U bent hier

Leraar, wat nu?

Edele verontwaardiging sprak er uit deze lerares wiskunde, een scheikundige, toen zij over een rekenmethode vertelde, waarvan zij een promotiefilmpje liet zien. Het is de reclametaal en de pseudowetenschap waarover zij valt. Zij voelt zich daardoor niet serieus genomen en verzet zich tegen in haar ogen modieuze veranderingen die worden opgelegd, zoals de rekentoets. 
Maar je kunt je natuurlijk ook vrolijk maken. Een leraar economie vertelde eens over zijn interim-directeur, die zijn eerste presentatie over een nieuwe toekomst voor de school met slogans had gelardeerd. “Hopelijk gaan we niet de kant van Noord-Korea op”, had de leraar toen voor zich uit gebromd, waarop er besmuikt werd gelachen.
“Leraren zijn geen personeel”. Zo’n tien jaar terug tekende ik dit op uit de mond van een schoolbestuurder. Het werkt niet, had hij gemerkt.

Wat nu? Geen personeel, maar meer eigen baas? Hoe dan? Dat leraren ontwerpers van eigen lessen zouden zijn, regelmatig hoor je dit, is in de romantische tijd, de jaren zeventig van de vorige eeuw, op scholen serieus geprobeerd. Methoden werden weggedaan, met niets werd opnieuw begonnen. Een lerares uit het basisonderwijs blikt daar op terug: “Wij hadden één geloofsartikel: aansluiten bij de belevingswereld van het kind. Alles moet voor hem betekenisvol zijn, de basisvaardigheden ’s morgens, thema’s ’s middags. Wij waren idealistisch. Maar de onzekerheid sloeg toe: leren de kinderen wel genoeg, bieden wij voldoende aan? Druppelsgewijs grepen wij terug op methoden. Waarom het wiel opnieuw uitvinden? Wij zijn lesgevers, geen ontwikkelaars van methoden.” Een voormalig rector van zo’n vernieuwende school uit die tijd zei me naderhand: “We hielden het niet vol. Doodop waren we.”

De wiskundelerares hierboven eindigde haar presentatie met een plaatje waarop een kleine man stond, te midden van twee reusachtige gestalten. “Ik weet ook niet hoe het nu verder moet”, verzuchtte ze. Kortgeleden sprak ik een groepje schoolleiders in het basisonderwijs. Zij weten het wel. “Hoe duidelijker de kaders zijn”, zei een van hen, “hoe overzichtelijker het voor leraren is. Daar hebben zij veel behoefte aan.” Maar zij bedoelden niet overheidskaders of het kader van een methode. Zij hadden het over schoolbeleid dat in interne netwerken van leraren tot stand komt. Het is de schoolleider die toeziet en toeschiet als dat nodig is. Maar hij doet meer, hij anticipeert. Een van hen vertelde: “Ikzelf ben al weer verder met het beleid rond toetsen. Leraren zijn op toetsen ingesteld, geïndoctrineerd zelfs, maar straks houden wij een tweedaagse en bepalen we samen opnieuw wat wel en wat niet getoetst moet worden.” 

De leraar, geen personeel, geen eigen baas, maar lid van een team, een vaksectie, bijgestaan door iemand die het overzicht goed bewaart en op tijd inspringt. Zo’n combinatie kan tot goed onderwijs leiden.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18