U bent hier

Door de woestijn van de coronacrisis

De crisis is in de eerste plaats toch vooral dat: een heftige periode van ongekende omvang. Toch zijn er ook positieve elementen die ons ook daarna nog kunnen dienen. In een serie blogs bespreekt Verus de kansen die wij zien ontstaan. Deze keer: hoe een Bijbelverhaal kan inspireren om in deze periode ook iets van bevrijding te zien.

Metaforen om deze ongekende crisis te duiden, zijn niet van de lucht. Mij valt het Bijbelse beeld van de woestijn in. In deze woestijntijd ervaren we dat we, op school en thuis, zekerheden en vaste manieren moeten loslaten. Is het mogelijk om daarin, zoals het volk Israël op zijn tocht door de woestijn, ook iets van bevrijding te zien?

Het Bijbelboek Exodus vertelt hoe het volk Israël, na bevrijd te zijn uit de slavernij in Egypte, een lange tocht door de woestijn moest maken in de richting van het beloofde land. Het is wellicht wat kras om de pre-coronatijd in het onderwijs als slavernij te duiden, maar op de scholen realiseren velen zich nu des te meer hoezeer hun werk werd gedicteerd door methoden en protocollen, leerdoelen, eindtermen en toets- en examenresultaten. En merken ze hoe lastig het is om zich nu niet te laten leiden door angst voor leerachterstanden en inhaalstress.

Des te opmerkelijker is het dat scholen er in deze tussentijd in de woestijn in geslaagd zijn om zulke ‘zekerheden’ te relativeren en het onderwijs opnieuw gestalte te geven met wat nu mogelijk en voorhanden is. Het exodusverhaal wijst erop dat het noodgedwongen afzien van allerlei vanzelfsprekendheden ons vrij kan maken om ons te richten op de vraag waar het ook alweer allemaal om begonnen was.

Het goede (samen)leven voor allen

Dat dat niet vanzelf gaat, maakt het exodusverhaal óók duidelijk. Ongeveer een derde ervan bestaat uit een minutieuze beschrijving van de bouw van de tabernakel. Dat was een verplaatsbaar heiligdom in de vorm van een grote tent die werd opgezet rond een kist met de verbondstekst, de bezegeling van het wederzijdse verbond tussen God en zijn volk, gericht op het goede leven voor allen. Alle Israëlieten werden opgeroepen om daaraan vrijwillig iets bij te dragen: van goud, zilver, koper tot stoffen, huiden en boomstammen.
De Britse rabbijn Jonathan Sacks ziet de bouw van de tabernakel als model voor een diverse samenleving. Zo’n gemeenschap komt tot stand doordat mensen met al hun verschillen vrijwillig een bijdrage leveren aan een gezamenlijk huis. Het is daarbij essentieel dat

  • ieder zijn bijdrage vrijwillig geeft, ofwel “gedreven door zijn hart” (Exodus 35:5);
  • ieders bijdrage als even waardevol wordt gezien;
  • ieder zich realiseert waar het gezamenlijke project op gericht is: het goede (samen)leven voor allen.

Gezamenlijk onderwijshuis

De schoolgemeenschap is ook zo’n diverse samenleving en daarmee voor de leerlingen ook een oefenplaats voor hun functioneren in de maatschappij. Leraren, IB’ers, onderwijsondersteuners, schoolleiders, bestuurders en – niet  te vergeten – ouders, leerlingen en studenten hebben in de afgelopen tijd hard gewerkt om die onderwijsgemeenschap op nieuwe, voorlopige manieren vorm te geven. Wat zou het mooi zijn als we op basis daarvan deze woestijntijd kunnen gebruiken om te werken aan een gezamenlijk onderwijshuis

  • dat minder vastligt in procedures en protocollen, en dus minder kans krijgt om te ‘verstenen’;
  • waaraan iedereen “gedreven door zijn hart” kan bijdragen, niet in de laatste plaats de leerlingen en studenten;
  • dat is gebouwd rond de bedoeling van onderwijs: het goede (samen)leven voor allen.

