U bent hier

Met ‘Welkom in Bubbelonië’ nadenken over de taal van de toekomst

Peter Henk Steenhuis

De eerste studenten van ROC Friese Poort waren meer dan een uur te vroeg in Park Netl in Kraggenburg. Begrijpelijk, in deze wildste tuin van Nederland van ruim 90 voetbalvelden groot, kun je eindeloos dwalen, hangen, zonnen. Maar dan wel in de zomer, nu, 19 november is het koud, mistig. Buiten is het 3 graden, binnen brandt het vuur. ‘Shotgun open haard’, roept een student.

We gaan met de studenten praten. Koen Vos, practor Brede Vorming, heeft 20 studenten en 10 docenten uitgenodigd om met mij, een journalist van Trouw, te komen praten over woordjes. Over woordjes? Zijn er geen gewichtigere zaken om over te praten? 

Vast wel, maar op de lange duur niet. Om dat uit te leggen ga ik even terug naar een lezing die toenmalig minister van onderwijs Jet Bussemaker op 17 maart 2014 hield tijdens het symposium ‘Vaardigheden voor de toekomst’. Bussemaker brak destijds een lans voor onderwijs als bron van toerusting voor iedereen, voor onderwijs dat vaardigheden ziet als voorwaarden voor verbeelding en voor onderwijs dat creatieve, competente rebellen voortbrengt.”

Practor Koen Vos: “Met Welkom in Bubbelonië dagen wij studenten, docenten en vertegenwoordigers van bedrijven en instellingen uit om op zoek te gaan naar gemeenschappelijke taal en ‘zin in werk’ in het perspectief van brede vorming.” Het kenmerk van een rebel is haar tegendraadsheid. Die uit een rebel in eerste instantie in woorden. Wil zo’n rebel zich kunnen verzetten tegen slaafse navolging, wil zij uit haar veilige bubbel kunnen breken, dan moet zij zich bewust worden van de woorden die zij gebruikt. Een creatieve, competente rebel is mondig, wat iets heel anders is dan assertief. Een rebel durft te denken, bijvoorbeeld over haar eigen toekomst, over de stress waar ze mee te maken krijgt, de werkdruk, de flexibiliteit die geëist wordt, en die misschien wel meer van haar vergt dan ze wil - een rebel kan trouwens ook een hij zijn.

Vos: “Nederlandse jongeren ervaren steeds meer druk in hun sociale leven op stage en op het werk. Uit onderzoek blijkt dat driekwart van de jongeren last heeft van stress- en burn-out klachten. Alles wat te maken heeft met werk, media en internet verandert in onze samenleving razendsnel, waarbij het opvalt dat de taal die voorheen alleen in het bedrijfsleven gesproken werd, beetje bij beetje ons privéleven binnendringt.”

Over die taal hebben de studenten het op 19 november. Samen met docenten lopen ze van stelling naar stelling, spreken in groepen over woorden die voor onze toekomst van belang zijn en krijgen een lijst woorden mee, die ze in volgorde van belangrijkheid moeten leggen. Denk aan: harmonie, eigenbelang, vertrouwen, rechtvaardigheid, samenleving, mensbeeld, betrokkenheid, ratio, objectiviteit, meetbaarheid, impact, individu, dienstbaarheid, delen, participatie. 

Uiteindelijk volgt een slotgesprek. De bovenstaande woorden liggen in een kring, de studenten en docenten staan er omheen. De facilitator van de dag, Addy, geeft hen drie minuten per woord. Maar er zijn hindernissen: een cameraman, een fotograaf, en er liggen opnameapparaatjes. Wie durft nog?

Manuel is nergens bang voor. Hij opent het gesprek. “Jullie hebben ons gevraagd een ranglijst te maken van de woorden. Welk woord vind ik belangrijk voor mijn toekomst? Wij hadden daar een mooi gesprek over, waren het ook niet met elkaar eens. Uiteindelijk zou ik eigenbelang bovenaan zetten. Niet omdat ik egoïstisch ben of asociaal, ik doe graag wat voor anderen. Maar omdat je goed voor jezelf moet zorgen voor je voor een ander kunt zorgen. Wil je iets voor een ander kunnen betekenen, dan zul je eerst goed voor jezelf moeten kunnen opkomen.”

