U bent hier

Kansen door de crisis: het ongeplande experiment

De crisis is in de eerste plaats toch vooral dat: een heftige periode van ongekende omvang. Toch zitten er ook positieve elementen aan die ons ook daarna nog kunnen dienen. In een serie blogs bespreekt Verus de kansen die wij zien ontstaan. Deze keer zoomen we in op de betekenis van een crisis als onderbreking van het normale.

1. Een docent die niet terug wil naar hoe het was 

Op de Correspondent hoorde ik het gesprek dat Lex Bohlmeier had met Lucelle Comvalius, docent maatschappijwetenschappen op het Christelijk College Groevenbeek in Ermelo en in 2019 gekozen als Docent van het jaar. Zij stelde heel duidelijk dat de omslag heel pittig is geweest: plotseling een didactiek voor online lessen in de praktijk ontwikkelen, wetende dat je geen filmpjes kunt maken waarin je zelf de hele tijd aan het woord bent, puzzelen hoe je echt contact met je leerlingen krijgt, formatief gaan toetsen om te zorgen dat leerlingen feedback krijgen op hun prestaties; om maar een paar dingen te noemen. 
Zij ontdekte hoe leerlingen meer ‘eigenaarschap’ ontwikkelden, maar ook dat zij als docent snel en veel moest leren van de wereld van de leerlingen. Tegen het einde van het gesprek komt de vraag naar de toekomst. Lucelle is duidelijk: zij wil niet terug naar hoe het was. Maar zij verwacht dat veel conservatieve mensen de huidige situatie zien als een noodoplossing, en zo snel mogelijk weer terug willen naar het oude van voor de crisis. 
Met enkele bestuurders en schoolleiders in het VO had ik hierover korte gesprekken. Welke inzichten en nieuwe praktijken wil je behouden? Of is het nog te vroeg om daarover echt na te denken? En wat nu, als deze anderhalve-meter-samenleving ook het hele volgende schooljaar zal beslaan?  

2. De ervaring om door een dal te gaan 

In de gesprekken kwam telkens de onzekerheid terug, als een hinderlijke factor die het maken van plannen in de weg staat. Die het moeilijk maakt om in te schatten wat goed is om te doen. Daaraan zie je dat we echt in een crisis zitten. Of misschien zelfs in meerdere crises tegelijk, omdat de pandemie andere reeds bestaande crises (klimaat, economie, ongelijkheid, machtsverschuivingen, honger) versterkt en ons ervan bewust maakt dat we er niet omheen kunnen. 
 
Eigen aan een crisis is dat de vanzelfsprekendheden in je leven wegvallen. Een ernstige ziekte, een groot verlies, een natuurramp, een faillissement. Dan kom je in een dal van diepe duisternis, zoals een van de psalmen beschrijft: en is er rouw, verwarring en ontkenning. De oude toekomstplannen vallen weg, verliezen hun waarde. Je wordt teruggeworpen op dat wat er is. Op wie er voor je is. Waar je dankbaar voor bent. Het  betekent opnieuw gaan zien wat het leven je te bieden heeft. We kennen  verhalen over hoe je juist daar ook een nieuwe oriëntatie kunt vinden. Nieuwe toekomstbeelden en het vertrouwen daarin komen niet plots uit de hemel vallen. Je moet door de U-bocht zoals Otto Scharmer die beschrijft. Opnieuw kijken en vragen wat er echt toe doet. Uitproberen en leren van de ervaringen die je daarin opdoet, en daarin kom je jezelf ook weer tegen. In ziekteprocessen noemen we dat ‘revalidatie’. 

3. Duidelijkheid vs. je comfortabel voelen in niet weten

De onzekerheid die gepaard gaat met de crisis, het niet-weten, vinden we moeilijk te verdragen. Daarom zie je twee sterke neigingen om er snel weer uit te komen: terug naar het oude, of zo snel mogelijk het nieuwe normaal vaststellen. Terwijl er nu een enorme kans ligt om te leren, om te veranderen van binnenuit. Om de verschillende signalen die we opvangen naast elkaar te zien. Leerlingen blijken immers plots zelfstandiger te werken, en docenten kunnen veel sneller veranderen dan ooit gedacht was. Maar wat zijn de gevolgen voor leerlingen met achterstanden, met minder ondersteuning en aanmoediging van huis uit, leerlingen met een lastige thuissituatie, leerlingen die worstelen met depressie of eenzaamheid. En welke docenten zien we worstelen of uitvallen omdat deze situatie iets van ze vraagt dat ze niet in huis hebben?  
De opgelegde sluiting en binnenkort beperkte openstelling van scholen, leidt er toe dat iedereen gedwongen is mee te doen aan een groot niet-te-vermijden experiment. In scholen hoor je bij veranderingen al heel snel: met leerlingen mag je niet experimenteren. Maar nu kunnen we niet anders dan experimenteren, creatief worden, luisteren naar je intuïtie, verkennen van nieuwe mogelijkheden, luisteren naar leerlingen en collega’s omdat je de feedback nodig hebt in je onzekerheid. Experiment dwingt je om zelf te oordelen wat echt belangrijk is. Je kunt niet langer naar de andere partij wijzen.   
We kunnen er vanuit gaan dat ‘terug naar normaal’ voor veel mensen niet wenselijk is. Tegelijk willen mensen wel graag weten wat er van hen verwacht wordt. Op elke positie in de onderwijsorganisatie zullen mensen die vraag stellen aan hun leidinggevende. De bestuurder aan de overheid, de schoolleider aan de inspectie, de docent aan de schoolleider etc. Vaak zal de situatie die ontstaat uitlopen op de confrontatie met het collectieve niet weten. De vraag waar ieder mee blijft zitten is dan: ‘als je het niet weet, wat ga je dan doen?’ 

4. Welke keuzes zou je maken als jij het voor het zeggen had?

Waar we nu voor staan is de keuze om te gaan handelen in onzekerheid. Het is het einde van de maakbaarheidsdroom, en tijd voor incrementalisme (Ch. Lindblom). In deze visie wordt het besluitvormingsproces gezien als een proces met veel moeizame babystapjes, alsof je door de modder waadt. Grote stappen zijn immers niet mogelijk. 
Een mooie startvraag is bij voorbeeld: stel dat het komend schooljaar een anderhalve-meter-schooljaar wordt, een jaar lang deels afstandsonderwijs en deels contactmomenten; welke keuzes zou je dan nu willen maken? Hoe zie je je eigen rol hierin? Welk gesprek ga je aan met collega’s? Welke kansen zie je, en welke gevaren? Hoe organiseer je het gezamenlijke leerproces? Hoe ondersteun je anderen in het omgaan met de onzekerheid?
Over deze en andere vragen nodigen we u uit om in gesprek gaan met een groepje van schoolleiders en bestuurders die van elkaar willen leren. Het motto voor deze groep zou kunnen zijn: wie gaat er mee verdwalen? Ik weet de weg! (Loesje) Kortom: wie doet er mee…? 

Nieuwe reactie inzenden

Marcel Elsenaar

adviseur duurzaam onderwijs en identiteit
0348 74 44 83