U bent hier

Heeft het christelijk onderwijs (nog) de P-factor?

Zijn pas verschenen studie naar de geschiedenis van de christelijke pabo’s in Rotterdam heeft VU-historicus John Exalto in het teken gezet van de “P-factor”. Waarbij de P staat voor ‘protestants’. Dat maakt zijn conclusie bijna onontkoombaar: na het opgaan van de christelijke pabo’s in Hogeschool Inholland is sprake van “verbleking van de P-factor”.

Bij de presentatie van zijn boek De P-factor van het onderwijs in het Onderwijsmuseum in Dordrecht had Exalto het iets neutraler over de “transformatie” van de P-factor. Maar zo’n term krijgt al gauw iets van een meetlat waaraan het heden wordt afgemeten, met een voorspelbare uitkomst: die P is niet wat ze geweest is.

Identiteit als agendapunt

Hoe kan het ook anders in een tijd die zozeer verschilt van de periode waarin in Rotterdam twee christelijke kweekscholen tot stand kwamen: de gereformeerde Kweekschool met den Bijbel en de hervormde Koningin Wilhelmina Kweekschool, beide gesticht in 1906. Inmiddels omgevormd tot pabo’s fuseerden ze in 1987 tot de Ichthus Hogeschool, die op haar beurt in 2002 opging in Hogeschool Inholland. In een tijd van schaalvergroting, secularisering, multiculturalisering en bedrijfsmatig bestuur.

Vooral in de tweede helft van de 20e eeuw werd identiteit, onder invloed van maatschappelijke en onderwijspolitieke ontwikkelingen, voor de twee kweekscholen een “agendapunt”, constateert Exalto. In identiteitsnota’s en –conferenties werd, ook op de wat meer rechtlijnige Kweekschool met den Bijbel, ingezet op de geleefde en gepraktiseerde identiteit.

Godsdienstige dimensie

Daarbij lag de nadruk op de godsdienstige dimensie van identiteit. En hoezeer Exalto ook zegt uit te gaan van een breed identiteitsbegrip, ook bij hem lijkt daar de focus te liggen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit deze bevinding: “Tot halverwege de jaren negentig werd er serieus werk gemaakt van de identiteit: de Rotterdamse pabo-opleiding ademde toen nog een sterk protestantse atmosfeer, zoals vooral bleek bij de vieringen van de christelijke feestdagen in de Laurenskerk.”

En met de P-factor als kompas lokaliseert Exalto de identiteit van wat nu de Rotterdamse pabo van Inholland is, vrijwel alleen nog in het Diploma Christelijk Basisonderwijs (DCBO) dat studenten er desgewenst kunnen behalen.

Ook de invalshoek van het Aelbrechtsfonds, dat de studie financierde, zal hebben bijgedragen aan die focus. Het fonds, dat de nalatenschap van de voormalige Aelbrechtsacademie beheert, motiveert het belang van deze historische studie vooral met de hedendaagse “verlegenheid over de vormgeving van de levensbeschouwelijke identiteit in het protestants-christelijk onderwijs”.

De P van Perspectief

Daarmee blijft wat onderbelicht dat in de onderhavige periode vooral een transformatie van het identiteitsbegrip heeft plaatsgevonden. Niet voor niets sprak Eric Westhoek, vestigingsdirecteur van Inholland in Rotterdam, bij de boekpresentatie liever van de “W-factor” van zijn onderwijsinstelling, waarbij de W staat voor “waardegedreven de ontmoeting aangaan”.

Misschien kun je ook stellen dat de P een andere inhoud heeft gekregen. Ging het in de verzuilde jaren vooral om de protestantse grondslag, nu gaat het er in het (christelijk) onderwijs vooral om de P van perspectief onder woorden te brengen: waartoe wil het leerlingen en studenten vormen?

De door Exalto geciteerde gereformeerde theoloog Okke Jager deed daar al in 1972 in de bundel De christelijke school gewikt en gewogen al een vroege poging toe. De christelijke school, aldus Jager, “leert de kinderen de aarde liefhebben en infecteert hen met de hoop op het komende Rijk”. Over P-factor gesproken.

John Exalto, De P-factor van het onderwijs. Protestants-christelijke identiteit en opleidingsonderwijs in Rotterdam 1806-2006, Amstelveen: Eon Pers, 2015.

Nieuwe reactie inzenden

Guido de Bruin

adviseur identiteit / verhalenverteller
0348 74 44 13