U bent hier

Een tijdje zonder onderwijsminister!

Menigeen zal ervan schrikken, maar het besluit is gevallen: de volgende Nederlandse regering kan het zonder onderwijsminister af. Het eerste lid van de OESO dat dit eens gaat proberen: een moratorium van beleid. Het zal de aandacht trekken. Natuurlijk, voor kwestietjes die nu eenmaal een adressant nodig hebben, zal er een staatssecretaris zijn.
Maar meer is voorlopig niet nodig, want ga maar na. De verbouwing van het huis van het Nederlandse onderwijs is zo langdurig en zo grondig geweest, dat zijn bewoners snakken naar rust en het ook wel goed vinden zo. Dit huis past hun best wel, alles wat zij nodig hebben, is er. De laatste ingrepen van de rijksbouwmeesters, de ROC’s, de inspectie en het passend onderwijs, zijn verwerkt. Nu willen mensen wel eens ongestoord hun werk doen. 

Het is goed zo, met verbeteringen moet je dus heel erg oppassen. Neem het doorstroomrecht van vmbo-ers naar het havo. Dat ligt nu plotseling op de tekentafel. Dit nieuwe recht, bovenop de rechten en plichten die er al zijn, zou nodig zijn omdat die leerlingen ook gelijke kansen verdienen. Opmerkelijk, want de vmbo-verbouwing van twintig jaar geleden was daar nu juist voor bedoeld. Het mavo is toen overgeheveld naar het lager beroepsonderwijs, dat voortaan vmbo zou gaan heten: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. Dus op naar het middelbaar beroepsonderwijs, de ROC’s, die verschillende niveaus hebben; internationaal gezien wordt het hoogste mbo-niveau tot het hoger onderwijs gerekend. 

Een doorstroomrecht naar het havo is dus echt onnodig en eigenlijk ook ongewenst. Zo’n recht moet namelijk uitgewerkt worden, er moeten regels worden gesteld. In de eerste ruwe schets van dit plan staat dat “de doorstroomcriteria objectief moeten zijn en overal op dezelfde wijze toegepast”. Opnieuw: bovenop de voorschriften die (in dit geval) het voortgezet onderwijs al kent, denk aan de centrale examens en het zogenoemde waarderingskader van de onderwijsinspectie dat 75 criteria omvat. Nog meer regels verstikken, dat dreigt. Genoeg is genoeg.

Er is nog iets. Ondanks het mooie Nederlandse onderwijshuis gaat het met sommige groepen van de bewoners lang niet altijd even voorspoedig. Zo zijn er kinderen wier ouders niet hoog zijn opgeleid, niet voorlezen, niet ambitieus zijn en zich niet zo in het onderwijs verdiepen. Dat zijn waarnemingen die in de teksten van de beleidsmakers verzeild raken. Zij willen tekortkomingen van mensen graag bestrijden of compenseren. Onlangs waarschuwde columnist Maxim Februari voor wat hij noemt de duistere kanten van beleid maken. “Om een beleidsontwikkelingsproces op gang te krijgen is het nodig te blijven benadrukken dat iedereen alles verkeerd doet.” Maar: “Zodra beleidsdenken het denken volledig bepaalt, wordt alle tegenslag in het leven een kwestie.” Terwijl laagopgeleide ouders toch heel liefdevol kunnen zijn.

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18