U bent hier

Verus 2015: onderwijs is een mysterie

Het was een kwinkslag van de leraar, een leugentje om bestwil zelfs. Door die ene opmerking van hem brak het ijs. Het ging om een lastige klas; echt niemand wilde de mentor er van zijn. Maar hij vertelde dat hij de klas had uitgekozen, omdat hij drie jaar eerder ook haar mentor was geweest en daar goede herinneringen aan bewaarde. Tijdens een van de workshops van het drukbezochte Verus2015, vorige week in Spant!, werd met dit voorbeeld ons nog eens voorgehouden dat de leraar een persoon is. Niet vanwege zijn competenties (hoe belangrijk ook), maar vanwege zijn menselijke kwaliteit, zijn ‘pedagogische tact’ (Luc Stevens), om volledig met zijn leerlingen te zijn. Allen voelen dan iets, ze hebben een zelfde ervaring en kunnen samen doorgaan.

Verus2015 ging over heel veel, maar altijd was er wel iemand die de ‘mensenschool’ naar voren bracht. Ze is niet maakbaar, er wordt geleerd ondanks onze onhandigheden, ondanks onze eigen gebrokenheid. Maar daar gaat van alles achter schuil. Waardoor we toch terechtkomen. Daar mag op worden vertrouwd. Onderwijs als godswonder.

Leraren als kathedraalbouwers, een ander beeld dat mij trof. Kennelijk hebben we verbeelding nodig om maar enigszins in de buurt te komen van wat onderwijs in wezen is. We ontdekken dat we de mechanismen erachter (nog) niet goed begrijpen. Dat is ook wel eens over toneelspelen gezegd. Nog een beeld dat ik tegenkwam: onderwijs is kunst.

Maar de wetenschappen dan, wat vertellen zij ons over onderwijs? Eigenlijk nog niet zoveel. Tot die conclusie kwam ik na lezing van een stuk van Vanessa Rodriguez, een promovenda die verbonden is aan de Harvard Graduate School of Education. Volgens haar is de leraar niet een stuk gereedschap, onderwijs geven bestaat niet uit louter steun bieden. Neen, we hebben het over een hoogst geëvolueerde meta-cognitieve en specifiek menselijke vaardigheid, die slechts vanwege de interactie met de lerende kan doorgroeien. “Doceren is geen onbaatzuchtige daad”, schrijft zij.

Rodriguez bedacht de teaching brain (ook de titel van haar boek, 2014) en probeert daar nu een onderzoeksprogramma van te maken. Haar belangrijkste punt is de ‘synchronisatie’ van de hersenen van de leerling en die van de leraar. Hoe dit samenvallen precies kan worden bevorderd (door de leraar), is haar centrale onderzoeksvraag.

Met wijsheid en verbeeldingskracht is de bovengenoemde Luc Stevens (orthopedagoog en emeritus hoogleraar) ook op zo’n punt uitgekomen. Waarmee ik niet zeg dat hersenonderzoek van wetenschappers zoals Rodriguez overbodig is. Natuurlijk niet, laat hen doorgaan! Maar intussen is het goed om van Stevens te horen dat het valt te leren, pedagogische tact. Zonder instructiemodel, door met de leerlingen maar op weg te gaan.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18