U bent hier

Haags gepraat over lumpsum: de honden lusten er geen brood van

Den Haag moet destijds gaga zijn geweest, toen het besloot schoolbesturen voortaan jaarlijks een zak met geld mee te geven. Luisterend naar de jongste lichting parlementariërs kan zo’n mening al snel post vatten. Regelmatig nemen zij de lumpsum-techniek op de korrel. “Waar blijft ons geld?” Dit is zo maar een vraag die een van hen zich onlangs permitteerde. Een ander parlementslid insinueerde dat geld wordt verbrast. Bestuurskantoren zouden worden opgesierd met kroonluchters. Het beheer van scholen is bij de overheid in betere handen, zo lijkt de suggestie te zijn. Maar destijds wilde zij juist van dat beheer af! Waarom toch?

Kleine overheid

In de jaren tachtig van de vorige eeuw liep het financieringstekort van de overheid uit de hand. Als oplossing is toen bedacht haar af te slanken. Overheidsbedrijven zijn verkocht, taken werden overgedragen aan andere instanties en regels zijn verruimd of afgeschaft.

Ook de onderwijssector kreeg hiermee te maken. Vroeger declareerden de schoolbesturen hun feitelijke kosten, die overigens slechts betrekking mochten hebben op de bestedingsposten die door de overheid waren aangewezen en door haarzelf afzonderlijk waren begroot. Door deze exploitatietaak aan de schoolbesturen over te dragen, dacht men de kosten van onderwijs beter te kunnen beheersen. De posten werden samengevoegd tot een lumpsum, de spreekwoordelijke zak met geld. De schoolbesturen moeten met het jaarlijkse bedrag zien uit te komen, wel beschouwd een lepe aanpak. Enorme overschrijdingen, zoals van de kosten van het basisonderwijs (begin jaren ‘90), zouden verleden tijd zijn. We schoven een nieuw tijdperk binnen.  

Eisende overheid

Nadat het hele zaakje was afgestoten naar de schoolbesturen, kantelde de overheid in één moeite door de machtsverhouding met de bestuurders. In de oude situatie zorgden de scholen voor onderwijs; de overheid ondersteunde dat met geld en beheer. Praktisch gezien kwam dit neer op min of meer horizontale werkverhoudingen. In de nieuwe situatie echter zijn deze hiërarchisch. De schoolbesturen zijn integraal verantwoordelijk, zoals het heet. De overheidsinspectie komt regelmatig langs voor verificatieonderzoek. Zij hanteert een ‘onderwijsresultatenmodel’, bestaande uit een paar normen (rond taal- en rekenresultaten van leerlingen bijvoorbeeld), waarmee scholen de maat wordt genomen. Ze onderzoekt verder hoe het schoolbestuur de kwaliteit en continuïteit van het onderwijs aanstuurt en met welke ambitie dit gebeurt. De subsidie van een school kan worden stopgezet als het volgens de inspectie tegenvalt. Eigenlijk zitten schoolbesturen in de zak van de overheid. 

Slapende overheid              

Streng bekeken zijn schoolbesturen gelegitimeerd omdat er een soort contractrelatie met de overheid is. Maar het is geen vrijemarktsituatie. Denk aan andere, vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, zoals de medische zorg en het openbaar vervoer. In feite zijn partijen van dergelijke sectoren – overheden en uitvoerders – tot elkaar veroordeeld. Er kan eens een bestuurder worden vervangen of een staatssecretaris tot aftreden gedwongen, maar daarna trekt de karavaan weer verder.

Vanwaar dan dat provocerende dedain van sommige Kamerleden jegens schoolbestuurders? Willen zij het onderwijs zelf gaan besturen? Hoe zal dat gaan wanneer de overheid het zelf gaat doen? Politiek filosoof Alexis de Tocqueville (1805-1859) voorspelde dat de staat dan, “zelfs zonder het te willen, een onverdraaglijke tirannie tot stand [zal] brengen, want de staat kan alleen precieze regels uitvaardigen; hij legt gevoelens en ideeën op die hij voorstaat en het is altijd moeilijk zijn adviezen te onderscheiden van zijn bevelen. Dat zal nog veel erger worden als hij er werkelijk belang bij denkt te hebben dat er niets beweegt. Hij zal zich dan stilhouden en zich door een vrijwillige slaap laten overmannen. Het is dus noodzakelijk dat hij niet alleen handelt.”          

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18