U bent hier

School zonder godsdienstles

Op een dag was het zover: op geen enkele Nederlandse school meer werd godsdienstles ingeroosterd. Maar dit was geen nieuws geweest. Op die laatste school, waar, zonder dat men dat zelf besefte, de laatste les was gegeven, was de stemming niet bedrukt of opgelucht. Het was meer zo dat godsdienstlessen hun betekenis hadden verloren. Dat werd zo gevoeld. Het lot dat eerder Latijn en Grieks had getroffen. De mensen wisten niet meer wat zij met zulke vakken aan moesten. Het was in die tijd dat de staatssecretaris van Onderwijs bij zijn aantreden had gezegd: “Als ik aan het onderwijs denk, denk ik maar aan drie woorden: relevantie, relevantie en relevantie.” Hij vond dat de scholen zich moesten richten op de nieuwste behoeften van de samenleving en op de laatste ontwikkelingen.

Toen die laatste les werd gegeven, was de samenleving helemaal niet tegen godsdiensten. De tijd dat een jonge programmamaker nog de aandacht kon trekken met zijn stelling ‘Religieus onderwijs zuigt’ was allang verstreken. Het woordje ‘religekkies’ was vanzelf weer in onbruik geraakt en vergeten. Neen, een anti-sfeer was er juist niet. Overal waren groepjes mensen met hun innerlijk in de weer. Op talloze manieren. Bankiers uit het topsegment bijvoorbeeld, die zich overgaven aan kabbala. Niet aan de joodse godsdienst zelf, waarvan kabbala een geheimzinnige vertakking is, want dat leek hun niet nodig. Vooruitgang zonder God was mogelijk, volgens hen en vele anderen. En in die overvolle bazaar van spiritualiteit, esoterie en cult stonden enkele christelijke kerken. Daar, in die kerken van “vreemdelingen en priesters” (Stefan Paas, 2015)*, verstonden de gelovigen God opnieuw en vierden  de liturgie. Eenmaal buiten probeerden zij de dagelijkse besognes die met anderen werden gedeeld, te zouten. In de hoop dat het leven beter zou gaan smaken.

En hoe ging het verder er aan toe, toen in het onderwijs? Ik zie een onderwijzeres te midden van de leerlingen op een kruk zitten. Op gezette tijden houdt zij met hen een klassenvergadering. Dit is er weer zo een. Ze vraagt wie er dit keer een complimentje verdient, want daar is de vergadering vooral voor bedoeld. Een meisje dat lange tijd de gebeten hond is geweest, wordt door verschillende kinderen geprezen. Zij blijkt best wel aardig te zijn. In de afgelopen maanden is de lerares met haar bezig geweest. Maar ook met de andere kinderen. “Zien jullie niet hoe goed zij haar best doet?”, vroeg zij dan. En zo kantelde het beeld dat de klas aanvankelijk van dit meisje had.

 

*‘Vreemdelingen’ omdat deze christenen in hun omgeving niet werden begrepen, en ‘priesters’ omdat zij als groep, als geloofsgemeenschap in de wereld, organisch verbonden zijn met de Koning-Priester, Christus. (pp. 185, 189) 


Reacties

Door dr. Bill Bannin... op 5 nov 2015 | 16:00

Hoe onderzoeksgegevens misbruikt kunnen worden!
Recent onderzoek zou uitwijzen dat een meerderheid van ouders zou vinden dat de godsdienstles gerust mag worden afgeschaft. Hierbij heb ik twee opmerkingen. De eerste twee betreffen de manier waarop het onderzoek op dit punt is gehouden en vertaald. De derde betreft mijn inhoudelijke ervaringen en visie als leraar en onderzoeker.
1) Het is niet slim (of juist wel, zie volgende punt) van de onderzoekers om de term 'godsdienstles' te gebruiken. En wel om verschillende redenen.
Ten eerste suggereert de term 'godsdienstles' dat er onderwezen wordt in één godsdienst, of dat nu de katholieke, protestantse, joodse of islamitische is.
Ten tweede is deze term niet slim, want onjuist. 90 % van alle zogenaamde godsdienstlessen zijn feitelijk levensbeschouwelijke lessen waarbij ook de verschillende godsdiensten aan bod komen (met soms ietwat meer specifieke aandacht voor de 'eigen' godsdienst. Deze lessen komen feitelijk neer op een soort Geestelijke Stromingen, een vak dat alleen al gezien de burgerschapsvorming van groot belang is.
De term 'godsdienstles' gebruiken lijkt me dus tendentieus of op zijn minst dom.
2) Betreffende onderzoeksuitkomst wordt gepresenteerd onder de titel: een groot deel van de ouders is voor afschaffen godsdienstles. Bij nader inzien blijkt het om slechts 35% van de ouders te gaan. Dat is naar mijn idee nog altijd een, zij het forse, minderheid (ik reken even niet mee de boven negatieve associaties van de term godsdienstles niet mee). Het onderzoek maakt duidelijk dat een meerderheid, want 65% NIET voor afschaffen is. Dat had ook in de kop kunnen staan.
3) Als leraar met twintig jaar ervaring binnen PO en VO ben ik ervan overtuigd dat levensbeschouwelijke vorming met daarbinnen aandacht voor het godsdienstige en spirituele van groot belang is. Ik kom net van een openbare school om op verzoek met de leerlingen te praten over godsdienstig geweld. Wat blijkt op einde van de les: er zijn katholieke en islamitische kinderen die het fijn vonden dat het geloof zo kritisch, maar ook genuanceerd ter sprake werd gebracht. Bovendien bleken twee kinderen het heel fijn te vinden dat hun meer New Age-achtige geloofsbeleving ook een plekje binnen het gesprek vond. Onderzoek toont aan dat ook in onze geseculariseerde samenleving nog steeds veel aandacht is voor het spirituele in verschillende vormen. Daarmee om leren gaan lijkt me van groot belang voor het opbouwen van een respectvolle samenleving. Evengoed als dat er aandacht en respect dient te zijn voor hen die niet geloven. Juist wanneer het godsdienstige / spirituele verdrongen wordt, zal dit leiden tot verkeerde vormen van spirituele belevingen. Over relevantie gesproken.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18