U bent hier

Hoe de schooltoets ontaardt in poppenkast en hoe dit kan worden voorkomen

Toetsen behoren tot het gereedschap van de leraar, maar de laatste dertig jaar zijn politici zich ermee gaan bemoeien, wat trouwens een internationaal verschijnsel is. Hun gedachte is dat leraren beter lesgeven en leerlingen hoger presteren wanneer er regelmatig gestandaardiseerde toetsen worden afgenomen. Leraren en leerlingen zouden door de uitkomsten ervan geprikkeld raken om meer hun best te doen. De onderwijsprestaties zijn zo een toetssteen van de politiek geworden, die naar believen scholen ermee aanpakt. En zie het resultaat van haar bemoeienis: het is de staart die met de hond kwispelt. Alles draait om toetsen. Leraren leren hun leerlingen hoe zij met behulp van trucs voor toetsen kunnen slagen. Jonge leraren denken zelfs dat hun instructiewerk vooral daaruit bestaat.     

Selectie aan de schoolpoort

Het is opvallend dat de huidige regering de druk op het toetsengebruik juist vermindert. Vlak voor de zomervakantie schreef de minister een ootmoedig briefje waarin staat dat bij nader inzien de kleutertoets niet zo geschikt is. De kleintjes zijn er nog niet aan toe. De kleuterleidsters en andere deskundigen hebben toch gelijk gehad. Eerder werd een streep gezet door de wettelijke plicht van de diagnostische tussentijdse toets in het voorgezet onderwijs. En begin dit jaar deelde de minister in een tweet mee dat de rekentoets niet meetelt voor het VWO-eindexamen (van het afgelopen schooljaar).

Deze verlichting is ingegeven door de vrees dat politieke druk op toetsen ongewenst gedrag oproept. Denk aan de zogenoemde selectie aan de poort. Leerlingen worden niet toegelaten omdat hun eerdere schoolprestaties niet overtuigen. Zij drukken misschien het niveau op school en dat kan het oordeel van de onderwijsinspectie beïnvloeden. Meerdere Kamerleden zijn bezorgd.

Inflatiescores

Kamerleden zijn terecht bezorgd. De Amerikaanse schooltoetsdeskundige Daniel Koretz doet al ruim dertig jaar onderzoek naar het gebruik van gestandaardiseerde toetsen in het onderwijs en hij is er een voorstander van. De leraar beschikt daarmee over een objectieve, landelijke maat, die gebruikt wordt naast de eigen toetsen om zo tot een evenwichtige beoordeling van leerlingen te komen.

Maar dit samenspel met oordelen wordt ruw verstoord zodra de politiek de uitslagen van gestandaardiseerde toetsen gebruikt om scholen af te rekenen, aldus Koretz, die zijn onderzoek vooral richt op wat er juist achter de schoolpoort gebeurt.

Deze ingreep van de politiek corrumpeert al heel snel het idee van goed lesgeven. Zoals gezegd, leraren gaan leerlingen op deze toetsen voorbereiden, wat natuurlijk niet verkeerd is, maar zij doen dat op een doortrapte manier. Lesstofonderwerpen die niet getoetst worden, slaan ze over. Onderdelen van een lesstofonderwerp, die in de toets niet aan bod komen, worden ook genegeerd. En verder leggen leraren uit hoe er wordt getoetst en geven tips. Zij loodsen leerlingen door de toetsen; leerlingen worden afgericht. Daarmee zijn hun hoge cijfers inflatoir en het onderwijs zelf is zonder waarde. De onderwijswereld weet dit wel maar zwijgt erover. Er is een bedrieglijke cultuur ontstaan.

Fraude              

De topbestuurder van het Audiconcern, Rupert Stadler, zit al geruime tijd in voorarrest op verdenking van betrokkenheid bij grootscheepse fraude. Dieselauto’s overschrijden met hun emissie de milieunormen, maar dit feit is met behulp van gemanipuleerde software verdoezeld. Normen kunnen fraude in de hand werken. De eerdergenoemde Koretz verhaalt hierover in The Testing Charade (Pretending to Make Schools Better), zijn boek uit 2017. Deze Harvard-professor wijst op de sjoemelsoftware in de auto-industrie en haalt grote fraudezaken in het Amerikaanse onderwijs aan. Berucht is het geval van Parks Middle School in Pittsburgh, de buurtgemeenschap bij Atlanta, hoofdstad van de staat Georgia. De school zou worden gesloten, tenzij de prestaties van de leerlingen naar het niveau van de overheidsstandaards zouden stijgen. De school zorgde daarvoor, zelfs zo spectaculair dat argwaan werd gewekt en het schoolbestuur tegen fraude werd gewaarschuwd. Maar Beverly Hall, de superintendent (die eerder was gehuldigd als de meest succesvolle onderwijsbestuurder in de VS), negeerde dit. Zoals later uit justitieel onderzoek zou blijken, was op meerdere scholen van haar een fraudeleuze praktijk ontstaan, die bestuurlijk was afgedekt. Tientallen leraren en bureaumedewerkers moesten voor de rechter verschijnen en zijn veroordeeld. Dat Hall zelf niet achter de tralies belandde, kwam door haar overlijden. Zij riskeerde een straf van 45 jaar.

