U bent hier

Hoe lesgeven de pedagogische kern van onderwijs kan raken – Deel 3

Vorige week verscheen de Nederlandse vertaling van The Rediscovery of Teaching, een boek uit 2017 van de onderwijswetenschapper Gert Biesta. In het Nederlands is de titel De terugkeer van het lesgeven. Het is een aparte titel die vragen oproept. Wordt er dan niet meer lesgegeven? Waarom zou of moet lesgeven terugkeren en wat bedoelt Biesta eigenlijk met dit woord ‘lesgeven’? Verus vindt dat Gert Biesta een belangrijke bijdrage levert aan de discussie over goed onderwijs. Om die reden presenteert Verus in vier delen een ‘navertelling’ van De terugkeer van lesgeven. Deel 3.

Het lesgeven moet aan het onderwijs worden teruggeven, stelt Biesta, waarmee hij nadrukkelijk niet wil zeggen dat het aan de leraar moet worden teruggegeven. Wat wil hij dan wel zeggen?    

Ten eerste plaatst Biesta onderwijs mede in het licht van volwassenheid. Het is de bedoeling dat bij de jonge mensen een verlangen wordt gewekt om op een volwassen manier in de wereld te zijn. Daarover gaat het eerste luik.

Vervolgens maakt Biesta duidelijk dat de grote nadruk in het onderwijs op het leren, deze volwassenheid in de weg zit. Hij laat zien dat in het onderwijs niet alles zou moeten draaien om leren. Tot zover het tweede luik.

Het derde luik, dat hieronder volgt, is bedoeld voor een verdieping van begrip van lesgeven. Het kernpunt ervan is het te boven komen van wat Biesta ‘ego-logica’ noemt, waardoor niet meer de leerling centraal staat maar ontmoetingen met de ander en het andere. Die ervaringen stimuleren het volwassen-zijn van de leerling, ze kunnen een volwassen vrijheid uitlokken. Zo kan lesgeven emancipatorisch zijn.        

Lesgeven ter discussie

De manier van lesgeven staat al heel lang ter discussie; vooral geldt dit voor het traditionele lesgeven, dat leerlingen passief zou maken. Lesgeven zou leiden tot verveelde toehoorders. Maar het is nog maar de vraag of toehoorders passief zijn. We weten dat niet. Het zou best kunnen dat leerlingen zich uitgedaagd voelen, dat zij gefascineerd zijn, geïnspireerd. Onderschat hun vermogen om een les in zich op te nemen, niet. Overigens, is het niet komisch dat populaire instructielessen, die op internet staan, dezelfde opzet hebben als de klassieke les?

Biesta vindt dat er iets mis is met de voortdurende kritiek op het traditionele lesgeven, maar een terugkeer van het lesgeven is een moeilijk begaanbaar pad. Dit heeft te maken met een conservatieve stroming in de samenleving, die de leraar wil gebruiken voor een herstel van law and order, waarmee onderwijs feitelijk over vrijheidsinperking zou gaan, wat niet de bedoeling is. Het alternatief van progressieve zijde lijkt te zijn, dat de leerling zich met zijn eigen leerproces bezighoudt en dat de leraar hem daarbij helpt; hij faciliteert zo’n proces.

Biesta vindt het opmerkelijk dat een derde kijk op lesgeven nog nauwelijks wordt overwogen. Die blik is gericht op de emancipatie van de leerling, dat wil zeggen: zijn verlangen volwassen te worden, zijn volwassen vrijheid, die mede door het lesgeven van zijn leraren een kans heeft.

Het belang van lesgeven

Hier gaat het nu om een kernpunt van Biesta’s denken, de existentiële dimensie die hij aan het lesgeven verbindt. Meerdere keren is opgemerkt dat hij lesgeven mede in het teken van de volwassenheid van de leerling plaatst, maar welke gedachten over volwassenheid heeft hij? Wat is een volwassen mens?

De beantwoording van deze vragen gaat volgens hem niet simpel om een keuze uit levensbeschouwingen waarnaar vervolgens blijmoedig wordt gehandeld. Of dat eenvoudigweg een levensbeschouwing wordt gegrondvest, ook weer met de bedoeling ze als richtsnoer te nemen.

Biesta stelt dat dit allemaal niet nodig is, noch is het onvermijdelijk.

