U bent hier

School zonder liefde

De planners van ons welbevinden lijken de menselijke neiging tot affectie over het hoofd te zien. Het stichten van gezinnen, onderwijs geven, de zorg voor zieken en zwakken: we voelen zelf wel aan dat het zo hoort. Niemand hoeft ons daar opdracht toe te geven. 

Er zijn twee bedreigingen van onze medemenselijkheid. Beide hebben wij aan onszelf te danken. De eerste is natuurlijk onze donkere kant, die andere neiging, ons kwaad. De tweede bedreiging is onze reactie op dit eigen falen. Ze bestaat uit systemen waarmee het kwaad meteen de kop wordt ingedrukt of zelfs geen kans krijgt om naar boven te komen.

Pesten is zo’n kwaad, dat op scholen zelfs zo groot lijkt te zijn dat de overheid vorig jaar besloot dat elke school een anti-pestprogramma met een bepaalde opzet moet gebruiken. In de praktijk betekent dit dat het sociale verkeer in de klas onderworpen moet worden aan strikte regels. Bijvoorbeeld dat goed gedrag van een leerling direct beloond moet worden omdat uit onderzoek blijkt dat andere leerlingen dit dan overnemen. Schoolverlaten is een ander kwaad. Maar dit kan worden voorkomen door de potentiële drop-outs financiële bonussen te geven als zij hogere cijfers halen. Onderzoek leert ons dat dit werkt.

Wat is hier aan de hand? Medemenselijkheid en barmhartigheid lijken wij om te willen ruilen voor een leven dat al voor ons is uitgestippeld. Wetenschappelijk nog wel. De ingenieurs van de ziel bedenken van alles om het voor ons eenvoudige mensen sociaal en veilig te maken. Wat zij van plan zijn, gaat verder dan de verkeersrotonde, het cameratoezicht of de toekenning van een bonus. De gedragsarchitecten spannen zich tot het uiterste in om onze neigingen en zwakheden te voorspellen. Mensen worden in sensorpakken gehesen, ons surfgedrag op internet wordt door bedrijven als Google aan kansberekeningen onderworpen. Ons eindeloos pendelen tussen goed en kwaad zal straks vanzelf ophouden. Wijsheid zal in het nieuwe leven niet meer nodig zijn.

En zo dreigt de leraar die van zijn vak houdt omdat het zo’n groot beroep doet op zijn liefde, te worden vervangen door een functionaris die op tijd een bonus weet uit te delen. Iemand die de regels goed kent en zich op het juiste onderzoek beroept. Eigen professionele opvattingen en gedachten van de leraar over het goede in het leven, die gevoed zijn door eigen lief en leed, doen er niet meer toe. 

In het boekje ‘Verhalen uit Marianum’, een bundel uit 2009, is een grote groep leraren van KSG Marianum, met locaties in Groenlo en Lichtenvoorde, openhartig over hun eigen levenservaringen. Mooie maar ook pijnlijke voorvallen die hen hebben gevormd en die naar hun eigen zeggen voor hun beroepsuitoefening bepalend zijn geweest. Lees dit eens, van een van hen wiens kind overleed: “Leerlingen zagen me in rouw, kwamen naar me toe en troostten me in woord en gebaar. Ze hadden niet de schroom die volwassenen vaak moeten overwinnen. Het pure gedrag van kinderen die nog niet zoveel last hebben van hun hoofd, heeft me geholpen.”

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18