Wet van Campbell

Het lijkt wel een automatisme te zijn: zodra mensen aan een kwantitatieve maat worden gehouden, doen ze dingen die niet de bedoeling zijn. Met de maat wordt gemanipuleerd waardoor een te optimistisch beeld van de verbetering ontstaat: minder uitstoot van kwalijke gassen, hogere leerprestaties. Dat het om een wijdverbreid verschijnsel gaat, is voor wetenschappers aanleiding geweest om kortweg van de Wet van Campbell te spreken, genoemd naar Don Campbell, een van de grondvesters van de wetenschappelijke evaluatie. Meer dan veertig jaar geleden schreef hij al dat er problemen ontstaan als een hele belangrijke beslissing afhankelijk wordt gemaakt van één bepaalde indicator. Zo’n maat, waarschuwde hij, wordt dan voorwerp van corruptieve druk.

Dit dreigt bijvoorbeeld te gebeuren met de Eindtoets in het basisonderwijs, indien het onderwijskundig rapport dat over iedere leerling wordt opgesteld, door het voortgezet onderwijs wordt genegeerd en alle nadruk op de toetsuitslag komt te liggen. De uitslag van zo’n prestatieniveautoets, aldus Campbell destijds, kan een waardevolle indicatie zijn, mits er op een normale manier is lesgegeven. Maar zijn waarschuwing is dus in de wind geslagen, met name in zijn eigen land, de VS.

Toegevoegde waarde

Het is Amerikaanse politici een doorn in het oog dat leraren, die zwak overkomen, niet of nauwelijks kunnen worden ontslagen. Zwakke prestaties van leerlingen zijn niet gemakkelijk toe te schrijven aan hun leraar. Hun onderwijsgeschiedenis, het ouderlijk milieu, hun gezondheid zijn factoren die invloed hebben, naast het lesgeven van de leraar (en naast de onderwijskundige organisatie van de school). Hoe groot is het aandeel van de leraar aan het gebrek van de leerlingen? Dat is moeilijk te zeggen. Om die reden zal het ontslagbesluit wegens onvoldoende vooruitgang van leerlingen door de rechter worden vernietigd.

Het komt ook voor dat een school, onder verwijzing naar het reken- en leesniveau van haar leerlingen, zwak genoemd wordt, terwijl de leraren als vakmensen bekend staan. Ook met deze ongerijmdheid valt maar moeilijk te leven in de politieke wereld. Politici hebben naar een oplossing gezocht voor deze in hun ogen onverkwikkelijke situatie. Uit het bedrijfsleven en de economische wetenschap werd het begrip ‘toegevoegde waarde’ overgenomen. Wat voegt de school toe aan de ontwikkeling van de leerlingen? Wat voegt een leraar daaraan toe? Zo’n dertig jaar geleden is de Value-Added Modeling in gang gezet.

Waarde blijkt een getal

Om ‘waarde’ te kunnen vaststellen is besloten frequent te toetsen en daar op heel jeugdige leeftijd mee te beginnen. Door op gezette tijden te toetsen kan de vooruitgang van de leerlingen, bijvoorbeeld met spelling, worden berekend. Dat moet wel met gestandaardiseerde toetsen omdat er een maat nodig is waarmee prestaties kunnen worden gemeten en zo vergeleken. Zo is een basis gecreëerd om scholen en leraren af te rekenen. Een basis, die ingrepen op scholen en ontslag van leraren legitimeert.

Maar hoe waardevol gestandaardiseerde toetsen ook kunnen zijn, denk aan het werk dat Cito verricht, ze zijn niet geschikt om onderwijsprogramma’s, scholen of leraren te evalueren. Daar heeft Cito zelf ook al eens op gewezen. De onderwijsinspectie hier berekent de gemiddelde schoolscore op basis van de resultaten van de leerlingen op de Cito-Eindtoets en denkt daarmee de kwaliteit van een school te kunnen uitdrukken. Maar dit is onjuist, aldus Cito. De Eindtoets meet bepaalde prestaties van leerlingen, meer niet. In de VS is dergelijke kritiek consequent genegeerd, hetgeen voor de kwaliteit van het onderwijs grote nadelige gevolgen heeft gehad.

