U bent hier

Onderwijsrapporten van de OESO zijn niet zo nuttig

Alhoewel de media er ruimschoots aandacht aan hebben besteed, zal menigeen in het onderwijs de publicatie van een internationale studie van het Nederlandse onderwijs zijn ontgaan. Ik doel op het rapport van de Organisatie voor Economisch Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Leraren en schoolleiders lijken er niet veel mee op te hebben. Wat er misschien van is doorgesijpeld, is dat de leerlingen te weinig gemotiveerd zijn, maar dat de scholen toch goed presteren. Zij zullen dan lachend hun  schouders hebben opgehaald. Maar politici nemen dit soort rapporten wel serieus. En voor hen zijn ze ook bedoeld. 

Vanwege haar opdracht benadrukt de OESO het belang van onderwijs. Onderwijs draagt bij aan economische vooruitgang. Ook om die reden is zijn kwaliteit zo belangrijk. Om die voor het voetlicht te kunnen brengen is een batterij toetsresultaten en enquêtegegevens aangelegd, die onder meer betrekking hebben op onderwijsprestaties, gelijke kansen van leerlingen en de opleiding van leraren en schoolleiders.

Deze gegevens worden gebruikt om de visie van de OESO op onderwijs kracht bij te zetten. Die komt neer op competitie (prestatiedruk), vrije schoolkeuze (om te kunnen concurreren), relatieve autonomie van de scholen (om aangesproken te kunnen worden op prestaties), succes vanwege eigen verdienste (en niet vanwege afkomst). Onderwijsstelsels met deze kenmerken presteren het beste, zo is de boodschap. Of die voldoende met onderzoek is onderbouwd, bewaar ik voor een andere keer.

Nu iets over de aanpak. Deze draait om informatiemanagement. De OESO vergelijkt landen, rapporteert daarover en hoopt zo druk uit te oefenen op de achterblijvers. Dit wordt peer pressure genoemd. Het werkt. Haar rapporten hebben grote invloed op veranderingen in het onderwijsbeleid waartoe landen bereid blijken te zijn. Kritiekloos. Twee voorbeelden. 

In de VS en Engeland, twee achterblijvers, worden steeds meer scholen van de overheid verzelfstandigd om zo de vrije schoolkeuze mogelijk te maken. Maar ook niet-achterblijvers stemmen hun beleid op de OESO-visie af. Zo zijn in ons land de wettelijke verplichting van de eindtoets in het basisonderwijs en diagnostische tussentijdse toetsen in het voortgezet onderwijs (die vanwege verzet nog niet verplicht zijn) daar rechtstreeks een gevolg van. De toetsen zijn nodig voor prestatiedruk, op leerlingen en op scholen. 

Deze aanpak van de OESO is dus heel succesvol, terwijl dit vergelijken tussen landen eigenlijk niet mogelijk is. Dit is een kritiekpunt uit wetenschappelijke hoek. Bevindingen van onderzoek naar onderwijs in Finland, Shanghai en Singapore, drie bejubelde voorbeelden van succesvol onderwijs, kunnen niet zonder meer worden toegepast op bijvoorbeeld Nederlands onderwijs, dit vanwege de volkomen andere culturele en sociale geschiedenis van ons land. 

Daar waar deze wijsheid is genegeerd, zijn de gevolgen kwalijk. Toen in de VS en Engeland de overheidsscholen minder leken te presteren, is de OESO-benadering omarmd en op autoritaire wijze aan de scholen opgelegd. Er is een chaos ontstaan, waarin ouders wanhopig zijn, leraren ontmoedigd en schoolleiders angstig vanwege de permanente ontslagdreiging. 

Bronnen:  

  • Netherlands 2016 Foundations for the Future
  • Zie, wat de VS betreft, Diane Ravitch, The Death and Life of the Great American School System: How Testing and Choice Are Undermining Education, 2010

Reacties

Door Frank de Graaf op 23 jun 2016 | 15:47

Scherpe analyse. Hartelijk dank!

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18