U bent hier

‘Hier ben ik!’ - Leraar-zijn volgens Bill Banning

Een tijdje terug vertelde lerares Rosalina Wirken: “Kinderen worden gezonden om ons een boodschap te geven. We moeten naar hen luisteren.” Het was haar antwoord op de vraag die haar gesteld was: Waarom zijn er kinderen? Onlangs werd deze vraag aan Bill Banning, ook een leraar, voorgelegd. Hij zegt: “Kinderen willen even gezien worden; daarna kunnen ze weer verder.”

Trampolinedoek    

Bill Banning, vader van twee volwassen kinderen en al zo’n vijfentwintig leraar in het funderend onderwijs, wijst erop dat het kind van jongs af aan verweven is met zijn ouders. Zijn ontwikkeling hangt samen met de houding die ouders ten opzichte van hun kind aannemen. Natuurlijk, het kind heeft zijn biologie, waar zijn ouders mee om moeten leren gaan. En er is de sociale omgeving van het gezin. Ook die is van invloed op de relatie tussen ouders en kind.

Biologie en milieu begrenzen als het ware de ruimte waarbinnen dat weefsel tussen ouders en kind kan ontstaan. Banning legt uit dat het kind in dit bindsel zijn zelfvertrouwen meekrijgt, al voor zijn geboorte. Als het goed is ervaart de foetus dat zijn beide ouders in blijde verwachting van hem zijn. Het springt op in de moederschoot bij het horen van hun stemmen. Banning licht toe: “Het laat zijn vreugde blijken en daar komt een reactie op. Het voelt zich vervolgens aangesproken en zo weet het zich erkend, waardoor het kind gaat spreken. Zijn betrokkenheid op de wereld, het ontstaan van zijn ‘ik’ met andere woorden, voltrekt zich in de eerste levensfasen, dankzij de aanwezigheid van de ander.”

Na de geboorte gaat dit zo verder – met duizenden contactmomenten, die allemaal een herinnering bij het kind achterlaten. Het weefsel tussen ouders en kind wordt in Bannings voorstelling als vanzelf verder gesponnen tot een bindsel bij het kind zelf, dankzij die talloze herinneringen. Naarmate deze positief zijn zal dit eigen bindsel steviger zijn. Met andere woorden: er zal zelfvertrouwen zijn. Als ouders de binding met hun kind laten verslappen, heeft het iets om de negatieve effecten daarvan enigszins op te vangen. “Dat is wat een trampolinedoek doet”, zei een van Bannings leerlingen eens.

In het verkeer tussen ouders en kind zoekt Banning naar het antwoord op de vraag waarom er kinderen zijn. Hij zegt: “Ouders willen kinderen om hun eigen positieve gevoelens aan hen door te geven.” Als mensen zelf min of meer positief in het leven staan, is dat te danken aan hun hele evolutionaire voorgeschiedenis. Dankbaarheid daarvoor gaat meestal samen met wat hij “gunnende liefde” noemt. Hij zegt: “Een van de meest concrete en intense manieren om die beleefde dankbaarheid door te geven, is door kinderen te krijgen en ze liefdevol op te voeden.”

Meelevend hart  

Deze wisselwerking tussen kind en ouders geeft een dynamiek, die door leraren benut kan worden. Banning is vooral leraar in het voortgezet onderwijs (hij geeft godsdienst/levensbeschouwing), maar jaarlijks verzorgt hij ook nog zo’n 130 gastlessen in het basisonderwijs. Hij vertelt over de hartelijkheid waarmee hij wordt begroet. Het zijn kinderen die hem iets laten zien, op het schoolplein of in de klas. Zij willen even zijn aandacht, om daarna weer verder te gaan. Door daaraan toe te geven, werkt hij mee aan de versteviging van het bindsel, hun zelfvertrouwen, dat bij hen (in de meeste gevallen) aanwezig zal zijn. Banning spreekt van “de kracht van het meelevend hart”, een verwijzing, zegt hij, naar de Heilige Augustinus. Het is de gedeelde vreugde die zo kan ontstaan en die voor hem ook arbeidsvreugde betekent. Hij geniet van zijn leraarschap en denkt er niet aan om het onderwijs te verlaten.

Als leraar is ook hij in blije verwachting. Banning vindt dat leraren geroepen zijn om meer in hun leerlingen te zien dan zij feitelijk tonen. Hij zegt: “Dat merken kinderen. Daar gaan zij naar uitzien. Zij voelen aan: die houdt van ons.” Maar hoe uit zich dat dan tijdens het lesgeven? Zijn antwoord: “Ervan uitgaande dat de inhoud van de lessen en de didaktiek in orde zijn, raken deze beide zaken geïntegreerd met mijn pedagogiek. De les verloopt beter. Er is tijd over!”

Lerarentekort    

Bill Banning is een beweeglijk mens. Behalve dat hij er een intensieve onderwijspraktijk op nahoudt, heeft hij vijfentwintig marathons op zijn naam staan en promoveerde hij in 2015 op een proefschrift over het leraarschap (dat hij met steun van zijn schoolbestuur wist te volbrengen). Hij kan zijn persoonlijkheid in zijn werk kwijt. Hij wil er zijn voor anderen, zijn leerlingen. “Hier ben ik”, zegt hij.

Banning is de verpersoonlijking van een prachtig beroep. Maar vanwaar dan dat lerarentekort? Veel meer jonge mensen zouden zich toch aangetrokken moeten voelen? Hij wijst een paar oorzaken aan.

In de eerste plaats is er veel minder dan in het verleden ruimte voor een eigen inbreng van de leraar, voor zijn stokpaardjes, zijn voorliefde. Tegenwoordig moet het onderwijs vooral doel-rationeel zijn, gericht op de eindexamencijfers, die voor een belangrijk deel de status van de school bepalen, wat weer van belang is voor een jaarlijkse toestroom van nieuw aangemelde leerlingen.

Vervolgens noemt hij het geboden salaris matig, terwijl er, dit in de derde plaats, sprake is van een inspannende baan. Dan zijn er de ouders, die betrokken zijn, maar zich met de school bemoeien precies zoals dat hun uitkomt. “De scholen hebben daar nog geen antwoord op gevonden”, vindt hij.

Ten slotte wijst hij op de grote verscheidenheid aan waarden die er is. “Er is geen gezamenlijk waardepatroon, iedere leraar heeft in gesprekken met ouders bijvoorbeeld zijn eigen accenten. De scholen zijn bewust of onbewust onvoldoende bekwaam in hun pedagogiek.”

Banning vindt het uitdagend om binnen zo’n weerbarstige praktijk op de been te blijven. Hij zegt: “Begin niet met sprinten, zorg dat je de langste adem hebt.” Dit laatste noemt hij een vorm van liefde.

Reacties

Door Achraf El Ouattassi op 6 jun 2019 | 19:37

Wijze en prachtige woorden van mijn bijzondere docent Meneer Banning, wat ben ik blij dat ik hem als docent heb. Echt een prachtig mens!

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18