U bent hier

Na Parijs. Over de voorwaarden van ongemakkelijke gesprekken in de klas

Deze week is in veel klassen nagedacht, gesproken en misschien wel gebeden. De aanleiding is geweest het voortdurende terrorisme, zoals vorige week in Parijs. Maar het zal ook wel voorgekomen zijn dat leraren het gesprek daarover uit de weg zijn gegaan. Eenvoudig zijn zulke momenten namelijk niet. Je wilt jonge mensen niet bang maken. Bovendien zijn er zoveel vragen. De moeilijkste: sta je stil bij de daders? Neem je hen ook mee in je gedachten? Natuurlijk zijn er tips voor ongemakkelijke gesprekken zoals deze, maar wat is de  aard van zo’n gesprek? Waar is het van afhankelijk? 

Een goede relatie met je leerlingen is een van de belangrijkste voorwaarden om met elkaar vooruit te komen. Je durft dan meer, aan beide kanten. Ook als de situatie erg ongemakkelijk is, weet je elkaar toch vast te houden. Dit is een open deur, maar het onderwerp van de interpersoonlijke relatie laat ons maar niet met rust, moeilijk als deze is. Het toeval wil dat een jonge onderzoekster, Anna van der Want, deze week op dit onderwerp is gepromoveerd. 

Volgens haar gaat het om het matchen van gewenste houdingen, zoals leidend/sturend, helpend/vriendelijk en begrijpend met een bepaalde waardering van situaties in de klas. Die waardering wordt uitgedrukt met ‘invloed’ en ‘nabijheid’. Is de leraar nu nabij en heeft hij nu invloed of te weinig, of helemaal niet? Als dit matchen lukt, is er aan die belangrijke relationele voorwaarde voldaan. Deze situatie is in het model van de onderzoekster hieronder, rechtsboven in de cirkel getekend.

Interpersoonlijke Cirkel (bron: NRO nieuwsbrief)

Maar er is in de klas veel meer nodig om met elkaar in balans te kunnen zijn. Behalve een goede relatie zijn de inhoud van het onderwijs en de bedoeling van het onderwijs belangrijk. Deze drie punten, waar Gert Biesta op wijst: relatie, inhoud en bedoeling, moeten met elkaar in samenhang worden gezien. Je kunt namelijk geen goede relatie met je leerlingen opbouwen als de twee andere punten niet goed vervuld zijn. Zonder die punten ben je als leraar geen pedagoog. Een leraar die pedagoog is houdt lesgeven en opvoeden bijeen.

Voor het tweede punt, de inhoud van het onderwijs, is relevantie belangrijk. Maar waarom is iets relevant? Moeten we niet eerst nadenken over de richting waarheen wij de jonge mensen willen brengen? En hoe zien wij hen eigenlijk? Hoe zouden wij ze willen zien? De discussie over ons onderwijs in 2032 moet daarover gaan.  
Voor het derde punt, de bedoeling van het onderwijs, geldt dat er kennisvakken moeten worden gegeven, dat er vaardigheden moeten worden geleerd, dat er moet worden opgevoed én dat er oog is voor de persoonsvorming van elke leerling afzonderlijk. Negatief uitgedrukt: als de leerling zich als persoon niet onvoorwaardelijk door de leraar gewaardeerd voelt, komt er van die andere punten veel minder terecht. Tenminste, die kans is groot.  

Onderwijs is geen laboratorium. Het is niet zo dat eerst aan alle voorwaarden voldaan moet zijn voordat er iets kan gaan gebeuren. Neen, elke dag is de klas er gewoon. Maar dan. ‘Het is gewenst dat ik nu over de aanslagen in Parijs begin, maar is het nu ook wenselijk?’ Op zo’n moment komt het aan op de praktische wijsheid van de leraar. Hij weet dat hij ook pedagoog moet zijn. Hij weet dan ook dat het een waagstuk is om over aanslagen te beginnen. Maar als hij dat doet, kiest hij misschien voor de volgende opening van het gesprek met de klas (uit de column van Tinkebell in Trouw van 17 november):   

Later that night
I held an atlas in my lap
ran my fingers across the whole world
and whispered
where does it hurt?
it answered
everywhere
everywhere
everywhere 

Zie ook dit filmpje. Een jongetje dat met zijn vader en een journalist spreekt over de bloemenzee en kaarsjes. Twee pedagogische volwassenen. 

Reacties

Door Ina ter Avest op 19 nov 2015 | 21:20

Laten we niet vergeten dat de docent bij zich zelf te rade moet zijn gegaan met betrekking tot thema's die mogelijk leiden tot 'ongemakkelijke gesprekken in de klas' - iets dat mijns inziens trouwens met willekeurig welk thema kan gebeuren. Het 'ongemakkelijke' zit in het ongemak dat de docent zelf ervaart met betrekking tot het thema en de reacties die het kan oproepen.
Zelfkennis van de docent(e) en daarmee samenhangend onbevreesd zijn voor het ongemak, en diens/haar competentie tot het voeren van een dialoog, zijn voorwaarde om 'ongemakkelijke gesprekken' op z'n minst samen uit te houden en in het beste geval te transformeren tot ontwikkelingsmomenten - voor docent en leerlingen. En last but not least: oefenen, oefenen, oefenen, en gezamenlijke reflectie daarop.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18