U bent hier

U fuseert. Zo werkt de verplichte raadpleging van ouders

Je wilt een school fuseren, overdragen of misschien zelfs sluiten. Hoe pak je dat aan? Als adviseurs begeleiden wij regelmatig besturen bij dergelijke kwesties. Hierbij betrekken we altijd management, personeel en medezeggenschapsorganen. En natuurlijk worden ook ouders geïnformeerd over de plannen.

Op 6 juni jl. nam de Eerste Kamer het wetsvoorstel Toekomstbestendig onderwijs aan. De essentie ervan is dat als scholen in het primair onderwijs moeten fuseren vanwege leerlingendaling, er toch voldoende onderwijsaanbod resteert én er voldoende keuzemogelijkheden overblijven.

 

In het kader van deze wetswijziging is ook de Wet Medezeggenschap Scholen (verder afgekort als WMS) aangepast, namelijk artikel 15 lid 3. Dit artikellid is uitgebreid met een verplichte raadpleging van de ouders met betrekking tot fusie en sluiting van de school (Op grond van een amendement van het Kamerlid Bruins is daar ook verandering van de grondslag van de school bij gekomen).

 

Hoewel het wetsontwerp, zoals gezegd, alleen betrekking lijkt te hebben op het primair onderwijs, is die restrictie niet gemaakt in de aanvulling op de WMS. Dus zullen ook bij de overdracht of fusie van scholen in het (voortgezet) speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs, dan wel beëindiging van de werkzaamheden van zo’n school (of een ‘belangrijk onderdeel’ daarvan!) de ouders geraadpleegd moeten worden.

 

Wat betekent deze verplichte raadpleging van ouders? Welke ervaringen hebben besturen hierin opgedaan? De komende weken laten verschillen adviseurs van Verus hun licht hier op schijnen.

 

In deze eerste blog: Kees Jansen met zijn visie op de aanpassing van de WMS.

 

Wie, wanneer, hoe, waartoe?

De wet en de Memorie van Toelichting geven geen duidelijk antwoord op de vraag door wie, wanneer en hoe de raapleging moet gebeuren, en waartoe de uitkomst van zo’n raadpleging moet leiden.

 

Wie?

Over het ‘wie’ valt wel wat te zeggen. De WMS richt zich met name op het bevoegd gezag, dus ligt het voor de hand dat het bevoegd gezag, dat het besluit neemt, ook de raadpleging organiseert. Maar even goed zou je kunnen veronderstellen dat het de medezeggenschapsraad is die de raadpleging uitvoert in de zin van een achterbanraadpleging voordat hij zich uitspreekt over het voorgenomen besluit van de bestuurder.

 

Wanneer?

Het ‘wanneer’ roept ook vragen op. Volgens InfoWMS zou dat moeten vóór het bevoegd gezag het voorstel bij de MR neerlegt (“dat het bevoegd gezag de ouders moet raadplegen voordat het een voorgenomen besluit (..) aan de MR voorlegt”). Dat vindt geen grond in de wet. Die laat dat vrij.

 

Bruins zegt in zijn toelichting op zijn amendement: “Om ervoor te zorgen dat de medezeggenschap hierbij daadwerkelijk alle belanghebbenden betrekt, wordt met dit wetsvoorstel in de WMS opgenomen dat eerst de achterban moet worden geraadpleegd, voordat de medezeggenschapsraad haar instemmings- en adviesbevoegdheid bij fusie of sluiting uitoefent.” (Kamerstukken II, 2016-2017, 34 656 nr. 8) Hij leest de wet dus zo dat de raadpleging plaatsvindt tussen het neerleggen van het voorstel bij de MR en het geven van het advies c.q. de instemming.

 

Hoe?

Van de Landelijke Geschillencommissie weten we ook dat het ouders bij zo’n raadpleging niet te moeilijk gemaakt mag worden. Alleen informatieverstrekking aan de ouders met de mogelijkheid in een individueel gesprek met de directie je zienswijze als ouder kenbaar te maken is onvoldoende (LCG WMS 17 januari 2011, 104795). Op welke vragen ouders hun visie moeten geven, en of er een keuze moet zijn uit bijvoorbeeld twee mogelijkheden, blijft onbeantwoord.

 

Waartoe?

Dan rest nog de vraag welk gewicht moet worden toegekend aan de uitkomst van de raadpleging. Daar spelen zaken in mee als de definitieve vraagstelling, het opkomstpercentage en de uitslag. En moeten de uitslagen openbaar gemaakt worden, controleerbaar zijn? En zo ja hoe?

 

Dit is in de wet niet geregeld. Als het bevoegd gezag en de MR hierover niet zorgvuldig communiceren kan dat dus voor grote problemen zorgen. Als ouders denken dat zij over het onderwerp waarop ze bevraagd worden de uitslag mogen bepalen, zouden ze wel eens zeer teleurgesteld kunnen raken.

 

Tot slot

De wetswijziging WMS leidt tot veel verwarring. Onze belangenbehartigers hebben dit aangekaart bij de bewindsvoerders. Zodra wij meer weten, berichten we u hierover.

 

In de volgende blog geeft Felix Razenberg, adviseur governance-cultuur-organisatie, zijn visie op het fenomeen ‘verplichte raadpleging van ouders’.

 

Nieuwe reactie inzenden

Kees Jansen

jurist
0348 74 44 34