Sara gaat hier op door. “We hebben het vandaag gehad over gemeenschap en solidariteit. En over de taal die zo economisch zou worden dat die de gemeenschap zou ondermijnen. Dat zie ik wel. Maar toch denk ik dat het individu bovenaan mijn lijst komt. Individualisme roept tegenwoordig weerstand op, het zou tegenover het gemeenschappelijke staan. Daar ben ik het niet mee eens. Het gemeenschappelijke is alleen maar goed vorm te geven door individuen. Niet door individuen die afzonderlijk hun belangen najagen, maar door individuen die gezamenlijk op zoek gaan naar harmonie in de maatschappij. Individu moet geen vies woord worden, het is een woord dat je aandacht moet geven, het individu is namelijk het begin van de samenleving.”

Johny: “Uiteindelijk moet je toch zelf opstaan, zelf slapen, zelf werk gaan zoeken. Je kunt het individuele niet veroordelen. Maar het individuele functioneert pas goed als er wisselwerking tussen individu en gemeenschap ontstaat. Het is tweerichtingsverkeer. Daarom staat bij mij wederkerigheid bovenaan.”

Is het tweerichtingsverkeer of is het verkeer tussen de woorden nog veel drukker? Het woord viel al even: harmonie. Marleen: “Als de woorden waar we vandaag mee gewerkt

hebben een beetje in balans zijn, bereik je harmonie. Daarom staat harmonie bij ons bovenaan. Hoe die harmonie tot stand komt, verschilt per persoon. Dat is zoeken. Om in harmonie met jezelf te komen, kun je thuis nog wel eens je hart luchten door met een deur te slaan, op je werk kan dat niet. Daar ben je echt afhankelijk van woorden. Door gesprekken met anderen, bijvoorbeeld collega’s, te voeren, ontdek je verschillende belangen, voorkeuren.”

Maar wil je die verschillende belangen leren kennen, dan is het volgens Julia belangrijk respect voor elkaar te tonen. “De wereld kan pas harmonieus worden als je elkaar respecteert. Voor mij betekent respect dat je je verdiept in elkaars standpunt, niet vol tegen elkaar ingaat. Snap ik jou? Kan ik jou op een ander idee brengen? Kunnen onze ideeën elkaar beïnvloeden? Daarom staat respect bij mij bovenaan.”

Manuel: “Respect is belangrijk, ik wil anderen respecteren, maar ik laat niet over me heen lopen. Als ik me in de ander verdiep en de ander niet in mij, dan ben ik er vrij snel klaar mee.” Voor Julia hangt respect weer samen met het woord mensbeeld. “Respect betekent niet alleen dat je je in andermans ideeën verdiept, maar ook elkaars mensbeeld respecteert. Een mensbeeld is veel meer dan één idee. Om dat te leren kennen, moet je je in elkaars positie verdiepen. Echt uit je Bubbel komen.”

Julia studeert communicatie, een vak dat nogal snel in de hoek van de commercie wordt geplaatst. Julia: “Ik heb het vak Global Citizenship gevolgd, dat was echt een eyeopener voor mij. Ik heb er geleerd dat je met communicatie bewustzijn over onze samenleving kunt creëren bij anderen. En bewustzijn over de samenleving is bewustzijn van verschillende mensbeelden.”

Manuel begon en sluit het gesprek af: “Tijdens ons gesprek over eigenbelang was ik het niet met mijn gesprekspartners eens. Maar ik ben hun standpunt wel gaan begrijpen. Dat standpunt heeft met hun mensbeeld te maken.”

De dag loopt ten einde. “Dit was leuker dan een dag school,” zegt een student. “Ik leer er ook meer van,” antwoordt een ander. “En het is vermoeiender dan een dag school,” zegt een derde, die nog even bij de haard neerploft omdat het buiten nog steeds november is en koud.

Tekorten in het onderwijs, tekorten in de zorg. Bij een beroep als leraar of verpleger speelde roeping vroeger een grote rol. Niemand die het woord nog in zijn mond durft te nemen om de tekorten te bestrijden. Een betere beloning – dat is de oplossing! Zegt iedereen. Maar als we dat er in Nederland kennelijk niet voor over hebben, wat dan? Zijn er dan nog andere manieren van waardering die het werk van leraar of verpleger aantrekkelijker kunnen maken? Wat is het verschil tussen beloning en waardering?

Geef richting aan tekorten en toekomst in het onderwijs, praat mee, denk mee, en kom op 4 maart 2019 naar ‘Beloning versus waardering in het onderwijs?’ op landgoed Zonheuvel in Doorn. De bijeenkomst is kosteloos. Uw ideeën en verhalen komen aan de basis te staan van artikelen en  vervolgbijeenkomsten. De inloop is vanaf 13.30. Om 14.00 start het programma. We eindigen om 17.00 met een spits vermijdende borrel.

Nieuwe reactie inzenden

Martin van Oosten

persvoorlichter / communicatiestrateeg
0348 74 44 14

Lees ook

Martin van Oosten