U bent hier

Onderwijsvrijheid als hitteschild

Op de aftiteling van het spektakelstuk Brexit stond de naam van Dominic Cummings; erachter stond: director Vote Leave campaign. Ik ken hem uit de tijd dat hij de meest invloedrijke adviseur was van Michael Gove, die tussen 2010 en 2014 de onderwijsminister van Engeland is geweest. Gove geldt als het brein achter de Leave-campagne. Beiden heten een rauwdouwer te zijn, mensen die koste wat kost het bed eens flink willen opschudden. 

Interventie

In 2013 publiceerde Cummings een stuk waarin hij stelde dat het onderwijs zich in de meeste landen, zelfs in de welvarendste, tussen “afschuwelijk” en “middelmatig” beweegt. Waarna hij een radicaal ander perspectief voorschotelde, namelijk scholen die op genetische informatie over leerlingen draaien en op (geautomatiseerde) statistische analyses van de data van leerlingen. Onderwijs als screen and intervene, zoiets. Wat later vertrok hij als adviseur en nog wat later was het Gove zelf die van zijn post werd gehaald. Zijn relatie met het onderwijs was verziekt en de parlementsverkiezingen waren in aantocht.

Marktdenken

Toen Gove in 2010 als minister aantrad, waren de overheidsscholen al lang met elkaar in concurrentie gebracht, een gevolg van de predicaten die de onderwijsinspectie daar uitdeelt. Op gezette tijden maakt zij bekend welke scholen goed en niet goed zijn en sommige scholen worden als excellent aangewezen. Ze heeft daarvoor een flinke set maatstaven opgesteld (indicatoren die samen een totaalvisie op goed onderwijs zouden uitdrukken). 

Gove heeft de concurrentie verder opgevoerd door nieuwe aanbieders, free schools geheten, toe te laten en te subsidiëren, onder voorwaarde dat ook de nieuwelingen de inspectiemaatstaven in acht nemen. 

Onbehagen

Critici daar menen dat dit overheersende marktdenken het stelsel van goede, lokaal gewortelde scholen, dat aan allen kansen bood, heeft afgebroken. Scholen zijn in een ongelijke positie terechtgekomen: een aantal heeft de wind in de zeilen gekregen, andere scholen hebben last van een negatieve spiraal. De eerste groep trekt de gemotiveerde ouders en kinderen, de tweede groep scholen blijft zitten met mensen die veel moeilijker te bereiken zijn. 

Simon Jenkins, een bekend columnist en een van die critici, schreef acht jaar geleden al dat stabiele scholen stevig geworteld zijn in de gemeenschap, zonder dat ze kopzorgen hebben over verplichtende inspectiemaatstaven. Maar burgers, signaleert hij, “zien hoe vertrouwde instituties van alle kanten worden vermalen door pseudo-modernisering. Primaire en secundaire scholen gaan dezelfde kant op als het postkantoor, het kleine ziekenhuis, het politiebureau, de huisartsenpraktijk en de sportvereniging.” Hij doelt op de algehele ontwikkeling van standaardisering en schaalvergroting, die tot onbehagen onder mensen heeft geleid. 

Stootkussen

Ik verbaas me over de onderwijsmensen die in drommen de Noordzee oversteken om zich daar te vergapen aan deze toch wel ruwe politiek. Een beleid dat waarschijnlijk leidt naar een publiek stelsel dat wel op dat van ons lijkt, namelijk dat van openbare en bijzondere scholen, maar waarin die scholen altijd beducht zullen moeten zijn voor de inspectie (die dwingend als motto voert: raising standards, improving lives). Een overheid die alom aanwezig is met haar interventies, terwijl hier bij ons altijd nog de grondwettelijke onderwijsvrijheid geldt.

Dat grondrecht is bedoeld als stootkussen – van de scholen; het werkt als een hitteschild. Gelukkig maar, want ook bij ons is de overheid zich al lange tijd aan het opdringen. Haar beleid heeft inmiddels Engelse trekken gekregen. De Nederlandse inspectie heeft de scholen een flinke hoeveelheid standaards opgelegd en er is het plan van staatssecretaris Dekker om de stichting van nieuwe scholen te stimuleren.  

Aan het opdringen van die standaards (75 zijn er voor het voortgezet onderwijs gemaakt) merk je dat er een geweldige druk op dat schild staat. Die neemt nog verder toe als ook hier een praktijk ontstaat waarin de scholen door de inspectie van een predicaat worden voorzien: voldoende, goed of excellent. Als dan ook nog links en rechts zo maar nieuwe scholen hun deuren mogen openen, terwijl de nabuurscholen behoorlijk zijn, ook naar het oordeel van de inspectie, zijn Engelse toestanden niet meer denkbeeldig.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18