handelen af op de dwingende, bedrijfsmatige opzet van de school. Ieder voor zich vat dit op als zijn eigen verantwoordelijkheid. Governance of gouvernementaliteit is een trek van het neoliberalisme, zo liet Wendy Brown ons zien.      

Ter wille van het broodnodige gesprek over onderwijs gaan we in deel 4 nog wat nader in op de gouvernementaliteit van de moderne school. De veranderingen die hierdoor ontstaan, brengen we daarna in kaart en we gaan in op de betekenis hiervan voor leerling (en ouders), leraar, school, betrokken burgers bij de school (de intern toezichthouders) en overheid.

Bekende projecten als Vensters (Scholen op de kaart), Dashboard passend onderwijs, de Excellente school, het nieuwe Onderwijsresultatenmodel van de Inspectie van het Onderwijs, de meting van de tevredenheid van leerlingen en best practices (ook wel: what works) zijn (afwisselend) technieken, methoden, processen, activiteiten en incentives, die passen in het analysekader dat Brown biedt. Ze zijn de signatuur voor gouvernementaliteit en zijn bedoeld om alle betrokkenen in en bij de school te integreren in haar bedoeling en trajecten. Ze zijn ook bedoeld om beladen discussies uit de weg te kunnen gaan, aldus Brown. Als praktische en technische benaderingen van problemen zijn ze hiervoor in de plaats gekomen.

De architectuur van het onderwijs is hierdoor aan het veranderen. De voormalige school ging over ‘normaliteit’, de ‘gemiddelde’ leerling. De moderne school heeft iedere leerling gepersonaliseerd, ze gaat over zijn inzetbaarheid. Wat zijn de bouwstenen en principes van de oude en nieuwe architectuur? Dat maakt het onderstaande schema hopelijk duidelijk. In de linker kolom normeert het maatschappelijk erkende examen de leerling. De kennis over hem is gebaseerd op klasgemiddelden. Het examen, de norm, geeft toegang tot een maatschappelijk erkende vervolgstap. In de rechterkolom verwijst een kwalificatie niet naar een met succes doorlopen curriculum, maar naar het al dan niet beschikken over competenties op een bepaald niveau, wat een indicatie is van de maatschappelijke inzetbaarheid van iemand.  

Met deze veranderde architectuur (in de rechter kolom) zijn we ook bij een andere bedoeling van onderwijs terechtgekomen. Zijn bedoeling wordt anders uitgelegd en gaat steeds meer over de toekomstige sociaaleconomische inzetbaarheid van de jonge mens en minder over zijn opvoeding.

Opvallend genoeg treedt dit verlies van pedagogische aandacht al op in de voorschoolse periode. Van bepaalde groepen kinderen, peuters nog, wordt de schoolleeftijd vervroegd, maar onderwijspedagogen verwachten er een averechtse uitwerking van. Peuters zijn gebaat bij spelen en een ontspannen omgang met volwassenen, die hen dus niet te veel aansturen. Maar het inzicht van pedagogen is genegeerd.

Behalve dat we anders tegen kinderen aankijken, is ook ons beeld van de school aan het veranderen. Ze lijkt een pure functie van het leren te worden. Ze is er een instrument van. Dat de school een eigen ethos zou hebben, denk bijvoorbeeld aan de Vrije Scholen met hun antroposofische worteling, een leidende gedachte die in de school gestalte krijgt (waarover met name Duitstalige onderwijswetenschappers schrijven), wordt steeds minder als mogelijkheid onderkend. [Bronvermelding onderaan deel 7] En ook het leraarschap verandert. Van de leraar wordt niet meer verwacht dat hij het onderwijs integreert en belichaamt, met name dan in opvoedende zin. Hij wordt een coach, die zijn leerlingen op hun individuele trajecten bijstaat. Dan de schoolbestuurders en intern toezichthouders, ook zij zijn in functie van de economische betekenis van de school gekomen. Maar in het verleden was het hun burgerschap, dat hen tot bemoeienis met onderwijs aanzette. Zij richtten scholen op, zorgden voor het bestuur ervan en ontvingen wegens hun afscheid een koninklijke onderscheiding. Zij werden gewaardeerd vanwege hun bijdrage aan de samenlevingsopbouw, dankzij hun particulier initiatief. Dat deden zij als burger, als homo politicus. Geen denken aan dat zij onderwijs als een bedrijf zagen en zichzelf in dienst daarvan. De overheid ten slotte, heeft ook een beperktere rol – die van marktmeester. Zij voelt zich niet meer verantwoordelijk voor het geheel, het algemeen welzijn.

In deel 5 van ons vervolgverhaal gaan we na wat er tegen deze reductie van mensen, instituten en ideeën is in te brengen.  

Lees ook

Het klimrek op de foto die bij de afleveringen van dit vervolgverhaal is geplaatst, heeft de vorm van een veelvlak. Dit is een verwijzing naar de betekenis die eraan is gegeven in de zesde aflevering. Met dit beeld wordt uitgedrukt, dat waarheid tijdens een zoektocht kan worden gevonden, niet in eenrichtingsverkeer.
De afbeelding is van Klaus Scheiber.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18