U bent hier

Een nieuwe code voor het primair onderwijs: wat betekent dat voor toezicht en bestuur?

Onlangs heeft de ALV van de PO-raad ingestemd met de nieuwe Code Goed Bestuur. Deze nieuwe code is principle based. Vier principes staan in de code centraal: 

  1. Goed onderwijs voor alle kinderen
  2. Verbinding met de maatschappelijke context 
  3. Professionalisering 
  4. Integriteit en transparantie.

Wat opvalt is dat de meer juridisch geformuleerde teksten nu echt verleden tijd zijn. De code voor het voortgezet onderwijs had daar al een slag in gemaakt. De code voor het primair onderwijs volgt dezelfde weg.

Handreikingen voor het goede gesprek

De nieuwe code geeft mooie handreikingen voor het goede gesprek in de driehoek tussen bestuurders, toezichthouders en derde partijen. De code beweegt zich ook inhoudelijk richting de code voor het voortgezet onderwijs, met dien verstande dat rekening is gehouden met de eigen context en er geen lidmaatschapseisen aan de verplichtende bepalingen verbonden worden. Verder lijkt de code voor het primair onderwijs wat ‘omzichtiger’ waar het gaat om wat we verstaan onder professionele samenwerking: in de code voor het voortgezet onderwijs wordt dit onder meer uitgewerkt naar ‘het stimuleren van tegenspraak’. Die terminologie wordt in de code voor primair onderwijs niet gebruikt. Wel spreekt de code over het bevorderen van een professionele cultuur binnen de organisatie die gericht is op voortdurende professionalisering en onderlinge samenwerking; een cultuur waarin professionals gestimuleerd worden om het eigen en elkaars professionele handelen steeds te verbeteren.

Van ‘pas toe of leg uit’ naar ‘pas toe en leg uit’

In enkele Verus-netwerken voor bestuurders hebben we besproken wat ‘pas toe en leg uit’ betekent (in de code zelf wordt over ‘doen en verantwoorden’ gesproken) in plaats van ‘pas toe of leg uit’. Dat is best een wezenlijk verschil. In plaats van een toelichting op afwijkingen wordt uitgedaagd te overwegen wat de code nu echt voor jouw organisatie betekent en hoe je de code in de dagelijkse toezichthouders- en bestuurspraktijk toepast. Bij ieder principe is een aantal uitwerkingen beschreven die behulpzaam zijn bij het invulling geven aan de principes en de verantwoording. Sommige van deze uitwerkingen zullen direct toepasbaar zijn in veel onderwijsorganisaties, terwijl andere het startpunt kunnen vormen voor het onderlinge gesprek. De code stimuleert een eigen uitwerking, die in een specifieke context beter past, te formuleren, uit te voeren én zichtbaar te maken. Het gaat er dus niet langer over of je de code toepast, dat is een gepasseerd station, het gaat er nu vooral om hóe je dat doet. De nieuwe code nodigt bijvoorbeeld uit  om niet alleen te vertellen dat gesproken wordt over integer, professioneel en ethisch verantwoordelijk handelen, maar te vertellen over hoe het gesprek wordt gevoerd, welke rol bestuurders en toezichthouders hierin nemen en wat hierover op papier is gezet.  De verplichtende bepalingen zijn hiervan uitgezonderd. Waar je in het verleden bijvoorbeeld verlenging van zittingstermijnen langer dan 8 jaar voor toezichthouders kon onderbouwen vanuit urgentie in de context van de organisatie is dat vanuit de nieuwe code niet meer mogelijk.

De rol van ouders

Nieuw in de code is ook dat er sprake moet zijn van minimaal één toezichthoudend lid dat geen kind heeft op een school die tot het bestuur hoort. Dit om de onafhankelijkheid van het intern toezicht te waarborgen. Verus begrijpt deze keuze, maar is tevens van mening dat ouders in het intern toezicht een absolute meerwaarde hebben. Wel is en blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt – en daarmee gesprekspunt - de onafhankelijke rol van dit toezichthoudend orgaan.

Parallelle ontwikkelingen
Daarnaast signaleren bestuurders in een van de netwerken dat er een advies van een door de VTOI-NVTK ingestelde kwaliteitscommissie ligt, waarin gesproken wordt over het gaan werken met een code Goed Toezicht. Verus begrijpt de (politieke) druk die de VTOI-NVTK, namens haar leden, voelt om de toezichthoudende rol nog beter te positioneren. Andere sectoren gingen hen hierin al voor. Een eigen code, aanvullend op de sectorcodes, kan daarbij helpend zijn en de eisen die aan toezichthouders worden gesteld kunnen hiermee meer in evenwicht worden gebracht met de eisen die aan bestuurders worden gesteld. Tegelijk is governance voor Verus de integraliteit tussen bestuur en toezicht. Daarom zou het passend zijn niet twee aparte codes binnen een sector te doen bestaan. Verus ziet liever een beweging naar één code goed bestuur en toezicht voor het funderend onderwijs.

De code in de praktijk

Uit ervaring weten wij dat het niet goed werkt om de code ‘als geheel’ te agenderen. Wat wel goed werkt is om het bespreken van principes of thema’s uit de code in de jaarkalender van bestuur en toezicht op te nemen.

Na te hebben bestudeerd wat over een principe of thema in de code staat beschreven kunnen – vanuit onze governance-driehoek - te stellen vragen zijn:

Daarnaast is het belangrijk om, als zich een situatie heeft voorgedaan waarin een van de principes in het geding was, hierop met elkaar te reflecteren:

  • Hoe hebben we gehandeld?
  • Op welke wijze hebben we dilemma’s gewogen?
  • Wat ging goed en wat willen we dus behouden?
  • Hoe willen we een volgende keer handelen: wat willen we ontwikkelen, vasthouden of loslaten?

Vanuit de sectorcode voor het primair onderwijs wordt in ieder geval verwacht dat:

  • sprake is van regelmatig evalueren van het functioneren van het bestuur met als onderdeel het periodiek (1x in de 4 jaar) deelnemen aan een collegiale bestuurlijke visitatie,
  • toezichthouders periodiek (1x per 3 jaar begeleid door een onafhankelijke partij) het eigen functioneren evalueren en
  • het bestuur en het intern toezicht jaarlijks hun professionaliseringsbehoefte inventariseren, en afspraken hierover vastleggen.

Sommige schoolbesturen zullen ervoor kiezen de periodieke evaluatie, professionalisering en het goede gesprek met elkaar te voeren aan de hand van de sectorcode. Anderen zullen (na vaststelling), aanvullend daarop, de betekenis van de code Goed Toezicht van de VTOI willen bespreken. In beide situaties kan Verus ondersteunen.

Voor begeleiding bij een (lastig of goed) gesprek over casuïstiek of thema’s uit de code, een periodieke evaluatie van toezicht en bestuur of een collegiale bestuurlijke visitatie kunt u met ons contact opnemen. Voor meer juridische vragen kunt u terecht bij de juridische helpdesk.

Nieuwe reactie inzenden

Marijn van den Berg

adviseur governance, cultuur en organisatie
0348 74 44 41

Lees ook

Marijn van den Berg
Marijn van den Berg
Marijn van den Berg