Hij benadert het werkelijke leven anders, overigens niet eenvoudigweg tegenovergesteld. Hij laat zich daarbij leiden door Emmanuel Levinas (1906-1995). Deze filosoof stelt in het leven de ontmoeting met de ander centraal, met alle onzekerheid van dien. De onzekere kant van ontmoetingen is immers een gegeven en precies dit heeft Biesta als invalshoek van zijn denken over onderwijs en lesgeven gekozen.

Met Levinas is Biesta van mening dat volwassenheid een kans krijgt wanneer iemand exclusief door een ander wordt aangesproken, of hij nu wil of niet. Buitenaf wordt er geroepen. Een roep die een uitnodiging of een aanmoediging kan zijn. Gaat degene die geroepen wordt er op in of wendt hij zich af? Het is een gebeurtenis, een existentiële situatie, waarin hij subject is: hij en hij alleen moet iets doen, niet plichtmatig maar als vrij mens.

Het is deze benaderingswijze van het leven die Biesta wil gebruiken om een beter begrip van lesgeven te kunnen ontwikkelen, maar ook om te laten zien dat de ervaring onderwezen te worden (lees: te worden aangesproken) iets belangrijks van ons menselijk bestaan blootlegt. En in dat verband zegt hij bezorgd te zijn over de teloorgang van het lesgeven. Dat het aan belang heeft ingeboet, zal nog tot ver buiten de school gevolgen hebben.            

De ego-logica te boven komen       

Dat het lesgeven, in de betekenis die Biesta er aan geeft, op de terugtocht is, hangt samen met de levensbeschouwing die in het moderne leven de overhand heeft en als egocentrisch geldt, wat niet een ander woord voor egoïstisch is. Het is een denkwijze die gebaseerd is op de aanname van het bestaan van een ‘menselijk zelf’ dat als een zelfredzaam ego wordt opgevat. Vanuit dit perspectief op het mens-zijn wordt aan alles wat buiten dit zelf ligt betekenis gegeven. Dit noemt Biesta ‘ego-logica’. De mens geeft op die manier zin en betekenis aan het leven.

Maar heeft de wereld zelf misschien niet een eigen betekenis? Heeft ze zelf misschien iets te zeggen tegen de mens tegenover haar? Kortom, zou niet eens verder dan de ego-logica gekeken moeten worden?  

Biesta brengt daarvoor een ‘ethiek van subjectiviteit’ in, een benadering van de vraag naar het subject-zijn, dat in het geding komt op het moment dat wij worden aangesproken. Op dat moment gaat het om onze vrijheid om ons volwassen te tonen of niet. Het is het verantwoordelijk-gesteld-worden, waarvan we altijd nog kunnen weglopen, want dat is onze vrijheid.  

Dit inzicht is er niet zozeer vanwege de kennis waarover zo iemand beschikt of voorschriften die hem tot een bepaalde reactie aanzetten, maar het is er omdat subject-zijn en vrijheid in het geding komen, wanneer we verantwoordelijkheid ontmoeten. Dit is het antwoord op de kernvraag: wat betekent het om als mens, als subject te bestaan?

Leerlingen als robotstofzuigers

Maar gemakkelijk is het niet om met de ego-logica te breken. Ze is alom werkzaam en het gevaar is dat alternatieven ook weer een centrum hebben van waaruit aan alles en iedereen zijn ‘ware’ betekenis wordt gegeven, terwijl in een ethiek zoals Levinas en Biesta verbeelden geen centrum bestaat. Hun gaat het om ontmoetingen.

Bevangen door de ego-logica is het onderwijs intussen hard op weg definitief de leerling centraal te stellen. Biesta maakt een vergelijking met de opmars van het gebruik van het algoritme, bijvoorbeeld in stofzuigers, waarvan de jongste, gerobotiseerde generatie, niet alleen zichzelf bestuurt, maar ook dankzij ervaringen effectiever gaat zuigen.

Dit lijkt op wat in het moderne onderwijs gaande is. Langzaam maar zeker wordt het curriculum (dat over lesstof gaat die overgebracht moet worden, dat over inhoud gaat die door leerlingen verworven moet worden) ingeruild voor mogelijkheden om te leren. Dit zijn trajecten waarlangs leerlingen op geïndividualiseerde, flexibele en steeds zelfstandiger wijze, vaardigheden verwerven, competenties waarmee zij in de maatschappij inzetbaar zijn. Tijdens hun schooltijd zijn leerlingen voortdurend bezig de kloof tussen hun beheersingsniveau en inzetbaarheid te verkleinen. In zo’n situatie is de leraar de ontwerper van hun leeromgevingen. Aan overdracht doet hij niet meer. Lesgeven is niet meer nodig.

