U bent hier

Hoger salaris is te goedkope oplossing voor lerarentekort

Vorige week was het weer zover: het lerarentekort! Vlak voor de scholen beginnen, luidt de PO-Raad de alarmbel. Als er niets gebeurt is er over tien jaar een lerarentekort van 6.000 tot 8.000 banen in het primair onderwijs, want in die tien jaar zal 25 procent van de leraren met pensioen gaan. Bij zo’n laatste ‘berekening’ spits ik altijd mijn oren – ik zat in de auto toen ik het bericht hoorde – want als een arbeidzaam leven zo’n 40 à 45 jaar duurt is het toch logisch dat iedere tien jaar ongeveer een kwart van de medewerkers in die sector afzwaait. Maar niettemin, dat zou niet zo erg zijn als dat werd gecompenseerd door de instroom van nieuwe leraren vanuit de PABO’s. En dat is in onvoldoende mate het geval, blijkt uit onderzoek.

Nu neem ik van dit soort berichten de laatste jaren meestal met enige gelatenheid kennis, omdat ik ze al anderhalf decennium hoor, terwijl voor zover ik weet er hoogst zelden klassen niet worden bediend doordat er gewoon geen leraar te vinden is, gebrek aan invalkrachten daar gelaten. Bovendien is het moeilijk uitspraken daarover te doen die voor het hele land gelden omdat er grote regionale verschillen zijn. Dikwijls blijkt het inderdaad in de grote steden lastiger om leraren te vinden dan daarbuiten. Maar tegenover de klachten over moeilijk te vervullen vacatures staan ook nog steeds de verhalen van afgestudeerden van de PABO die stapels sollicitatiebrieven versturen en in hun handen mogen wrijven als ze ergens een tijdelijke deeltijdbaan vinden van ongeveer 0,6. Ze moeten dan wel iedere ochtend komen en ze zijn dus iedere middag vrij, lees: werkloos. 

Gelukkig is er ook een oplossing: het beroep moet aantrekkelijker gemaakt worden, en de manier om dat te doen is een hoger salaris. De nota leggen we bij OCW, en die bedraagt voorlopig een half miljard. Als ik dat hoor word ik een beetje kribbig. Niet omdat ik het niet zou toejuichen als de overheid in onderwijs investeert. Maar hoewel de prijs hoog is, lijkt het me een te goedkope oplossing. 

De laatste jaren zijn er tal van tevredenheidonderzoeken geweest onder leraren. Die tonen vrijwel zonder uitzondering aan dat men over het salaris echt niet ontevreden is. Bij de dissatisfiers staat het nooit bovenaan. Men is ontevreden over bijvoorbeeld administratieve lasten, te veel vergaderingen, zwakke directeuren, vervelende ouders en zo nog een paar dingen, en dan komt ontevredenheid over de salarissen op een vijfde of zesde plaats. 

Het beroep aantrekkelijk maken moet dus op een andere manier dan door met de geldbuidel te zwaaien. Het beste bewijs daarvoor is wellicht de moeite die het veel bestuurders en directeuren heeft gekost de leraren in het basisonderwijs in voldoende mate te interesseren voor de LB-functie. Men had meer kunnen verdienen – binnen het beroep van leraar! – maar een groot deel van de potentiële gegadigden gaf er de voorkeur aan dat niet te doen. De bij de LB-functie behorende andere, hoger ingeschaalde werkzaamheden – nog steeds: binnen het beroep van leraar – weerhielden de leraren van deze promotie. Was geld een zo belangrijke drijfveer dan was het geen enkel probleem geweest om binnen minder dan geen tijd aan de eisen van de functiemix te voldoen. Nee, een hoger salaris is niet dé oplossing. Mag ik een paar suggesties doen?

Beste leraren, straal trots op je beroep uit. Je hebt een ontzettend belangrijke baan, want je bent bezig met de toekomst van kinderen, en van onze samenleving. Dat is niet niks. Zorg er voor dat wanneer de kinderen je bezig zien, ze het voelen: ”Dat wil ik later ook gaan doen, want mijn juf of meester heeft plezier in zijn werk!”

Beste directeuren, heb oog voor je personeelsleden, voor hun kwaliteiten en hun leerpunten. Neem ze serieus. En dat doe je bijvoorbeeld door het beoordelingsgesprek dit jaar niet over te slaan. Je mensen moeten het zeker weten: “Het maakt echt wel uit hoe ik mijn werk doe. En mijn directeur heeft daar een gefundeerd oordeel over.” 

Beste bestuurders, kijk naar je scholen als een waardengedreven gemeenschap. Maak de waarden die je zegt na te streven zichtbaar, niet alleen in ronkende teksten op de website, maar zorg dat alles wat er in je scholen gebeurt, elk beleid dat je maakt – ook personeelsbeleid – getoetst kan worden aan die waarden. Zorg er voor dat ook die beginnende docent het merkt: “Ze zeggen dat hier ieder kind tot zijn recht kan komen, en dat is zo, maar gelukkig geldt dat ook voor mij.”

Beste PABO’s, blijf werken aan je curriculum. De studie mag best een forse intellectuele uitdaging zijn. Je studenten moeten er trots op zijn dat ze de opleiding mogen volgen: “Je komt hier niet zomaar. Het was me niet gelukt als ik geen goede eindlijst had van de havo. En straks ga ik de kinderen vertellen hoe de wereld in elkaar zit. Ik verheug me er nu al op!” 

Reacties

Door June Schram op 10 jan 2020 | 09:35

Salaris blijft altijd een ingewikkeld punt. De startsalarissen in het onderwijs zijn inderdaad niet slecht. Maar het verschil in salaris tussen jonge onderwijzers en ouderen is minimaal. Mijn 30 jarige collega (7 jaar leerkracht) en ik, 57 jaar (37 jaar leerkracht) verschillen met dezelfde aanstelling rond de 60 euro netto per maand. Ik ben nl. zeer ontevreden met mijn salaris. En werkdruk kan ik veel beter aan als ik thuis mijn werkdruk kan verlagen door de financiële mogelijkheid te hebben een huishoudster, tuinman etc. te kunnen betalen.

Pagina's

Nieuwe reactie inzenden

Kees Jansen

jurist
0348 74 44 34