Negen principes om het beter te doen

Volgens Koretz zijn er in al die jaren met deze test-based accountability magere resultaten geboekt. Amerikaanse leerlingen zijn nauwelijks beter gaan rekenen en lezen, terwijl deze aanpak intussen serieuze negatieve effecten kent. Hij noemt de tijdverspilling als gevolg van de voorbereiding op toetsen; de trucjes die leerlingen moeten leren; de kortste weg die leraren kiezen en lesstof overslaan omdat naar hun inschatting deze niet getoetst zal worden; de manipulatie waar sprake van is wanneer zwakke leerlingen van de toets worden weggehouden; de regelrechte fraude en de stress bij leerlingen, hun ouders en onderwijspersoneel. De ironie wil dat door dit alles de eigenlijke functie van de gestandaardiseerde toets is ondermijnd. Betrouwbare informatie over de vorderingen van leerlingen is als gevolg van dit misbruik niet beschikbaar.

Hoe kan het beter? Koretz zegt daar negen principes voor te hebben. 

  1. Schenk aandacht aan andere belangrijke lesstof. Weet dat gestandaardiseerde toetsen betrekking hebben op slechts enkele domeinen. De Cito-Eindtoets is een voorbeeld.
  2. Breng meer dan alleen maar leerlingenprestaties in beeld. Wil een verantwoordingssysteem betrouwbaar zijn, zal het betrekking moeten hebben op alle onderwijsaspecten die van belang worden geacht. Breng ze dus in beeld, probeer dat. Echter, zonder dat er negatieve effecten optreden zoals bij het verkeerde gebruik van gestandaardiseerde toetsen. Denk aan de Wet van Campbell.
  3. Stel redelijke doelen. In het verleden stelde een Amsterdamse wethouder als norm dat de basisscholen 20% van hun leerlingen naar het HAVO verwijzen. Voor scholen met veel kinderen uit sociaal-zwakke milieus is zo’n norm onredelijk. Over de kloof tussen hoge en lage presteerders zegt Koretz, dat de oorzaak daarvan veelal buiten het bereik van de leraren ligt.
  4. Stop ermee de hond alsmaar harder te slaan. Het idee dat straf en beloning tot goede resultaten leiden, is belachelijk. Veel leraren zullen daadwerkelijk steun moeten ervaren, wil het niveau van hun leerlingen behoorlijk stijgen.
  5. Verwacht niet dat de school het allemaal wel zal opknappen. De buurt, de ouders, de sociale omstandigheden: het doet er allemaal toe.
  6. Schenk aandacht aan de omstandigheden waarin een school verkeert, denk aan haar context. Waarom gaat het op de ene school beter dan op de andere? Er zijn veel verschillende oorzaken, die allemaal om een speciale benadering vragen.
  7. Accepteer de behoefte aan de beoordelingen van professionals, onder wie leraren. Hun oordelen worden gewantrouwd, maar zijn onvervangbaar. Alleen toetsgegevens gebruiken, volstaat niet.
  8. Zorg ervoor dat prikkels elkaar in evenwicht houden. Denk na over andersoortige prikkels. Koretz zegt: “Ondanks de druk die leraren ervaren, heeft een groot deel van hen zich verzet tegen slecht lesgeven, ondanks eenzijdige prikkels. Maar het zou dom zijn om daar altijd maar op te blijven rekenen.”
  9. Breng in beeld, evalueer en verbeter. Ga niet af op louter toetsgegevens. Maar, waarschuwt Koretz, een bredere benadering is kostbaar, zowel financieel als politiek. Politici zijn geneigd om bochten af te snijden. Dat leraren niet zoveel aan de kloof tussen hoge en lage presteerders kunnen doen, komt ze slecht uit.

Reacties

Door Herman Godlieb op 6 sep 2018 | 16:36

Een uitstekend artikel. In dit verband lijkt het me waardevol het nieuwe Onderwijsresultatenmodel PO kritisch onder de loep te nemen. Het heeft er alle schijn van dat de inspectie de afgelopen tien jaar niets heeft geleerd.

Door Yvonne Vaes op 12 sep 2018 | 09:16

Mooi artikel.Het beschrijft precies wat er gebeurt.Is niet in belang van de leerling,ons onderwijs en de maatschappij.Ik probeer deze zienswijze al langer uit te dragen.Dit artikel helpt me hier enorm bij.Ook de 9 principes zijn helpend.Hartelijk dank hiervoor.

Door dr. Henk van de... op 8 sep 2018 | 13:10

Terecht wordt opgemerkt dat een toets een didactisch hulpmiddel voor de leraar is. Helaas eisen anderen vaak de toetsresultaten op en gaan daar vervolgens onverantwoord, onwetenschappelijk en onethisch mee om. Meer dan tien jaar zijn de verschrikkelijkste eisen opgelegd (verplichte eindtoets) en nu gaat de overheid een stapje terug (geen verplichte kleutertoetsen); verwarring ten top. Een oplossing is: het schoolteam stelt vast wat, hoe en in welke mater er getoetst wordt, onder het motto: 'geen toetsresultaat de schooldeur uit!'. Een fantastisch goed artikel, dat iedere leraar en iedere onderwijsbemoeial zou moeten lezen.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18