U bent hier

Vrijheid

Gisteren hoorde ik via de autoradio opeens de stem van onze staatssecretaris Sander Dekker. Hij werd bevraagd over zijn rede bij de opening van het academisch jaar te Leiden. De kern van zijn betoog was dat academische vrijheid bij wetenschappelijk onderzoek een groot goed is, maar dat de maatschappelijke relevantie ervan ook evident moet zijn. 

Zou hij zelf begrepen hebben hoe die twee op gespannen voet staan met elkaar? Juist vanwege de maatschappelijke relevantie doen veel universiteiten onderzoek in opdracht van het bedrijfsleven (dat ook voor de financiering zorg draagt), en de staatssecretaris beschouwt dat als zeer wenselijk. De keerzijde daarvan is echter dat de wetenschapper voor hij het weet aan de leiband loopt van zijn financier. Helaas zijn daar heel wat cases van te vinden, met name in de farmacie. De opdrachtgever heeft dikwijls grote belangen bij bepaalde uitkomsten van het onderzoek. Dat geldt niet minder wanneer de overheid de opdrachtgever is. Het is dan ook geen wonder dat onderzoeken elkaar soms tot in de kern tegenspreken, wanneer hetzelfde onderwerp door verschillende onderzoekers en voor verschillende opdrachtgevers wordt onderzocht. 

Ik denk bijvoorbeeld aan de discussie rond uitbreiding van het vliegveld bij mijn woonplaats Lelystad. Soms wordt de onderzoeker neergesabeld omdat de uitkomsten van zijn onderzoek door de mainstream in het maatschappelijk debat niet geapprecieerd worden. Denk aan onderzoeken naar de gevolgen van het opgroeien in gezinnen van steeds wisselende samenstelling. Het tegen de stroom in roeien, door Dekker in de eerste helft van zijn rede zo warm aanbevolen, wordt zeker niet altijd gewaardeerd.

Daarbij vergeet de staatsecretaris dat veel zaken, die achteraf van groot praktisch nut bleken te zijn, niet zijn ontdekt omdat er zo naarstig naar gezocht werd. Klassieke voorbeelden zijn de ontdekking van de röntgenstralen in 1895, en die van penicilline door Alexander Fleming in 1928. De maatschappelijke waarde ervan is moeilijk te overschatten, maar Röntgen en Fleming waren eigenlijk bezig met iets anders. En zo zijn er tal van voorbeelden te noemen. De krachtigste methode om dit soort serendipiteit te smoren is aan de financiering van onderzoek de voorwaarde vooraf van maatschappelijke relevantie te stellen. 

Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek is bijna nooit op voorhand aantoonbaar maatschappelijk relevant. Soms levert het als bijproduct meteen iets bruikbaars op, maar meestal legt het de basis voor later onderzoek, dat misschien wel nut oplevert. En als dat niet zo is? Dan weten we dàt in elk geval.

Nieuwe reactie inzenden

Kees Jansen

jurist
0348 74 44 34