U bent hier

De klaagcultuur hekelen die je zelf voedt

Einde van het jaar: tijd voor de beoordelingsgesprekken. Het was weer een prima jaar, we doen het goed. “Ik zie dat je hebt ingezet op je zwakke punten”, zei m’n baas. En hij gaf een applausje. 
“Maar verder zie ik heel veel middelmatigheid. Ik verwacht meer ambitie. Je moet voor de top gaan. De lat hoger leggen. Ik wil dat je uitblinkt.”

Hij legde een stapel papieren op tafel. “Dit zijn mijn plannen voor jou. Bovenop drie A4-tjes met doelstellingen die ik aan het einde van het volgende jaar allemaal groen wil afvinken.”

Ik keek ernaar. 

  • De redacteur spreekt een substantieel aantal leden
  • De redacteur gebruikt een samenhangend systeem van genormeerde instrumenten en procedures voor het volgen van de eigen prestaties
  • De redacteur werkt planmatig
  • De redacteur maakt gebruik van peer-review
  • De redacteur werkt 24 uur per week waarvan tenminste 16 uren worden besteed aan het schrijven van online content
  • De redacteur gaat van ‘voldoende’ naar ‘goed’
  • De redacteur komt in de top-10 van een Europese lijst met top-redacteuren

Eigenlijk had ik er mijn twijfels over of de kwaliteit van mijn werk een stuk beter zou zijn als ik over een jaar allemaal groene vinkjes zou hebben. Maar mijn baas hield me een aantrekkelijke worst voor: als hij mijn werk als ‘goed’ beoordeelde, beloofde hij minder evaluatiegesprekken met me te voeren. Dán kreeg ik zijn vertrouwen.

Maar toen kwam het vreemdste deel van het gesprek. 

“Dit werk vraagt soms ook iets van jouzélf”, zei mijn baas. “Als je dingen moet doen waarvan je denkt dat ze geen zin hebben, stop ermee! Doe alleen waarvan je zeker weet: dit helpt. Doe de rest niet! Ik kan namelijk niet zo goed tegen de klaagcultuur, tegen het: ‘ik zie het nut er niet van in, maar... ‘ Stop er gewoon mee! Kom in actie! Zeg: ‘ik wil mijn tijd besteden aan waar het werk echt om gaat.’ Zeg dat ook tegen je collega’s.”

Kijk, dat gaf me weer hoop; m’n baas wilde dus dat ik zelf wat te zeggen had. Maar ik was ook, op z’n zachtst gezegd, in verwarring. “Nee, niet zo zuur kijken”, zei hij. “Er is echt geen reden om te klagen. Er mag er hier namelijk maar één klagen, en dat ben ik.”

Dit is ongeveer hoe het onderwijs het interview met Sander Dekker in Vrij Nederland gelezen moet hebben. Hij hekelt de klaagcultuur, die hij zelf voedt. Of, zoals rector Gijsbert van der Beek deze week in onze nieuwsbrief zegt: “Stel dat ik elke dag tegen mijn leraren zeg: het moet beter. Dan geloven ze toch dat het niet goed gaat? Je wordt er moe en terneergeslagen van.”

Reacties

Door Hans Baan op 27 nov 2014 | 21:55

Het sarcasme in dit artikel is terecht. Een docent is een leidinggevende met een directe primaire taak: hij wordt elk moment geconfronteerd met het succes of mislukken van zijn werk. Als je als bewindspersoon daarover uitspraken wilt doen, moet daarin terug te vinden zijn dat je dat begrijpt: wat is het beroepsbeeld achter de professie van docent? De staatssecretaris redeneert en formuleert slordig en impulsief.

Door Marco de Jong op 28 nov 2014 | 23:54

Zowel in reactie op het artikel als op het 1e commentaar past mij slechts één woord: Amen!

Hoe triest...

Nieuwe reactie inzenden

Hester van de Kaa

redacteur
0348 74 44 09