U bent hier

De lumpsum aanpassen? Er moet gewoon meer geld bij

Passend onderwijs legt druk op leraren en die voelen zich tekortschieten, aldus Nieuwsuur afgelopen zaterdag. De beschuldigende vinger wees naar scholen die hun geld niet aan personeel, maar aan gebouwen uitgeven. De geopperde oplossing, aanpassing van het lump sum systeem, is echter symptoombestrijding. De bekostiging schiet tekort.

In Nieuwsuur was zaterdag te zien hoe leraren zich voelen tekortschieten door de toegenomen zwaarte van het onderwijs. Dat werd gekoppeld aan de invoering van passend onderwijs. Getoond werd de situatie aan verschillende basisscholen.

De zorgplicht van scholen maakt de taak van leerkrachten, die toch al niet gemakkelijk was,  zwaarder.
In het programma werd opgemerkt dat geld bij schoolbesturen en bij de samenwerkingsverbanden anders besteed wordt dan aan personele uitgaven. Er werd bij gezegd dat dit ook komt omdat de bekostiging door het Rijk van de scholen voor de materiële instandhouding van de schoolgebouwen tekort schiet.

Inderdaad zitten schoolbesturen in een knelsituatie. Dit is ook juridisch te demonstreren aan de hand van verschillende wetsartikelen, die voor een schoolbestuur een conflict van plichten opleveren. Een schoolbestuur heeft aan de ene kant de zorgplicht voor de ondersteuningsbehoeftige leerling die wordt aangemeld, is het niet binnen de eigen school dan wel binnen het samenwerkingsverband (art. 40 derde lid Wet op het Primair Onderwijs). Weigering van het kind is alleen mogelijk als het schoolbestuur ervoor zorg draagt dat binnen het samenwerkingsverband een oplossing wordt gevonden. Dat kan ook op een school voor speciaal onderwijs zijn, maar de extra kosten daarvan zijn volgens art. 124 en 132 WPO voor rekening van het samenwerkingsverband, dat daarvoor geen onbeperkt budget beschikbaar heeft. Als de middelen van het samenwerkingsverband uitgeput zijn doordat veel leerlingen naar het speciaal onderwijs gaan moeten de individuele schoolbesturen binnen het samenwerkingsverband bijspringen (art. 125 a WPO). Op dit laatste is de personele lump sum van de scholen niet berekend. 

Het aantal ondersteuningsbehoeftige leerlingen op de gewone basisschool is hierdoor sterk toegenomen, wat ook de bedoeling van de wetgever Passend Onderwijs is geweest.

Tegelijkertijd bevatten de onderwijswetten verplichtingen van materiële aard die niet minder zwaarwegend zijn. Art. 106 WPO bepaalt dat het bevoegd gezag verplicht is het gebouw en terrein en de roerende zaken behoorlijk te onderhouden. Dit is ook tegenover de leerlingen en leraren een verplichting, zie bijvoorbeeld Arbowet en het goed werkgeverschap van art. 611 boek 7 Burgerlijk Wetboek. Ook dient een schoolbestuur de gebouwen in functioneel opzicht bij de tijd te houden. 
Zoals bekend zijn de vergoedingen die het Rijk voor deze zaken toekent ontoereikend. Onder meer blijkt dit uit verschillende onderzoeksrapporten van de Algemene Rekenkamer. Bij nieuwbouw en uitbreiding gelden normbedragen die evenzeer ontoereikend zijn. Voor bekostiging van renovatie ontbreekt een wettelijke facilitering.

De schoolbesturen zitten aldus knel tussen hun vele wettelijke en andere verplichtingen, die met elkaar conflicteren nu er te weinig overheidsbekostiging is. Hoe zij de schaarste verdelen over de verschillende noodzakelijke uitgaven is in het lump sum stelsel hun verantwoordelijkheid en bevoegdheid. Er kan dan ook niet gezegd worden dat geld voor leraren aan doelen besteed wordt waarvoor het niet bestemd zou zijn. In Nieuwsuur werd gepleit voor mitigering van het lump sum systeem en meer oormerking van gelden, maar dat is een symptoombestrijding die het ware probleem -tekortschietende bekostiging- niet aanpakt,.
Hier ligt een schone taak voor de onderhandelaars bij de kabinetsformatie.

Hoewel het vooral een beleidsmatige kwestie is, leidt het hier gesignaleerde conflict van juridische plichten ook tot juridische procedures. Ouders wenden zich tot de geschillencommissie of rechter omdat naar hun mening de school niet aan de zorgplicht voldoet, terwijl dat de mogelijkheden van de school te boven gaat. Ook is het al voorgekomen dat een docent in het voortgezet onderwijs naar de rechter stapte met de klacht van te zware werkbelasting. Daarnaast zijn er geschillen met gemeente of rijk over de huisvesting en de materiële bekostiging.

Nieuwe reactie inzenden

Jean-Marie Dubelaar

advocaat
0348 74 44 48