U bent hier

Onderwijs voor reproductie of een nieuw begin?

Bijna zestig jaar geleden verscheen een geestig geschreven boek over een overheid die met haar onderwijs een nieuwe weg was ingeslagen. Ze zag dat onder de bevolking veel talent geen kans kreeg en gaf het onderwijsstelsel daarvan de schuld. Niet de prestaties en verdienste van de leerlingen waren op school het oriëntatiepunt, maar de bestendiging van de klasse-maatschappij. Dubbeltjes mochten geen kwartjes worden, zo gezegd. En zo kwam het dat kinderen die later eventueel geschikt zouden zijn voor het ministerschap, op vijftienjarige leeftijd van school moesten om postbode te worden. Niet te geloven, een minister als brievenbesteller! Maar toch was het zo. En omgekeerd werden kinderen zonder veel talenten, maar wel met kapitaalkrachtige ouders, klaargestoomd op chique, particuliere scholen. Daarna stroomden zij door naar een mooi baantje op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Postbodes die over oorlog en vrede moesten beslissen!

Mensen met of zonder verdienste

De overheid in het boek veranderde deze situatie door radicaal de sociale klassen een andere aard te geven. Hoge of lage komaf werd in het vervolg genegeerd. Voortaan waren er mensen met talenten en verdienste en mensen met weinig of zonder. De talentvolle leerlingen kregen onderwijs dat aansloot bij hun capaciteiten. Onvermijdelijk ontstond er zo een klasse met mensen die in deze nieuwe maatschappij, die dus louter over prestaties en verdienste ging, niet vooruit kwamen. Het onderste deel van de maatschappij was niet langer een afspiegeling van de intelligentieverdeling van de gehele samenleving. 
Passages hierboven zijn uit het bedoelde boek, dat het werk is van de Britse socioloog Michael Young. Hij gaf het als titel: Opkomst van de meritocratie 1870-2033 Een essay over onderwijs en gelijkheid. Het woord ‘meritocratie’ had hij zelf bedacht. In de nieuwe maatschappij beslist het volk (demos) niet meer, maar zijn het de mensen met verdienste (meritum), die de dienst uit maken. De democratie wordt een meritocratie. Voor Young een schrikbeeld en daarom schreef hij zijn boek als een dystopie, een anti-utopie.     

Gelijke kansen

Youngs boek trok destijds wereldwijde aandacht en geldt als een klassiek werk, maar bleef zonder praktische invloed. Ons onderwijs is inmiddels tamelijk meritocratisch. Niet volledig dus, want de achtergrondkenmerken van de leerlingen (sekse, sociaal milieu, etnische herkomst) zijn nog steeds van invloed op hun schoolloopbaan. 
Om daar tegen in te kunnen gaan en gelijke kansen te bieden, moet het onderwijs extra faciliteiten aanbieden, zo wordt vaak gedacht. Een voorbeeld is examentraining, die op de vrije markt wordt aangebonden, maar prijzig is en daarom alleen haalbaar voor gezinnen met voldoende geld. In de politiek denkt men er nu over om bij te springen, zodat arme gezinnen ook van dergelijk aanbod kunnen profiteren. In weerwil van de waarschuwing van Young is meritocratisch onderwijs het ideaal. 

Hoog- of laagopgeleid

Ook Alexander Rinnooy Kan lijkt dit ideale onderwijs te koesteren. Hij is lid van de Eerste Kamer voor D66, hoogleraar economie en was onder meer werkgeversvoorzitter en bestuurder van ING. In de zomer van dit jaar stelde hij in de Volkskrant dat het Nederlandse onderwijsstelsel slecht scoort wat betreft zijn bijdrage aan de positieverbetering van mensen in de samenleving. Nog te weinig dubbeltjes worden kwartjes. Dit wordt volgens hem veroorzaakt door een te snelle selectie van leerlingen. 
Rinnooy Kan is eigenlijk voor een soort middenschool of ten minste een serieuze brede brugklas. Zijn motief hierbij is de gelijke kans, die de mensen moet worden geboden en waarvoor volgens hem het onderwijs de basis zou moeten leggen. Uitstel van selectie hoort daarbij. Hij ziet dan ook met lede ogen aan dat leerlingen, die al op jonge leeftijd buiten de selectie voor de hogere schooltypen vallen, bij elkaar komen te zitten en op die manier geïsoleerd raken. Hij waarschuwt tegen een nieuwe segregatie in de samenleving, die niet zozeer samenhangt met een etnische herkomst, maar met genoten opleiding. Een tweedeling van hoog- en laagopgeleide mensen, een situatie die Michael Young in 1958 al voorspelde.

De school als spiegel van de omgeving

Vreemd genoeg wijst Rinnooy Kan de vrije schoolkeuze van ouders aan als een complicerende factor bij de bestrijding van deze nieuwe tweedeling. Ouders kiezen niet voor scholen met kinderen van overwegend laagopgeleide ouders. Dit is aannemelijk, maar wetenschappelijk is aangetoond dat vrije schoolkeuze in de praktijk niet zo veel betekenis heeft voor de leerlingensamenstelling van een school. 
In 2000 promoveerde de sociaal-geograaf Peter Gramberg op zijn onderzoek naar de invloed van de ruimtelijke omgeving op schoolloopbanen. Hij stelde vast dat de samenstelling van leerlingen op school, en ook haar aanbod, veel meer samenhangen met de sociale aard van de buurt dan met vrije schoolkeuze. Hij schrijft: “Zowel het aanbod als de vraag naar onderwijs zijn een ruimtelijke bevestiging van de dominante bevolkingssamenstelling in buurt, stad en regio.” 
Hij ontdekte dat scholen in achterstandswijken veel doen om de leerlingen extra vooruit te helpen, terwijl de scholen in de betere buurten met hun aanbod het hoge opleidingsniveau van de ouders bevestigen. De eerste groep scholen mobiliseert de leerlingen, de tweede groep zorgt voor consolidatie. Maar dit terzijde.

De jonge mens als nieuwe belofte

Belangrijker nog is de vaststelling dat Rinnooy Kan (die misschien deel zal gaan uit maken van het aanstaande kabinet, bijvoorbeeld als minister van onderwijs) de school toch vooral ziet als een programma en een voertuig van een bepaalde orde, in Nederland de meritocratische maatschappij. 
Dat mag natuurlijk, maar je kunt de school ook zien als symbool van iets anders. Een vrijere plek bijvoorbeeld, waar jonge mensen meer onbevangen tegemoet worden getreden. Een school die niet de prestatiemaatschappij als oriëntatiepunt neemt en jonge mensen ziet als de belofte van misschien wel een nieuw begin. Wie weet dat jongeren zich wensen te verzetten tegen een maatschappij waarin mensen uiteindelijk beoordeeld worden op hun verdienste. Wat hebben zij dan aan bagage nodig om de samenleving een andere kant uit te duwen?
Wat goed toch, dat er in ons land vrijheid van onderwijs is. Dat scholen ruimte hebben om hun aanbod op een kritische manier samen te stellen, bijvoorbeeld omdat zij bestaande leefwijze en opvattingen niet wensen te reproduceren. En hoe belangrijk is niet, dat ouders de vrijheid hebben om voor zo’n school dan te kiezen, daarbij desnoods de scholen in hun buurt negerend.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18