U bent hier

Waar is onderwijs eigenlijk voor nodig? - deel 3

Deel 3 - Governance als anoniem raster van regels en gewoonten

In deel 2 van deze onderwijsfeuilleton, die is bedoeld om het broodnodige gesprek over onderwijs te stimuleren, zagen we dat tegenwoordig alles en iedereen te maken heeft met een economisch denkraam en met een daarmee verbonden besturing (‘governance’ geheten). Hiervan gaat invloed uit op het gedrag van mensen, overheden en maatschappelijke instellingen, zoals scholen. Dit gaat ver: alles en iedereen wordt als koopwaar opgevat. Hoe gaat dit in zijn werk en wat zijn de gevolgen ervan? Daarover gaat deel 3.

Om met dit laatste te beginnen, het is de grote zorg van Wendy Brown dat de mens zijn soevereiniteit verliest. Het is de vrijheid van de mens, die op het spel komt te staan wanneer zijn doen en laten vooral wordt waargenomen als marktgedragingen, gedrag dat is ontdaan van dieperliggende betekenissen van het leven: zijn leven als volwassene, als gezinslid, als werker en als burger. Het menselijk-zijn en het publieke bestaan dreigen te worden verengd tot economisch handelen, waardoor de ware beginselen van vrijheid in vergetelheid geraken. Wat wordt met dit laatste bedoeld?

Dat is bijvoorbeeld de vrijheid om over veel meer te delibereren dan alleen maar over succes op markten. Het is de vrijheid om over het goede te praten, het algemeen welzijn, denk bijvoorbeeld aan breed vormend en toegankelijk onderwijs voor iedereen, zonder daar meteen de economische zin van te willen begrijpen. Laten we dit voorbeeld toelichten, zodat meer duidelijk wordt wat er op het spel wordt gezet. [Bronvermelding onderaan deel 7]

De bedoeling van brede vorming is de volwassenheid van de jonge mens, zijn mondigheid. Om die reden is de betekenis van het onderwijs een pedagogisch georiënteerde ruimte waar jonge mensen kennis en vaardigheden kunnen opdoen, mogen rijpen en volwassenheid en burgerschap leren ontdekken. Een school heeft dus een eigen, opvoedkundige waarde, niet slechts een afgeleide, economische waarde.

Maar op de moderne, hedendaagse school worden jonge mensen vooral als een lerende gezien en veel minder als opvoedeling. Verderop zal dit nog worden toegelicht. Hier wordt volstaan met de constatering, dat in het moderne onderwijs leerresultaten vooral vanwege economische en sociale behoeften worden gewaardeerd. De moderne school speelt hierop in door van haar leerlingen een portfolio met hun vorderingen te verlangen. Daarmee leren zij systematisch terugblikken op hun eigen, waarneembaar functioneren, een manier om zelf hun mate van inzetbaarheid te toetsen – en voor dit laatste zichzelf verantwoordelijk te weten. Mondigheid is niet het oogmerk van de moderne school. Het gaat met name om de zelfsturing van leerlingen, die zij dienen te richten op hun toekomstige, economische inzetbaarheid.

Deze werkwijze van de moderne school is een voorbeeld van wat Brown onder ‘governance’ verstaat: ‘besturing van zelfsturing’. Elementair hieraan is het verlies van wezenlijke zelfstandigheid van agents (en burgers, waarover later meer). Agents zijn bijvoorbeeld leraren (maar denk ook aan artsen en politieagenten). Tegenwoordig worden de oorspronkelijke verantwoordelijkheden van leraren verzameld in processen, normen en praktijken, tezamen een raster gelijk, dat over de school heen ligt. In eerste instantie wordt de leraar hierdoor van zijn verantwoordelijkheid beroofd, om haar in tweede instantie weer terug te krijgen, maar dan opnieuw en buiten de school, extern genormeerd en uitgelijnd in processen, gevoed door onder meer good practices. Zijn zelfsturing, die hij vanouds gewend is, is voortaan dwingend afgestemd op een collectieve manier van doen, niet op eigen inzichten en ervaring. Dit is wat Brown ‘besturing van zelfsturing’ noemt.

Wat valt er meer concreet over deze ‘collectieve manier van doen’ te zeggen? De moderne school oriënteert zich op gepersonaliseerd onderwijs of denkt dat te moeten overwegen. Het is een voorbeeld bij Browns analyse van ‘besturing van zelfsturing’. Wat is deze vorm van onderwijs?

De gebruikelijke recepten van gepersonaliseerd onderwijs zijn altijd meer ‘leerling’ en minder ‘leraar’ en minder ‘curriculum’. Voorstanders van dit type onderwijs willen de leerling in het centrum plaatsten. Leraar en curriculum zijn in functie van de leerling. Waarom vinden zij dit nodig?

Hun motieven zijn sociaaleconomisch gekleurd. Het komt erop neer dat iedereen talenten heeft  (opgevat als menselijk kapitaal), die niet onbenut mogen blijven. Talentontwikkeling is in het belang van individu en economie. Talenten moeten worden aangeboord en wel bedrijfsmatig (efficiënt en effectief). De school moet aldus worden ingericht, waarbij het vooral gaat om een planmatige omgang met leerresultaten. Woorden als ‘leertraject’, ‘leeromgeving’ en ‘leerwegondersteuning’ hebben ingang gevonden. Het zijn organisatiemodellen waarmee school en mensen worden geherdefinieerd. De school wordt meer een dienstverlener, ze begint op een onderneming te lijken. De dienst, een leertraject bijvoorbeeld, is een transactie tussen school en leerling, als op een markt. De leerlingen (en hun ouders) worden al snel als klanten gezien. De leraar op zijn beurt, is een gewone werknemer geworden. Zijn werk is niets bijzonders meer en voorwerp van de schoolleiding, het management.

Wat wij in dit deel van ons vervolgverhaal hebben gezien is hoe de ‘besturing van de zelfsturing’ van mensen, leraren en leerlingen bijvoorbeeld, werkt. Macht (gouverner) en denken, kennis (mentalité) worden samengebracht: gouvernementalité (een woord van de Franse filosoof Michel Foucault, op wiens denken Brown zich deels baseert).

Gouvernementaliteit in het moderne onderwijs betekent dat ‘menselijk kapitaal’ de heersende mentaliteit is, die, omgezet in processen, normen en praktijken, als een anoniem raster over de leraren (en leerlingen) heen ligt. De bedrijfsmatig opgezette school is de machtsuitoefening hiervan. De zelfsturing van mensen is daarop afgesteld.

In deel vier zal worden bekeken welke veranderingen de moderne school met zich meebrengt. 

Lees ook

Het klimrek op de foto die bij de afleveringen van dit vervolgverhaal is geplaatst, heeft de vorm van een veelvlak. Dit is een verwijzing naar de betekenis die eraan is gegeven in de zesde aflevering. Met dit beeld wordt uitgedrukt, dat waarheid tijdens een zoektocht kan worden gevonden, niet in eenrichtingsverkeer.
De afbeelding is van Klaus Scheiber.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18