U bent hier

Eeuwfeest Sint Bonaventura: wat voor school wensen wij de jeugd toe?

Wat vinden wij belangrijk genoeg om de jeugd te laten leren op school? Curriculum.nu zal binnenkort een antwoord geven en de regering en het parlement voorstellen om de eindtermen van het voortgezet onderwijs en de kerndoelen van het primair onderwijs te veranderen. De vrees bestaat dat het antwoord van deze organisatie economisch zal zijn gemotiveerd. Het oogmerk van onderwijs zou dan de inzetbaarheid van de jeugd zijn.

Wilna Meijer, bekend om haar boek Onderwijs: Weer weten waarom, denkt al meer dan veertig jaar na over onderwijs en opvoeding. Waar moet een leerplan aan voldoen volgens haar?

Welk gezichtspunt kies je?

Dr. Wilna Meijer, die altijd aan de RUG heeft gedoceerd, is een pedagoog, geen onderwijskundige. Dit maakt nogal wat uit.

  • Pedagogiek is pleitbezorger voor relatieve autonomie, dat wil zeggen: de eigen betekenis van onderwijs en opvoeding, namelijk de mondigheid van mensen. Onderwijskunde gaat het om de functionele betekenis, dat wil zeggen: de concrete bijdrage die onderwijs en opvoeding leveren aan voorspoed in de samenleving, wat vooral in economische zin wordt opgevat.
  • Pedagogiek ziet de jonge mens als een belofte van een nieuw begin, onderwijskunde ziet haar/hem primair als een gepersonaliseerde leerling, dat wil zeggen: een dossier.

Beide gezichtspunten zijn hemelsbreed verschillend. Meijer gaat het dus om ‘mondigheid’. De eigen betekenis van onderwijs en opvoeding is de jonge mens die tot mondigheid komt.

Wat is daarvoor nodig? Algemene vorming, breed en wel voor iedereen, zo stelde zij onlangs. Eenieder moet zijn horizon verbreden. Dat werkt bevrijdend, emanciperend. Zij was een van de gastsprekers van Sint Bonaventura, de katholieke afdeling van de AOb die haar eeuwfeest vierde.

Algemene vorming     

Wilna Meijer ziet onderwijs en opvoeding als een handelingsgebied, naast andere handelingsgebieden, zoals medische zorg en verder onder meer politiek, kunst, wetenschap, economie, techniek, religie, journalistiek. Elk gebied heeft een eigen regulatief idee. Zo is de idee van politiek ‘algemeen belang’, van medische zorg ‘gezondheid’ en van journalistiek ‘betrouwbare berichtgeving’.

Welnu, algemene vorming houdt in dat iedere leerling wordt ingeleid in deze gebieden, de ideeën erachter leert kennen en zo tot begrip en inzicht van de samenleving, de cultuur komt, wat bijdraagt aan haar/zijn mondigheid. Zo begrijpt de jonge mens dat medische zorg over gezondheid gaat en dat consumentengedrag daar niet bij past.

De regulatieve ideeën van de handelingsgebieden zijn trouwens niet onbedreigd. Economisch denken heeft zich overal in de samenleving genesteld en dreigt de oorspronkelijke ideeën te overwoekeren en te verstikken. Waarmee het grote belang van algemene vorming nog eens wordt aangetoond. Het zijn immers mondige mensen die voor een herstelde balans kunnen zorgen.

Zó leren, is opvoedend onderwijs, zei Wilna Meijer, de Duitse geleerde Johann Friedrich Herbart (1776-1841) citerend. Dat is een kenmerkende aanpak van haar. Nieuwe ontwikkelingen en modes in het onderwijs houdt zij tegen het licht van klassieke denkers.  

Menselijke waardigheid     

Volgens Meijer is religie als handelingsgebied onaangedaan gebleven en heeft haar eigen ruimte behouden. Zij vroeg zich af of de katholieke school in deze situatie van een bedreigd onderwijs geen eigen betekenis kan hebben. Niet om zich in dienst te stellen van het geloof, want dat zou ingaan tegen het belang van de algemene vorming. Maar zou het katholieke verhaal dienst kunnen doen?

