U bent hier

Hoe lesgeven de pedagogische kern van onderwijs kan raken

Binnenkort verschijnt de Nederlandse vertaling van The Rediscovery of Teaching, een boek uit 2017 van de onderwijswetenschapper Gert Biesta. In het Nederlands is de titel De terugkeer van het lesgeven. Het is een aparte titel die vragen oproept. Wordt er dan niet meer lesgegeven? Waarom zou of moet lesgeven terugkeren en wat bedoelt Biesta eigenlijk met dit woord ‘lesgeven’? Verus vindt dat Gert Biesta een belangrijke bijdrage levert aan de discussie over goed onderwijs. Om die reden presenteert Verus in vier delen een ‘navertelling’ van De terugkeer van lesgeven. Deel 1

In weerwil van alle sombere berichten over het lerarenberoep zei Marjolein Suiker, die in het basisonderwijs werkt, eens: “Ik ben geen ochtendmens, maar als ik onder de douche sta, denk ik, ja, ik heb zin. Buiten voel je de wind, de kinderen zijn enthousiast als zij mij zien aankomen. Zo ben ik heel erg met het leven bezig. De kinderen zijn geïnteresseerd, en ik leer van hen. Dat vind ik fijn. Zo kan ik het volhouden. Dan denk ik, werkdruk? Dat valt wel mee. Ik doe het voor de kinderen. Het is zo mooi dat ik met hen over kwesties kan praten, zoals over het milieu, over afval scheiden. De kinderen zijn daar heel erg mee bezig. Dat leidt tot geweldige spreekbeurten. Dat vind ik mooi.”

Pedagogische bedoeling van onderwijs

Enkele jaren geleden vertelde Marjolein mij over haar beroepsuitoefening. Haar verhaal staat in: Leraar, hoe doe jij dat? Vakmanschap in beeld, een boek uit 2017 waar ook Gert Biesta aan meewerkte. Biesta is een internationaal opererende onderwijswetenschapper. In het inleidend hoofdstuk wijst hij op een ander citaat uit het interview met haar. Marjolein vertelde: “De opbrengst moet in orde zijn, maar de manier waarop dat voor elkaar komt is aan mij en de school. Ik kan mijn persoonlijkheid inbrengen.” Biesta onderstreept dit laatste. Hij schrijft: “De manieren waarop de leraren zelf gevormd zijn – in hun opleiding maar zeker ook door het leven – speelt een belangrijke rol in de manier waarop ze zelf in hun leraarschap staan.” Met andere woorden: hoe een leraar werkt is veelzeggend. Dit laat zijn menselijke kant zien, zijn toestand, zijn hoogst eigen persoon, waarmee nadrukkelijk niet zijn identiteit wordt bedoeld. Het gaat om zijn manier van doen, handelen, zijn eigen manier van volwassen zijn, waar Biesta overigens veel waarde aan hecht.

Volwassenheid veronderstelt namelijk een bestaanswijze zonder jezelf in het middelpunt te plaatsen, wat wel als een voorwaarde gezien mag worden om betrokken te kunnen zijn bij de volwassenheid van jonge mensen. Dit is belangrijk want in Biesta’s visie is het opwekken van een verlangen naar een volwassen levenswijze de pedagogische opdracht van het onderwijs. Wat kan de leraar daaraan doen? Lesgeven.

Kwetsbaar onderwijs

Vorig jaar verscheen van Biesta’s hand een boek over lesgeven, getiteld The Rediscovery of Teaching. Het is nu in een Nederlandse vertaling beschikbaar en kreeg als titel mee: De terugkeer van het lesgeven. Het is een aparte titel want het lesgeven lijkt definitief op zijn retour te zijn. Het moderne onderwijs zou uit leertrajecten moeten bestaan, voor iedere leerling afzonderlijk. De leraar zou voortaan hun coach zijn.

Gert Biesta kiest wel meer curieuze boektitels. Zo heet een ander boek van hem Het leren voorbij en heeft als ondertitel Democratisch onderwijs voor een menselijke toekomst. Weer een ander boek heet Het prachtige risico van onderwijs. Het zijn titels die te denken geven omdat in de heersende opvattingen onderwijs vooral over het leren gaat, dat bovendien als maakbaar wordt voorgesteld, wat een belofte van succes inhoudt. Biesta daarentegen beschouwt onderwijs als een kwetsbaar en complex proces, waarin een bepaalde kwalitatieve ontmoeting tussen de leraar en zijn leerlingen van grote betekenis is. Het leren krijgt volgens hem te veel nadruk, waardoor voor zo’n ontmoeting weinig ruimte is.

Dit is een tegengeluid en dat is belangrijk, want discussie is altijd nodig. Daarom wil ik over Biesta’s nieuwste boek proberen te vertellen en zal dat in vier delen doen.

