U bent hier

In een gemeenschap krijgen kinderen kansen

15 Mei was de ‘International Day of Families’, in het Nederlands vertaald met ‘De Dag van het Gezin’. De Verenigde Naties riepen deze dag voor het eerst uit in 1993, om bewustzijn te creëren voor zaken die betrekking hebben op familie en gezin.

Secretaris-Generaal Ban Ki-moon hield een toespraak waarin hij aandacht vraagt voor de families in de wereld die in nood verkeren omdat zij getroffen worden door oorlog, natuurrampen, armoede en discriminatie. Scholen in Nederland hebben, ook in het afgelopen jaar, vele kinderen uit deze families -die hier bescherming zoeken- opgevangen. Bevlogen en betrokken spannen zij zich in om hun kinderen goed onderwijs te geven.

Rond deze ‘Dag van het Gezin’ kreeg ik de beschikking over een lezing van Prof. Walter Weijns, als socioloog verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Hij richt zijn blik op de gezinnen -in alle variëteiten- die van oorsprong in ons deel van de wereld leven. Zij blijven grotendeels gevrijwaard van de ernstige schade die de huidige wereldproblemen aanrichten, maar kampen niettemin met hun eigen zorgen, vragen en onzekerheden.

In ‘de turbulente wirwar van stromen’ die de huidige maatschappij kenmerkt, doen ouders hun best om hun kinderen groot te brengen. Daarbij moeten zij zich verhouden tot onze consumptie- en multimediacultuur, de eisen van flexibel werk en de druk van de overvolle agenda’s, waardoor zij al organiserend voortdurend het gevoel hebben achter de feiten aan te hollen. Dat zorgt voor spanning en stress en verhoogt de kansen op barsten of breuken in het gezin, aldus Weijns.
Tel daarbij op dat in vele huisjes ‘een kruisje’ te vinden is, in de vorm van bijvoorbeeld werkeloosheid, stille armoede, ziekte van een gezinslid of relatieproblemen. Deze veelheid van zorgen die ouders kunnen hebben, komt met de kinderen óók de school binnen, waar schoolteams hun best doen er zo goed mogelijk mee om te gaan.
Dat valt hen niet altijd mee; soms blijken er strikte regels nodig, altijd een groot hart, soms helpende handen, soms wat afstand, dan weer nabijheid. Het vraagt om schakelen, tact, begrip, uithoudingsvermogen.

In mijn recente gesprekken met directeuren klinkt, naast betrokkenheid en relativeringsvermogen, ook hun zorg hierover door. Hoe als school om te gaan met die ‘turbulente wirwar van stromen’ waar Weijns over spreekt? Wat is wijsheid? 

Het antwoord blijkt niet eenduidig maar helder is mijns inziens wel dat ouders en scholen gebaat zijn bij geëngageerde anderen die hen kunnen ondersteunen bij het grootbrengen en onderwijzen van kinderen in deze tijd. Die steun is soms heel dichtbij te organiseren, bijvoorbeeld via ‘Ouders voor Ouders’ initiatieven.

Maar niet voor niets roept Ban Ki-moon naast regeringen, ook bedrijven en instituten op om alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat kinderen krijgen wat zij nodig hebben om evenwichtig en gezond op te kunnen groeien.
En er valt aan meer partijen te denken: kunstenaars en theatermakers, zzp’ers met de gewenste deskundigheden, betrokken wijkbewoners, pensionado’s met kennis, levenservaring en een warm hart; scholen zijn gebaat bij bezielde stakeholders die met hen een gemeenschap willen vormen waarin kinderen volop kansen krijgen.
We denken graag mee met scholen die mogelijkheden op dit gebied in kaart- en in stelling willen brengen.

Tot slot wens ik alle scholen, ouders en kinderen, in welke situatie zij ook verkeren en met welke vragen zij ook worstelen, zon, warmte, licht en ontspanning toe in de aankomende zomervakantie.

Nieuwe reactie inzenden

Monica Neomagus

adviseur ouderbetrokkenheid
0348 74 44 04