Niet alles past bij elkaar

Zo’n huis is weliswaar verplaatsbaar – en dus mee te nemen naar veranderende omstandigheden – maar, zo leert het verhaal van de tabernakel, wordt tegelijkertijd steeds weer met de grootste zorgvuldigheid opgebouwd. Niet alles kan dienen om de bedoeling van onderwijs onderdak te bieden, en niet alles past bij elkaar.
Ook dat is een vraag voor in de woestijn: past alles wat in onze schoolgemeenschap bij elkaar komt aan pedagogisch vakmanschap, onderwijsvisies, organisatieprincipes en -vormen, methoden, tradities, omgangsvormen en leiderschapsstijlen bij elkaar. Maar ook bij wat er op het spel staat, namelijk de toekomst openen voor jonge mensen?
 

Reacties

Door Bill Banning op 18 jun 2020 | 10:06

Onderwijs op afstand, maar niet afstandelijk
Nog nooit zoveel inhoudelijke feedback gegeven

Toen van overheidswege besloten werd om alle instellingen voor lager, middelbaar, hoger en universitair onderwijs tijdelijk te sluiten, werd ons op het d’Oultremontcollege direct duidelijk dat we iets moesten gaan doen met digitaal onderwijs op afstand. Zo konden we binnen een week digitaal onderwijs verzorgen aan onze leerlingen via Microsoft Teams. Dat laatste was wel even wennen, maar inmiddels ben ik daar redelijk in thuis. Omdat de (mentor- en steun)lessen weer beginnen en het schooljaar ten einde loopt, wil ik hier mijn ervaringen uiteenzetten.

Inhoudelijke feedback
Mijn lesweek ziet er net zo uit als gewoonlijk: 24 keer per week ben ik – weliswaar niet fysiek – steeds 50 minuten in contact met mijn leerlingen. Als de les digitaal wordt geopend stromen de welkomstgroeten binnen: ‘Hallo meneer’ etc. etc. (ik wil dat iedereen zich even laat horen, wie ik niet hoor, ga ik benaderen want iedereen wordt verwacht). Via de digitale planner weten de leerlingen wat er te doen staat voor de lessen. Leerlingen stellen me vragen via de klassenchat, zodat ik hen tips en hints kan geven die iedereen na kan lezen. Soms sturen leerlingen ongevraagd hun werk digitaal op met de vraag of het zo OK is. Op einde van de les (of in elk geval die dag) dient iedereen zijn of haar werk via de persoonlijke chat bij me in te leveren. Daar geef ik dan twee tot vijf inhoudelijke reacties op: ik heb nog nooit zoveel en zo fijn inhoudelijke feedback kunnen geven in de 25 jaar dat ik voor de klas mag staan (al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat het wel enorm veel werk is met een paar duizend chats per week vanwege 407 leerlingen). In bijna alle gevallen is er goed werk verricht en dat krijgen ze dan ook te horen. Met een paar tips en complimenten gaat het dan weer retour. Uit de evaluaties blijkt dat leerlingen deze wijze van werken kunnen waarderen (al zijn er docenten die veel creatiever en digitaal handiger zijn dan ik). Met name geven ze aan dat ze het fijn vinden dat hun werk zo gauw en goed wordt bekeken en dat ze altijd mogen verbeteren. Een leerlinge (vwo-4) formuleerde dat heel mooi: “Meneer, fijn dat u het zo snel heeft bekeken en het goed vindt. Maar ik vind het vooral fijn dat u zoveel aandacht voor ons heeft.”

Persoonlijke verhalen
Soms hebben leerlingen een meer persoonlijke verhaal. Dat verhaal kunnen ze dan ‘vertellen’ via de persoonlijke chat. Al heel wat keren heb ik zo virtuele gesprekken met leerlingen gehad, waarbij ze aangaven dat ze dit toch wel heel fijn vinden. Zelf ervaar ik dit contact ook als heel waardevol: je wilt toch iets voor elkaar kunnen betekenen?! Zeker wanneer je hoort dat er sprake is van overlijden in de familie.