Vierluik over De terugkeer van het lesgeven

Het eerste luik, dat hieronder staat, gaat over een van de bedoelingen van onderwijs, die dus neerkomt op de volwassenheid van de jonge mensen, hun emancipatie. Het is aan de leraren om hen daartoe mogelijkheden te bieden. Concreet betekent dit dat zij een vrijheidsverlangen bij de leerlingen proberen op te wekken.

Het tweede luik, dat volgende week verschijnt, zal laten zien dat deze bedoeling van het onderwijs in het gedrang is gekomen door een al te grote nadruk op het leren. Bedenk dat leren maar een van de manieren is om in het leven te staan. Leraren moeten ook andere mogelijkheden bieden, vindt Biesta. Het is dan wel nodig lesgeven van leren te bevrijden.

Het derde luik, dat over twee weken zal verschijnen, is bestemd voor een toelichting op de terugkeer van lesgeven. Wat heeft dit met de bestaanswijze van leraar en leerlingen te maken? Ze zijn subjecten: denkend, voelend en willend. Goed, maar welk gevolg heeft dit voor onderwijs, voor lesgeven? Het vierde luik, dat daarna verschijnt, zal over de taakopvatting van de leraar gaan en zal lesgeven voorstellen als een weergaloosheid die gebeurt tijdens de dagelijkse gang van zaken op school.

EERSTE LUIK

Wat is de opdracht van onderwijs?         

De pedagogische opdracht van het onderwijs is bedoeld om mogelijkheden voor leerlingen te scheppen waardoor zij hopelijk met hun vrijheid leren omgaan, of anders gezegd: hun verantwoordelijkheid leren nemen, zonder zichzelf daarbij in het middelpunt te plaatsen. Hun verlangen naar zo’n volwassen manier van leven, kan door lesgeven worden opgewekt. Het is de hoop dat leerlingen gaan verlangen naar een volwassen manier van leven, in en met de wereld.

Volwassenheid is in zijn visie geen ontwikkelingsstadium of het resultaat van een ontwikkelingstraject, maar een bepaalde kwaliteit van het leven dat iemand leidt. Wat dit inhoudt, wordt ingeleid door de frase hierboven: ‘in en met de wereld [zijn]’. De suggestie is dat daar een keuze aan ten grondslag ligt. Het bestaan van de wereld (bedoeld wordt: de aarde en haar levende have) is niet een beslissing van de mensheid geweest, maar hoe wij met haar omgaan, is wel aan ons.

De vraag is hoe wij de wereld zien. Heeft ze in onze visie een onherleidbare integriteit of niet? Zien we de wereld als buiten onszelf staand, noch door ons gemaakt, noch tot onze beschikking staand, – of niet? In de visie van Biesta laat ons antwoord op deze vraag zien of wij een volwassen of een onvolwassen leven (willen) leiden. Zoals gesteld, volwassenheid betekent immers dat we onszelf niet in het centrum plaatsen, maar relaties proberen aan te gaan met ‘de aarde en haar levende have’ – dat wil zeggen: of we ons daar door willen laten gezeggen of niet. En als volwassenen proberen wij jonge mensen daarbij te helpen. Dat is de gedachte. We begrijpen dat dit onze verantwoordelijkheid is. Het is onze plicht zelfs, zonder dat een ander ons daartoe heeft aangezet. Het is geen plichtpleging. Verwar het ook niet met gevoelens van generositeit.

Maar waarom zouden wij het opwekken van een verlangen tot een volwassen levenswijze tot de opdracht van onderwijs moeten rekenen? Ook dat is een keuze. Maar het is een goede keuze want jonge mensen krijgen zo mogelijkheden om in en met de wereld te leven, zonder dus daarin het middelpunt te willen zijn. Bovendien onderstrepen wij zo het grote belang van onderwijs nog eens. Maar daarmee is onderwijs nog niet automatisch gerechtvaardigd! Met andere woorden: laten we niet te pretentieus zijn, waarschuwt Biesta.

Onderwijs als een moeilijke middenweg

Biesta zet vijf stappen om zijn gedachten over het opwekken van een verlangen tot een volwassen levenswijze in verband te kunnen brengen met de opdracht van het onderwijs. Achtereenvolgens gaat hij in op: de betekenis van de mens als subject; de uniekheid van de individuele mens; de zelf gevoelde opdracht om met de andere (unieke) mens (en het andere) de dialoog te voeren; volwassenheid als een kwaliteit van het bestaan en ten slotte de dimensies van onderwijspedagogische werkzaamheden.

