U bent hier

Balancerende leraar

Hoe vaak lees je niet dat de kwaliteit van ons onderwijs staat of valt met de vrouw of man voor de klas? Beleidstaal, maar bovendien: niet waar. Om maar iets te noemen: hoe afhankelijk is de leraar wel niet van een goede nachtrust van zijn leerlingen? Of nog zoiets: hebben zij wel ontbeten?  

Deze twee reële omstandigheden waar kinderen onder gebukt kunnen gaan, brengen ons meteen bij de les van dit stukje: de leraar wikt en weegt, maar beschikken doet hij niet, althans niet in zijn eentje. Hoe belangrijk hij ook wordt gevonden, de leraar kan pas echt iets betekenen als hij bedreven is geraakt in het schakelen tussen allerlei belangen. Het leraarschap is wat je noemt een enerverend beroep. Hij heeft niet alleen met levendige leerlingen te maken (in het voortgezet onderwijs vaak zo’n 100 per dag), ook hun ouders roeren de trom. En dan is er nog de schoolleider, ook die moet zich laten gelden.

Pleidooien voor autonomie van de leraar raken dan ook kant noch wal. Niet alleen is zo’n positie louter theoretisch, ze is ook onverantwoord. Net zoals in de medische zorg komen in het onderwijs zoveel belangen samen, dat de leraar daaraan al snel zou bezwijken als er niet op hem zou worden gelet.

Neen, autonoom kunnen leraren niet zijn, maar een factor zijn ze toch wel, een factor die ertoe doet. Ook daarmee moet je oppassen. ‘Factor’ betekent ‘deel’, ‘element’. Zo bezien zou de leraar een deel zijn van een berekening die naar een zekere uitkomst leidt. Zo is het niet. Hoe ingewikkeld een berekening ook kan zijn, onderwijs is complexer, want onzeker.

Het is Gert Biesta, een onderwijsonderzoeker, die met twee Britse collega’s heeft gezorgd voor een realistische voorstelling van het werk van leraren, het Teacher Agency model. Dit laat ons zien hoe de leraar tot zijn oordeel komt en waardoor zijn tact wordt ingegeven. Zijn werk lijkt op een balanceer-act. 

Dankzij dit model kunnen ook buitenstaanders begrijpen dat het leraarschap een ambacht is, hetgeen betekent dat de persoon van de leraar ertoe doet, dat wil zeggen zijn professionele én persoonlijke geschiedenis. Díe ervaring brengt de leraar in als hij de doelen op de korte en lange termijn bepaalt, waarbij hij rekening houdt met de concrete omstandigheden waaronder hij aan het werk is, dat wil zeggen: de schoolcultuur, haar organisatie en de beschikbare middelen. Onophoudelijk is de leraar tussen deze drie dimensies aan het schakelen, dus: zijn geschiedenis, het gestelde toekomstperspectief en de concrete omstandigheden waaronder hij werkt. 

Deze ambachtelijke schakeling van de leraar mondt telkens uit in kleine en soms grote gebeurtenissen van hem samen met zijn klas of samen met een leerling. Maar ook wel met een collega, met het team of de vaksectie, de schoolleider, met ouders. De leraar is pas een vakman als hij dit schakelen behoorlijk onder de knie heeft.

Reacties

Door Frank de Graaf op 31 mrt 2016 | 14:48

(H)eerlijk puntig verwoord door de heer Dullemans. Weinig aan toe te voegen zou je zeggen, ware het niet dat de bewegingsruimte voor het schakelen door leerkrachten door 'externe krachten' ingeperkt wordt. Als het onderwijs ergens behoefte aan heeft dan is het wel aan ruimte voor 'ambachtelijke schakeling'. En dan niet als 'toevallige persoonlijke hobby' na en buiten het takenpakket van toetsing en verantwoording maar als fundamenteel ambacht. Overheid (w.o. inspectie), bestuurders en directeur-schoolleiders zouden hun 'ambachtslieden' (m/v) primair moeten faciliteren en hen met trots het Gildevaandel metterdaad dienend vooruit dragen. Daar wordt de (onderwijs-leef-) wereld mooier van!

Nieuwe reactie inzenden

Nico Dullemans

adviseur identiteit
0438 74 41 18