U bent hier

Inspectie voert ‘nieuwe Kapitalisatiefactor’ in

Rond 2010 kwam het ministerie met de Kapitalisatiefactor. Een gevaarlijk kengetal omdat besturen veelal ten onrechte werden geconfronteerd met een te hoge uitkomst. Gevolg: ze gingen geld uitgeven. En dat ging weer ten koste van een gezonde financiële buffer. 
 
In het najaar van 2016 publiceerde de Inspectie voor het Onderwijs de nieuwe set te hanteren kengetallen met de bijbehorende signaleringswaarden. De kapitalisatiefactor kwam daarin gelukkig niet meer voor….
Maar wat is er gebeurd met het kengetal weerstandsvermogen?
 

Verschillende definities Weerstandsvermogen

  1. De gebruikelijke en veilige manier om het weerstandsvermogen te bepalen is:
    Eigen vermogen minus de materiële vaste activa, gedeeld door de Rijksbijdragen. 
    Verus adviseert dan ook om deze definitie te blijven gebruiken, omdat de materiële vaste activa (bijvoorbeeld meubilair, ICT, onderwijsmethodes) niet aangewend kunnen worden bij financiële nood. Bepaal samen met de toezichthouder uw eigen streefwaarden voor uw financiële buffer volgens deze definitie. En: blijf deze monitoren.
  2. In de officiële set kengetallen (verplicht op te nemen in de jaarrekening) wordt het weerstandsvermogen (de financiële buffer) als volgt bepaald: 
    Eigen vermogen gedeeld door de totale baten. 
    Daarbij geldt een signaleringswaarde van 5%. En hier zit het venijn. Want als u ook maar in de búúrt komt van deze 5%, bent u waarschijnlijk al failliet en staat uw organisatie onder financieel toezicht.
 

Schijn bedriegt

Met het kengetal weerstandsvermogen volgens definitie 2 heeft het Ministerie feitelijk een nieuwe “kapitalisatiefactor” geïntroduceerd: een bedrieglijk kengetal, omdat bij alle onderwijsinstellingen een flink deel van het eigen vermogen uit materiële vaste activa bestaat. 
De verschillen tussen definitie 1 en 2 zijn dan ook enorm: een stichting die nog niet zo lang geleden onder financieel toezicht werd geplaatst had volgens definitie 2 nog een weerstandsvermogen van 15%. 
Volgens definitie 1 was dit al enkele jaren negatief……
 

Hoe hoog moet het weerstandsvermogen dan zijn?

Dit is één van de meest gestelde vragen aan Verus Bedrijfsvoering & Infrastructuur. Het antwoord is dat het ‘weerstandsvermogen definitie 1’ niet zomaar per organisatie vast te stellen is. Om dit wel te kunnen, is inzicht noodzakelijk in het (financiële) risicoprofiel van uw organisatie. Mede op basis hiervan is in te schatten of u de komende jaren verantwoord meer geld uit kunt geven (door te innoveren) of dat er op basis van de eigen streefwaarde moet worden bij gespaard. Hoe? Daarover leest u volgende week meer in de blog van collega Auke Vlonk.
 
Verus Bedrijfsvoering & Infrastructuur kan u een sparringsgesprek aanbieden waarin we het nut van risicoanalyses kunnen bespreken en het verder kunnen hebben over personeelsstromen, planning van scholen en de financiële situatie van het bestuur. Uiteraard kunt u ook andere onderwerpen op het gebied van bedrijfsvoering aan de orde stellen. Zo’n sparringsgesprek is voor leden van Verus altijd gratis. Indien u hier interesse in heeft, komen wij graag bij u langs.

Reacties

Door W. Verweij op 1 dec 2017 | 08:17

Bedankt; u formuleert financiële wijsheid, die ik al enkele jaren voor de commissie Don, op deed bij collega's van andere scholen. Sinds ongeveer 2005 hanteren wij definitie 1 tezamen met de regel sluitend te begroten als de twee pijlers onder ons financieel beleid. Wat dit betreft hebben we dus niets gehad aan regelgeving van de overheid, die voortdurend verandert.

Nieuwe reactie inzenden

Genno Wolthers

adviseur bedrijfsvoering en financieel beleid
0348 74 44 38