De achterliggende gedachte is helemaal niet nieuw en ontleend aan het denkkader van biologen, namelijk dat een organisme zich herstelt en vernieuwt vanwege een constante interactie met zijn omgeving. De invloedrijk onderwijsdenker John Dewey baseerde zijn ideeën erop. Van hem is de uitspraak dat men nooit rechtstreeks lesgeeft, maar indirect, dat wil zeggen: met behulp van de omgeving.

De onderliggende antropologie vertelt ons dat de mens een wezen is dat door doen en ondergaan, al interpreterend en begripsvormend een relatie met de natuurlijke en sociale wereld onderhoudt. Biesta noemt dit de hermeneutische levensbeschouwing, die je als waar zou kunnen opvatten, maar hij raadt ons aan een pas op de plaats te maken. Twee vragen heeft hij bij deze levensbeschouwing. Heeft de wereld zelf en onvoorwaardelijk een eigen stem? En kunnen wij zelf (in deze wereldbeschouwing) er door worden aangesproken? Biesta meent van niet en spreekt van twee beperkingen van de hermeneutische levensbeschouwing. De cruciale vraag is of dat wat buiten ons ligt zelf betekenis heeft of slechts door ons een betekenis krijgt opgedrukt. 

Zelf betekenis hebben of opgedrukt krijgen   

Als alles in het leven afhankelijk is van betekenissen die mensen eraan geven, staat dat alles op losse schroeven. Alles is betrekkelijk. Het ontbreekt dan aan een onomstotelijk criterium. Aan de hand daarvan zouden wij een oordeel kunnen vellen over de kwaliteit van de verschillende betekenissen die aan ‘iets’ zijn gegeven. Maar zonder gezaghebbend criterium is oordelen niet mogelijk. Relativering resteert.

Opnieuw verwijst Biesta naar Levinas. Dit relativisme mag worden opgevat als een weigering om jezelf in de ander te verplaatsen, terwijl  zo’n verbinding nu juist een opening biedt om met het gebrek aan een overtuigend criterium te kunnen omgaan. Het engagement met de ander, degene die echt anders is, en de ervaring met weerstanden, aan beide zijden, is bron van zinvolheid die oriëntatie biedt. Levinas ziet dit als een eerste opening.

Zo’n ontmoeting is een werk (ook wel omschreven als liturgie of dienstverlening) dat het zelf van iemand verandert en een verlangen opwekt. Het is werk dat wij doen zonder op een wederdienst te rekenen. Levinas spreekt van ethiek op zich – als de vooronderstelling van alle cultuur en betekenisgeving. Zin en betekenis bevinden zich in ethiek. Ze zijn er al, ze gaan aan alles vooraf.    

Denk nu eens aan de betekenis van het woord ‘leerling’. Is de jonge mens een leerling die vooral aan zijn inzetbaarheid moet werken of spreken we van een persoon, een vrij mens die met iets mee kan gaan of wellicht weerstand wil bieden? Kortom, is hij iemand die, in de woorden van Biesta, werkt aan zijn volwassen vrijheid? Anders gezegd: geven wij het kind een betekenis of heeft het dat al? In de ontmoeting, tijdens het lesgeven zal het laatste blijken.   

Dienstverlening, liturgie          

Eerder vertelde Marjolein Suiker [zie eerste luik] over haar werk op een manier die doet denken aan de uitleg die Levinas van ‘werk’ geeft. Zij zei: “Zo ben ik heel erg met het leven bezig. De kinderen zijn geïnteresseerd en ik leer van hen. Dat vind ik fijn. Zo kan ik het volhouden.” Levinas gebruikt voor ‘werk’ het woord ‘liturgie’, dienst, en hij doelt op een ontmoeting tussen mensen die hen doet veranderen en waar een verlangen naar uitgaat, maar niet omdat iets wordt terugverlangd, juist niet. Het gaat om werk zonder er iets voor terug te vragen. Les-geven.

