U bent hier

Brieven over leiderschap (III)

Waarde Theo,

Dank voor je snelle antwoord! Ik heb de indruk dat we het begrip leiderschap steeds een laag dieper verkennen. Want je zegt in jouw brief iets elementairs: het onderwijs bereidt jonge mensen voor op een nog ongewisse toekomst. Geef daar maar eens leiding aan! En tegelijkertijd is het onontbeerlijk; onderwijs is per definitie een kunst (ik neem jouw begrippen maar even over) die gaat over de balans tussen de onzekerheid die er nu eenmaal is en de stabiliteit en rust die we zoeken bij de mensen in het onderwijs.

Het onderwijs kent dus een bedoeling: jongeren (helpen te) vormen in het licht van die toekomst die niemand kent. Als je het zo beschouwt, zijn alle vormen van leiderschap in het onderwijs gedienstig aan dat doel. Je zou zelfs kunnen zeggen: alle vormen van leiderschap in het onderwijs zijn ten diepste gedienstig aan de kinderen en leerlingen in de klas. Wie in het onderwijs werkt, doet dat dus –hoewel ook zeer veel persoonlijke motieven een rol zullen spelen- ten diepste voor de ander.

De afgelopen maanden heb ik me in een masterclass van het Vincent de Paul Centre veel mogen bezighouden met vraagstukken rondom deze vormen van leiderschap. Daarbij valt de term dienend leiderschap regelmatig, hoewel die ons ook weer vraagstukken stelt. Een dienend leider is namelijk niet –zoals sommigen denken- iemand die altijd maar gaat waar de kudde hem voert. Het is veeleer iemand die leidinggeeft met de bedoeling van zijn leiderschap altijd in zijn hoofd en hart. Treffender vind ik daarom het credo van de Franse broeder Vincent de Paul zelf: “Er is liefde genoeg, maar slecht georganiseerd.”

En dat raakt aan wat ik in schoolorganisaties en in klassen zie gebeuren. De bedoeling staat het overgrote deel van de mensen die in het onderwijs werken duidelijk op het netvlies, maar het concreet handen en voeten hieraan geven blijkt een grote uitdaging. En wat helpt dan? Een lijstje met inzichten uit managementliteratuur? Het wijzen naar de almaar uitdijende bemoeienis van de overheid (op zich fijn, want het werkt: een gemeenschappelijke vijand)? Of is er ook nog een manier die meer recht doet aan de bedoeling van het onderwijs en de passie in zo veel schoolorganisaties?

Volgens mij kan het, als we twee belangrijke stappen niet overslaan. Allereerst is er de noodzaak om tot onze kern te komen. In mijn vorige werk gebruikte de directeur dikwijls het woord “essentiëren” als antwoord op veel vragen. Het is zonde dat dat woord geen plek in de Van Dale heeft, want het leidt me nog steeds op belangrijke en moeilijke momenten in werk en leven. Als je kunt komen tot de kern, de ware bedoeling van hetgeen je doet, zullen veel oplossingen zich voor je openbaren die je eerder onmogelijk had kunnen zien.

Het tweede heeft te maken met het kompas waar jij zo terecht over spreekt: als we de koers kennen die onze kern ons ingeeft, kunnen we zelfs in de storm navigeren. Ook als protocollen weer eens energie van ons vergen die we liever ergens anders in wilden steken, en ook als de overheid weer eens iets doet waarmee we het oneens zijn. Het is mogelijk om koers te houden. Als een broeder in de 17e eeuw het te midden van alle armoede en verdrukking van die tijd kon, kan het Nederlandse bijzonder onderwijs het in de 21e eeuw zeker ook. Wat denk jij, Theo, is het mogelijk ook in deze drukke tijden tot onze kern te komen én koers te houden?

 

Hartelijke groet,

Mark

Nieuwe reactie inzenden

Mark Buck

adviseur governance, cultuur en organisatie
0348 74 44 78