U bent hier

Ieder kind uniek – geloof je het zelf?

Het wordt zo vaak gezegd en geschreven in al die nieuwe schoolgidsen, op websites en op identiteitsdagen, dat het zo langzamerhand een platitude is geworden: “voor ons is ieder kind uniek”. Het klinkt ook heel vanzelfsprekend voor een school. Maar als je er goed over nadenkt, is het niet niks wat een school daarmee zegt. Sterker nog: het is een geloofsuitspraak van jewelste.

Want zeg nou zelf: als leraar kun je toch zo een paar namen van leerlingen opnoemen van wie je stiekem denkt ‘was die maar wat minder uniek’. Of van ouders van wie je denkt ‘vonden die hun kinderen maar wat minder uniek’. En die unieke kinderen die niet goed in de opgelegde meet- en regelsystematiek van het onderwijs passen – daar heb je toch een hoop werk aan.

En willen we dat eigenlijk wel, uniek zijn? Of is onze belangrijkste basisbehoefte dat we ergens bij horen, dat we onszelf kunnen herkennen in anderen met wie wij verbonden zijn? Zoals een bekende variant op het bekende Bijbelse gebod luidt: “Heb je naaste lief, want hij/zij is net als jij”. Dat is waar, maar tegelijkertijd is het ook waar dat er niemand is zoals jij. Het gaat ons dus kennelijk niet om uniek- zijn zonder meer, maar om in al onze eigenheid ergens bij horen.

Ieder mens uniek – dat is een besef dat in diep verankerd is in de joods-christelijke traditie. Zo schrijft de joodse filosoof Martin Buber in De weg van de mens: “Met iedere mens is iets nieuws ter wereld gebracht, dat er nog niet was, een eerste en enig iets.” Om daar trouwens wel aan toe te voegen dat de mens zijn eigen, unieke weg niet ter wille van zichzelf te gaan heeft, maar ten dienste van de wereld. Ieder mens levert zijn unieke bijdrage aan deze wereld – ‘jij maakt het verschil’, nog zo’n alom gebezigde slogan die in feite een geloofsuitspraak is.

Want geloof je het zelf? Dat ieder mens een eigen, unieke waarde voor de wereld heeft? Dus ook dat kind dat thuis impliciet of expliciet de boodschap meekrijgt dat het er net zo goed niet had kunnen zijn? Dus ook de leerling die je, alle inspanningen van de school ten spijt, ziet afglijden? En breder: dus ook de kindsoldaat die naamloos sneuvelt in een vergeten oorlog? Dus ook de jongen die met een bomgordel om op een mensenmenigte wordt afgestuurd?

Als je dat echt gelooft, als school, als leraar, als schoolleider, dan vraag dat iets. Bijvoorbeeld:

  • dat je actief weerstand biedt aan systemen die kinderen (én collega’s!) vastpinnen op labels, testresultaten, prognoses, ontwikkelingsperspectieven;
  • dat je er – in de klas, in gesprek met ouders en onder collega’s – voor uitkomt dat je dat gelooft, waar je dat vandaan haalt en wat dat voor je betekent, en dat er ruimte is voor gesprek daarover;
  • dat er ruimte is voor niet-weten, ongeloof, vertwijfeling, en voor het delen daarvan. En dat er derhalve ruimte is voor hoop.

En elke school, leraar, schoolleider, bestuurder en toezichthouder zal daar op eigen, unieke wijze uiting aan geven. Geloof ik.

Reacties

Door Jan Westert op 29 sep 2016 | 09:14

'Elk kind uniek' is inderdaad een platitude geworden. Je snijdt wat mij betreft een uitstekend thema aan om bij stil te staan. Het is goed om de vraag achter de christelijke mensvisie en pedagogiek weer eens te stellen. Daarom waardeer ik de samenwerking met de leerstoel van Roel Kuiper en Verus-LVGS om juist deze thema uit te diepen. Ook 'werken aan je talent' is een platitude geworden ten dienste van het ideaal van zelfontplooiing. Voor het herwaarderen van de betekenis van zulke noties gaat Wolter Huttinga onderzoek doen in het kader van bovengenoemde afspraak. Zo krijgt je column een mooi vervolg.

Door Frank de Graaf op 29 sep 2016 | 15:00

Uitdagend waar!

Nieuwe reactie inzenden

Guido de Bruin

adviseur identiteit / verhalenverteller
0348 74 44 13