Mgr. Dr. Gerard de Korte van het bisdom ’s-Hertogenbosch, een andere gastspreker, was haar daar al in voorgegaan. Hij vertelde over het katholiek mensbeeld, dat ‘waardigheid’ als kernpunt heeft. De menselijke waardigheid is in God gefundeerd. Mensen schenden, betekent God schenden, aldus de bisschop, die naar zijn onderwijsbrief God is thuis op school verwees van enkele jaren geleden, toen hij het bisdom Groningen-Leeuwarden leidde. Daarin staan zes punten, beginselen, die hij voor de identiteit van de katholieke school van belang vindt.

  • Leven vanuit vertrouwen - De kern van het katholiek geloof is dat we erop kunnen vertrouwen dat God ons liefheeft nog voor wij iets doen. Dat vertrouwen maakt een mens vrij. Daar waar binnen een school mensen elkaar aanmoedigen vanuit dat vertrouwen te leven, oefenen zij zich in vrijheid.
  • Oog voor God en voor Gods aanwezigheid in de school - God is al thuis in de scholen, de heilige Geest werkt al door allen die er werken en zich betrokken weten op de opvoeding en het onderwijs in de katholieke scholen. Het gaat erom een gevoeligheid te ontwikkelen voor dit werken van God, om oog te leren krijgen voor Gods aanwezigheid in mensen en in de gemeenschap die de school is. Om die gevoeligheid te kunnen ontwikkelen is (onder meer) kennis van gebeden uit de christelijke traditie onmisbaar.
  • De waardigheid van de mens als persoon - Bij het denken over mensen als personen hoort allereerst dat mensen steeds begrepen worden in relatie tot hun omgeving, tot anderen: mensen zijn relationele wezens. Dit betekent dat een school al doende een gemeenschap vormt.
    Daarnaast geldt dat mensen als personen een waardigheid hebben die niet kan worden afgenomen, omdat zij geschapen zijn naar het beeld van God.
    Denken over de waardigheid van ieder mens als persoon maakt dat op een katholieke school heel de mens aan bod kan komen. Ze wil leerlingen laten groeien in alle dimensies van het menselijk bestaan.
  • Algemeen welzijn - Het beginsel bonum commune, algemeen welzijn, stelt dat menselijk leven altijd samenleven is, leven in gemeenschap, en dat daarom iedere mens medeverantwoordelijk is voor een goede en duurzame samenleving.
    Voor de ontwikkeling van kinderen betekent dit dat zij worden aangemoedigd om hun talenten te ontplooien, niet alleen omwille van hun eigen geluk, maar omdat zij daarmee bijdragen aan het goed van heel de samenleving.
    Voor de school betekent dit dat zij er niet omwille van zichzelf is, maar voor het goed van heel de samenleving. Daarom staat de katholieke school open voor kinderen en ouders van niet-katholieke komaf.
  • Solidariteit - Tot de kern van katholiek geloof hoort dat God zorg heeft voor wie achtergesteld of in nood zijn, dat God een bijzondere plaats heeft voor wie klein en kwetsbaar zijn.
  • Subsidiariteit - Dit beginsel houdt in dat de organisatie van de samenleving van onderop wordt bekeken. Het betekent voor katholieke scholen dat top-down oplossingen van vraagstukken een zekere argwaan wekken. Zo mag een school geen instrument worden van een subsidiërende overheid. Beter is het een school zo te organiseren dat er van onderop gewerkt kan worden, in gesprek met ouders, met de lokale geloofsgemeenschap, met de omgeving. Daar waar het katholiek onderwijs het subsidiariteitsbeginsel omarmt, komt het op voor de vrijheid, het initiatief en de verantwoordelijkheid van mensen en groepen binnen de samenleving. 

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18