U bent hier

Met mate meten

De veronderstelling is dat het internationale bedrijfsleven investeringsbeslissingen mede laat afhangen van het opleidingsniveau van de lokale bevolking. Economen beweren op hun beurt dat onderwijs een factor van economische groei is. Voeg daar het beeld van de ‘kennissamenleving’ aan toe en we begrijpen waarom de scholen onder een vergrootglas zijn komen te liggen. 

Maar waar kijken we dan naar? Een warboel van karakteristieken. Alleen wie de tijd wil nemen ontdekt een patroon dat op de een of andere manier is verbonden met een jaarplan en werktaken; met ontmoeting tussen jong en oud; met werken en nakijken; met vreugde en teleurstelling. De school heeft een eigen sfeer, ademt continuïteit, reikt naar de toekomst en het verleden, ze heeft iets in zich dat stand houdt, zoals in een levend schepsel. (Deze alinea is ontleend aan het voorwoord in Tien vensters van goed onderwijsbestuur, Bond KBO, 2011. De passage is een variatie op England Your England (I) van George Orwell.)

Echter, de logica van het bedrijfsleven (met in zijn kielzog de politiek) lijkt de school tot meer orde te moeten dwingen, of liever: tot een andere orde. De orde van PISA, een index die de vergelijking tussen de onderwijsprestaties van landen mogelijk maakt. Steeds meer naties sluiten zich aan en geven thuis opdracht aan de scholen veel meer te gaan meten. De inzet is, zoals gezegd, hoog: de staat van de economie. “De slechte PISA-uitslagen in 2010 en 2013 zenden wereldwijd signalen naar ondernemers uit dat wij in Wales onderwijsmislukkelingen zijn”, aldus een hoogleraar onlangs op walesonline.co.uk. Deze week stond in een Engelse krant dat het rekenonderwijs er te zwak is om bedrijven aan te trekken, die big data als grondstof hebben. Bijna dagelijks verschijnt dit soort berichten over slechte meetresultaten. De druk op scholen neemt toe.

Wonderlijk genoeg stuurde staatssecretaris Dekker zojuist een tamelijk nuchtere brief over meten naar de Tweede Kamer. Natuurlijk, hij steekt de loftrompet over ‘datagestuurd onderwijs’, maar nadat we deze newspeak over ons heen hebben laten komen, blijft de meting van de vooruitgang van de leerling met behulp van twee meetmomenten met proefwerken over. Alleen deze ‘leerwinst’ is op een verantwoorde manier te meten. Wat de school daar precies aan heeft bijgedragen (haar ‘toegevoegde waarde’) valt niet te berekenen. Geldt dit ook voor de sociale ontwikkeling? Zou de ‘groeiwinst’ van leerlingen wel kunnen worden berekend? Ook dat wordt uitgezocht. De uitkomst daarvan laat zich raden: te complex. Te kunstmatig ook.               
                

 

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18