  • Subject

Dat wij onszelf als subject zouden zien, houdt in dat wij handelende wezens zijn. Wij zijn initiatiefnemers, beginners. Wij wachten niet af, althans zo zou de bedoeling van ons mensen zijn. Wij zouden dan ook, terwijl wij met iets zijn begonnen, met rust gelaten moeten worden. Geef ons de ruimte. Maar wat er vervolgens met onze initiatieven wordt gedaan, of die door anderen worden opgevolgd, is altijd onzeker. Dat weten we. Wij handelen niet geïsoleerd. In sociaal opzicht leven wij bovendien in een gevarieerde omgeving. Daarmee hebben wij ons subject-zijn niet in eigen hand.

  • Uniekheid

Ieder mens is uniek, dat wil onder meer zeggen: onvervangbaar. We zien deze uniekheid verschijnen in situaties die ertoe doen, wanneer de onvervangbaarheid van iemand op het spel staat. Dit zijn existentiële situaties waarin zo iemand door een ander wordt geroepen. Exclusief; het beroep wordt alleen op hem gedaan. Maar de keuze is vervolgens aan hem. Zo iemand heeft de vrijheid om weg te lopen. Het gaat niet om situaties waarin plichtsbetrachting geldt, of om een instinctieve reactie die door de natuur al is ingegeven. Het zijn situaties waarin iemands voortkabbelende, schemerige bestaan wordt opgebroken, geïnterrumpeerd. Wat doet zo iemand dan? 

  • Middenweg

De roep van de ander met ‘ja’ beantwoorden, betekent de acceptatie van het anders-zijn van de roepende en, paradoxaal genoeg, van het verzet dat hij misschien biedt. De geroepene keert zich dan niet af. Ook tracht hij de ander niet te manipuleren. Hij gaat de dialoog met de ander aan.

Zie dit als een ongemakkelijke, regelmatig opgebroken middenweg. Wegkijken of manipulatie is eenvoudiger. Er is de wil en het verlangen op de middenweg te blijven. Het is een manier om de ander tot zijn recht te laten komen. Dit voelt als een opgave.

  • Volwassenheid

Op deze middenweg kan volwassenheid ontstaan, die overigens niet kan worden opgeëist of in bezit worden genomen. Volwassenheid wordt altijd bedreigd, uitgedaagd. Ze staat ter discussie, ze staat op het spel.

Het is niet eenvoudig om volwassenheid vol te houden omdat wij ons in een impuls-omgeving bevinden. Verleidingen zijn groot. Volwassenheid wordt geïnterrumpeerd. Maar er is een verlangen om daar goed mee om te gaan. Dat is een volwassen houding.

  • Onderwijswerkzaamheden

Onderwijs zou ook als zo’n weinig comfortabele middenweg mogen worden opgevat. Zo bezien kent het onderwijspedagogische werk daarom ten minste drie dimensies: onderbreking, uitstel en steun.

De eerste dimensie is de belangrijkste. Onderwijs is daarbij gebaat, in plaats van dat alles zo maar opkomt, groeit en bloeit. Interruptie – de roep van de ander – is een onderbreking van onze eigen innerlijkheid, onze suffigheid misschien.

De tweede dimensie, uitstel, is een principe van het onderwijs. Het betreft de manieren waarop onderwijs ingericht en vormgegeven moet worden, om zo tijd, ruimte en vorm te creëren voor leerlingen – om hun verlangens te ontmoeten en ermee aan de slag te kunnen.

Maar hier wordt niet morele opvoeding mee bedoeld. Het is die middenweg waarop moeizaam, maar toch afwegingen worden gemaakt tussen verlangens die opkomen en de handeling die daarop zou kunnen volgen. Met interruptie en uitstel wordt geprobeerd leerlingen op de middenweg te houden, want alleen daar kan volwassenheid worden bereikt.

De derde dimensie is steun. Steun betekent dat de leerling wordt geholpen het uit te houden in het midden tussen zelfvernietiging en wereldvernietiging. Het is heel belangrijk dat het onderwijs zijn leerlingen op die moeizame middenweg probeert te houden. Isolement is anders hun deel. Ze zijn dan niet ‘in en met de wereld’.

Het prachtige risico van lesgeven

Leerlingen zitten misschien helemaal niet te wachten op interrupties. Misschien zijn ze alleen maar uit op een hoog cijfer. Maar als de leraar dit negeert, is veel van zijn werk ruimte en tijd aan leerlingen geven, in de hoop dat zij toch hun verlangens weten te transformeren. Op zo’n wijze weet de leraar misschien zijn autoriteit te verdienen. Dat betekent dat hij met hen de dialoog voert, op ooghoogte dus. Naderhand zullen leerlingen misschien onderkennen dat bepaalde interrupties hun goed hebben gedaan. Dan is de macht van de leraar overgegaan in de autoriteit. Maar vooraf weten wij daar niets over. Daarom is lesgeven risicovol. De leraar loopt zelf risico. Uitkomsten van zijn werk zijn onvoorspelbaar.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18