U bent hier

Onderwijs brengt geen gelijke kansen!

Massa-onderwijs is het vlaggenschip van de verzorgingsstaat, maar laten we niet overdrijven. Een goede school mag belangrijk zijn, om je levensweg te kunnen vinden, is meer nodig. Geluk, bijvoorbeeld. En je ouders doen er natuurlijk toe, maar dat zijn ook maar mensen. Verder moet er werk zijn en dat is ook al een kwetsbaar iets. Zo denken wij misschien dat het met de jeugdwerkloosheid wel meevalt, maar arbeidsmarktdeskundige Wiemer Salverda legt uit dat veel jonge mensen vanwege hun kruimelbanen niet zelfstandig kunnen zijn. Hij rekent voor dat de jeugdwerkloosheid eigenlijk 37% is! Veel jongeren hangen daarom maar wat in het onderwijs rond, aldus Salverda. 

Met onderwijs dek je echt niet alle malheur af, het brengt geen gelijke kansen. Onderwijsintensivering (peuters naar school, zomerschool, naschools leren), druk op leraren om “hun” opbrengsten te verbeteren, inspectie die 75 ‘kwaliteitsindicatoren’ omvat: het is een kordaatheid die deze onmacht moet maskeren. Onlangs moest minister Bussemaker (PvdA) erkennen dat de laaggeletterdheid van 2,5 miljoen mensen een taai probleem is. Zij bedoelt te zeggen: blijft. De “strijd voor kansen voor ieder kind”, waartoe haar partijgenoot Samsom kortgeleden in een pamflet opriep, verdient het daarom om met argusogen te worden bekeken.

De Amerikaan Robert Putnam toont aan in zijn studie Our Kids The American Dream in Crisis (2015), dat de ongelijke onderwijsresultaten tussen jongeren uit rijke en arme gezinnen in zijn land toe te schrijven zijn aan een samenstel van factoren, namelijk het gezin, het ouderschap, de ontwikkeling van het kind, de vriendenkring, buitenschoolse activiteiten, de buurt en het gemeenschapsleven. De toegenomen ongelijkheid tussen beide groepen die is vastgesteld, is volgens hem een gevolg van verslechteringen op deze punten. Vooral de arme milieus hebben ermee te kampen. 

Onderwijs is maar een factor. Het komt erop aan dat wij aandacht hebben voor alle factoren die Putnam heeft onderzocht. En dat inzicht kan ons ertoe brengen dat de druk op onderwijs wat wordt verlicht.   

Intussen is het goed toeven in het Rotterdamse onderwijs. Althans, dat is de stellige mening van de fotograaf Carel van Hees die zestien maanden doorbracht op scholen in zijn stad. De foto’s die hij toen maakte, zijn te zien in het Rijksmuseum. Volgens een van de kranten laten zijn foto’s optimisme van jongeren en docenten zien. Ook Van Hees vat de school op als een minimaatschappij, “een ongelooflijk belangrijke plek waar vriendschappen voor het leven worden geboren.”

Reacties

Door Frank de Graaf op 12 mei 2016 | 15:47

(H)eerlijke waarheid in de column van Dullemans: ... Putnam toont aan ... dat de ongelijke onderwijsresultaten tussen jongeren uit rijke en arme gezinnen in zijn land toe te schrijven zijn aan een samenstel van factoren, namelijk het gezin, het ouderschap, de ontwikkeling van het kind, de vriendenkring, buitenschoolse activiteiten, de buurt en het gemeenschapsleven... En: ... onderwijs is maar een factor. Het komt erop aan dat wij aandacht hebben voor alle factoren die Putnam heeft onderzocht. En dat inzicht kan ons ertoe brengen dat de druk op onderwijs 'wat' wordt verlicht ... (einde citaat). Rest de durf van bestuurders (en Verus!) om dat over het voetlicht te (blijven) brengen, zodat het Zwarte Pieten (eh...mag dat nog?) op basis van kengetallen-uit-de-ivoren-toren de wacht wordt aangezegd ... Vervolgens zal blijken dat het woordje 'wat' een eufemisme mag zijn.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18