Ook heb ik de indruk dat leerlingen via de persoonlijke digitale snelweg – ijverig typend – soms meer van zichzelf laten zien dan ze in de normale schoolsituatie zouden laten zien. In dat opzicht ben ik het dan niet helemaal eens met de visie van schrijfster en docente Merel Kamp in de NRC (4 juni 2020): "Zo [ in het gewone onderwijs voor corona, BB ] leerden zij en ik wat het betekent om kwetsbaarheid te delen, te spreken en aangesproken te worden. Veel meer hoef je niet te weten. Maar precies die les kan je niet digitaal onderwijzen."

Integendeel, meer dan voorheen krijg ik via de digitale snelweg intense verhalen te horen over verdrietige of over juist hele bijzondere dingen die leerlingen hebben meegemaakt. Ik vermoed dat de relatieve eenzaamheid het levensbeschouwelijk vermogen bij onze jonge mensen verhoogt. En de ervaringen die je dan opdoet wil je soms delen met iemand waarvan je wel bijna zeker weet dat die er zorgvuldig mee om zal gaan. In dat opzicht komt de coronacrisis het innerlijke leven en daarmee de geestelijke gezondheid ten goede (naast alle nadelen die er ook zijn, maar daar is al genoeg over geschreven). Helaas staat de vertrouwelijkheid van de verhalen me niet toe ze hier te delen. Maar ik vermoed dat de meeste mensen – zeker in ons onderwijs – zich daar wel iets bij kunnen voorstellen.

Omgaan met crisis, toen en nu
Eén van de lesonderwerpen betreft het omgaan met crisis. Dat gaat van de Joden in de Egyptische slavernij tot de Babylonische ballingschap tot aan eigentijdse problemen toe. Nu is dat thema ineens heel actueel met corona. Uit iedere crisis mogen en moeten we lessen halen. Door deze crises leren mensen de kwetsbaarheid van eigen en elkanders leven beseffen en delen. We leren dankbaar te zijn om kleine dingen en beseffen weer hoe bijzonder gezondheid eigenlijk is. Misschien dat mensen door dit soort ervaringen ook het vertrouwen in het Mysterie terugvinden. Het Mysterie dat ons in alle pijn, zorgen en eenzaamheid nabij wil zijn en waarop we altijd kunnen terugvallen. Het Mysterie, tegenover wie we net als Job en Jezus mogen uitschreeuwen: ‘Waar blijft u nu?’. Maar ook de Mysterie-volle Aanwezigheid die we in de stilte en kleine dingen liefdevol mogen ervaren. Dan kunnen we misschien met de apostel Paulus zeggen: ‘In mijn zwakheid ben ik sterk, dankzij Hem-Haar-Het die mij kracht geeft’.

Ruimte bieden aan mensen
Bovenstaande positieve ervaringen kunnen inspirerend zijn om letterlijk en figuurlijk ruimte te bieden aan medemensen. Een stapje terug doen om de ander zijn gezondheid én verhaal te gunnen. Zo kunnen we een echte sámenleving creëren waarin niet het recht van de sterkste of de grootste mond het wint, maar waarin juist geluisterd en samengewerkt wordt. Met alle verdriet dat er door de corona ook is en helaas ook nog wel even zal voortduren, kunnen we dan toch hoopvol vooruitzien.

Dr. Bill Banning – identiteitsbegeleider katholieke basisscholen SCALA en docent levensbeschouwing-godsdienst d’Oultremontcollege Drunen

Door Guido de Bruin op 18 jun 2020 | 10:34

Dag Bill, veel dank voor deze bijzondere inkijk en 'uitkijk'!

Nieuwe reactie inzenden

Guido de Bruin

adviseur identiteit / verhalenverteller
0348 74 44 13

Lees ook