U bent hier

Onderwijsinspectie zal heus niet veranderen

Eens vroeg een schoolleider aan de onderwijsinspectie of bepaalde tussentijdse toetsen niet een klein tijdje later afgenomen mochten worden. De krokusvakantie en carnaval zaten in de weg. Arnold Jonk, die hoofdinspecteur is, schreef daar kortgeleden een blog over. Hij werd een beetje mismoedig van de vraag. Hoe komt het toch dat de directeur van een basisschool denkt dat de inspectie daar toestemming voor moet geven? “Wat hebben wij als inspectie verkeerd gedaan?”, vraagt Jonk zich af. De inspectie zal een toontje lager gaan zingen, zo suggereert hij. Om daarna te onderstrepen dat de school zelf eigenaar is van haar onderwijs. 

En zo is het natuurlijk ook, althans dat zou je denken. Terugblikkend op de geschiedenis van het Nederlandse onderwijsbestel zijn zowel de bijzondere als de openbare scholen zich daar altijd scherp van bewust geweest, de leraren voorop. Bovendien, de onderwijswetten waren ‘leeg’, alleen juridische en materiële zaken waren erin opgenomen. De overheid vertelde echt niet wat er gedaan moest worden. Dat is nu wel anders. Onderwijswetten puilen uit met voorschriften. Hoe is dat zo gekomen?

Het waren economen die ontdekten dat goed en voor de massa toegankelijk onderwijs een groeifactor van de economie is. Daarna kreeg onderwijs meer gewicht onder politici. Belangenorganisaties rond het onderwijs speelden daarop in en benadrukten de economische voordelen van een uitbreiding en verbetering van voorzieningen, van betere arbeidsvoorwaarden van leraren, die immers geworven moeten worden op de arbeidsmarkt. Het taalgebruik werd aangepast, meer geld voor onderwijs geldt als een investering. Geld voor onderwijs wordt meer dan terugverdiend. Ook voor de deelnemers aan het onderwijs, de studenten in het hoger onderwijs vooral, is dat zo. De aflossing van studieleningen zou geen punt zijn, want zij gaan immers goed verdienen.

Maar wat is goed onderwijs? Nu massaal onderwijs wordt gevolgd, prachtig natuurlijk, moet dat tweede punt van de economen, goed onderwijs, ook ‘vastgepakt’ worden. Het kan toch niet zo zijn dat onderwijs steeds meer geld opslokt, terwijl we niet weten wat goed onderwijs is? Praat je daarover met leraren en onderwijswetenschappers dan krijg je zoveel verschillende definities! Hoe beslechten we die (eindeloze) discussies? Door het onderwijs als het ware leesbaar te maken. Dat is mogelijk door standaarden te maken. En zo is het gegaan: het waarderingskader dat de onderwijsinspectie heeft opgesteld voor het voortgezet onderwijs kent 75 van dergelijke standaarden, ‘kwaliteitsindicatoren’ genoemd. 

Arnold Jonk verzucht in zijn blog dat scholen niet naar de inspectie moeten kijken, maar zelf wat over goed onderwijs moeten vinden. Dat is natuurlijk zo en dat gebeurt ook. Maar zolang de overheid in de wet honderden deugdelijkheidseisen aan de scholen oplegt en daar bovenop een onderwijsinspectie het veld in stuurt, die tientallen zogenoemde kwaliteitsindicatoren gebruikt om scholen te beoordelen, is het niet vreemd dat scholen (en vooral leraren!) zich minder eigenaar van hun werk zijn gaan voelen. 

Eigenlijk kent de school twee eigenaren: zijzelf (en de leraren) en de overheid. Twee partijen die moeten weten wat goed onderwijs is. Om twee redenen is dat kwalijk. Je krijgt ruzie, want twee kapiteins op één schip. Maar belangrijker nog: we denken zo dat “overheidsmacht het goede kan bewerken en mensen ten goede kan keren.” Dit citaat is van oud-minister Piet Hein Donner. Hoe belangrijk de overheid ook is, aldus Donner, “het goede komt van mensen. Overheden zijn nodig, maar je moet ze niet vertrouwen met het goede, ook al zullen zij bij voortduring zeggen dat zij het goed met mensen voorhebben.”
Intussen geldt: zolang de overheid mede-eigenaar van het onderwijs blijft, zal de onderwijsinspectie uit volle borst blijven meezingen. 


Reacties

Door Frank de Graaf op 27 okt 2016 | 17:23

Tsja... Tsja, dat vraagt van bestuurders dat ze moeten blijven laveren tussen de belangen van die beide mede-eigenaren. We mogen hopen dat bestuurders op basis van gelijkwaardigheid - zelfs bij de geringste twijfel - kiezen om te koersen in de richting van het mede-eigenaarschap van hun scholen, hun teams. Anders wordt (of blijft) de inspectie schaduwstuurman in hun plaats.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18