Toen ik Marjolein sprak gaf zij nog geen tien jaar les. Hoe is het mogelijk, vroeg ik mij af, dat zij zich meestal zo zeker voelt over haar aanpak van de leerlingen? Zij antwoordde: “Ik ontwikkel met ieder kind een goede band. Ik houd van ieder kind en ik ben oprecht in hen geïnteresseerd. Als je geïnteresseerd bent, voelt een kind dat. Als ik geen tijd heb, zeg ik dat ook. Als de band met de kinderen goed is, kom je veel te weten.” Marjolein gebruikt het woord ‘oprecht’, waar ook Levinas zich van bedient. Hij heeft het over situaties waarin de ander niet iemand is om mee samen te werken, hij is geen buurman of klant, maar een gesprekspartner met wie een oprecht contact is. Daarmee is zo’n ontmoeting een eerste, cruciale opening. We moeten denken aan situaties waarnaar verlangd wordt, maar niet om zo eigen behoeften te ledigen. De ego-logica is er afwezig, zin- en betekenisgeving blijven achterwege. Het gaat ook niet over een bekwaamheid. De ander is aanwezig in zijn oer-gedaante. De ander ontleent zijn betekenis niet aan wat wij van hem vinden. En dat geeft betekenis aan hoe wij verder handelen, het geeft een richting aan – om relativisme voorbij te kunnen gaan. Dit maakt de ontmoeting  begrijpelijk en oprecht, ze is een dienst zonder meer. Marjolein Suiker vertelde daarover nog: “Ik heb één keer meegemaakt dat het niet klikte. Daar heb ik veel verdriet van gehad. Het kind is toen uit mijn klas gegaan. Ik was handelingsverlegen, ondanks de tips van een expert die mij in de klas bezocht. Niets hielp.”

Subjectiverende ethiek       

Deze ervaring van Marjolein leert ons dat er in relaties iets op het spel staat. Wij zelf staan op het spel. Levinas spreekt van fundamenteel ethische ontmoetingen, die door een bepaalde communicatie worden gedragen. Hoe wordt er dan gecommuniceerd?

Nogmaals, de ander komt niet tot ons zoals wij hem menen te zien. Los van de context van de ontmoeting, kan hij zijn gelaat tonen, waarachter zijn roepen vandaan komt. De ander spreekt tot ons, hetgeen een uitdaging is, zonder dat wij ons daarvan bewust zijn (want anders zouden wij toch weer met betekenisgeving bezig zijn). De gebeurtenis staat op zichzelf en verontrust het ware egoïsme van ons ego. Wij, subjecten, voelen ons groepen en begrijpen dat de oproep alleen ons geldt.

Levinas noemt dit subjectiverende ethiek. Biesta ziet daarin een tweede opening om tot iets goeds te komen. Ze is het criterium waarnaar we zo op zoek zijn. De communicatie die tijdens zo’n ethische gebeurtenis ‘wordt gebezigd’, vindt haar oorsprong in de oproep die de ander tot ons richt. Op dat moment krijgt ‘betekenis’ haar zin (denk terug aan de betekenis van het woord ‘leerling’) en wordt echt. De ontmoeting is op dat moment waarachtig. De roep die wij beluisteren kunnen we niet reduceren tot de subjectieve indruk die we ervan hebben. We worden door de ander bij de lurven gepakt, we ontwaken zo uit ons suffige bestaan, of we dat nu wel of niet willen. Wij gehoorzamen het Meest Hoge. Niet omdat een universele waarde onze wil aanstuurt, maar omdat de liefde wordt gehoorzaamd. Door de liefdevolle relatie heen worden wij ons ‘zelf’.      

Lesgeven voorbij ego-logica

Dat Marjolein Suiker eerder vertelde dat zij van ieder kind houdt en oprecht in kinderen geïnteresseerd is, trekt nog eens de aandacht in het licht van Levinas’ filosofie. Zijn gedachte dat ons subject-zijn niet door onszelf via interpretatie en aanpassing gevormd wordt, maar tot leven komt vanwege een roepen buiten ons, een roep van buiten die onze innerlijkheid onderbreekt, maakt een andere kijk op lesgeven mogelijk.

Onderwijs dat autoritair is of de leerling zonder meer centraal stelt, brengt het reële risico met zich mee dat zowel de leraar als de leerling niet tot hun recht komen. Beiden dreigen als objecten te worden vastgepind. Beider onvrijheid zou daarmee worden bekrachtigd en beiden zullen nooit hun subject-zijn ontmoeten.

Onderwijs betekent (ook) een lesgeven dat ons uit onze innerlijkheid wegtrekt en voorbijgaat aan onze verlangens, onze ego-logica. Dit lesgeven draait ons naar de wereld zodat wij een ‘zelf-subject’ kunnen worden, volwassen mensen die in de wereld staan.      

Reacties

Door Jan Pieter van ... op 16 jun 2018 | 09:57

Goede samenvatting ga het boek kopen

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18