U bent hier

Voorschoolse opvang. Tijd om als onderwijs zelf initiatief te nemen

Stel: de regering besluit dat alle kinderen met achterstanden van 0 tot 4 jaar verplicht minimaal 16 uur per week naar een kinderopvang moeten. Stel: dat wordt gereguleerd vanuit de gemeenten, waarbij zij verantwoording nemen om kinderen vanuit doorlopende ontwikkel- en leerlijnen naar het basisonderwijs te begeleiden... Wie bepaalt dan de inhoud van die leerlijnen? Wie de pedagogische opdracht? 

Recent adviseerde de SER dat de overheid moet bijdragen aan de algemene cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen en het leggen van de basis voor schoolspecifieke ontwikkeling en talentontwikkeling in een later fase. Ik heb er geen veilig gevoel bij.

Het basisonderwijs moet nu goed nadenken of een semioverheids toeleveringsbedrijf wel voldoende oog heeft voor de waarden die het christelijk en katholiek onderwijs zich stelt. En zich de vraag stellen of die voorschoolse opvang wel enthousiast is over óns onderwijs. Is het geen tijd voor eigen initiatief om overheidsingrijpen voor te zijn?

Het advies gaat nog verder: opvang moet er komen voor kinderen met achterstanden en later in tijd voor alle 2- tot 4-jarigen. Dat staat in het SER-rapport ‘Gelijk goed van start Visie op het toekomstige stelsel van voorzieningen voor jonge kinderen’. De motieven van de Regering zijn echter van bedenkelijke, niet kindgerichte maar economische aard. U weet wel: het gaat om verhoging van productiviteit door arbeidsparticipatie, gelijke kansen en daarmee kans op een plek op de arbeidsmarkt en versterking van het verdienvermogen. 

Is het SER-plan haalbaar? Ik denk van wel, de bijdrage van het Rijk is relatief gering.

De komende jaren worden dan de voorzieningen rond achterstanden geïntensiveerd en alle huidige peuterspeelzalen en kinderopvanginstellingen geharmoniseerd en gecentraliseerd. Zijn de effecten onvoldoende, dan raadt de SER “een minder vrijblijvende benadering van ouders met kinderen met achterstanden” aan.

Er kan weinig ingebracht worden tegen de opzet om kinderen met achterstanden zo snel als mogelijk gelijke kansen te geven bij de instroom in het basisonderwijs en om samenwerking tussen de voorschoolse opvang en de basisschool te bevorderen. Ook het voorstel om het stelsel voor alle groepen financieel toegankelijk te maken, lijkt aantrekkelijk. 

Maar zijn de pedagogische opvattingen op deze (nieuwe) voorzieningen vanuit vormings- en talentontwikkeling in lijn met de waarden van het daaropvolgend christelijk en katholiek onderwijs? Mogen ouders zelf blijven kiezen waar hun kinderen opgevangen worden en mag je ze ook gewoon thuis opvoeden? Wachten we tot er meer duidelijkheid is over de verbeterde financiële ondersteuning aan ouders en de politieke wil om de SER-voorstellen door te voeren? Het lijkt mij tijd voor het onderwijs zelf om, als u dat al niet doet, het initiatief te nemen.

Nieuwe reactie inzenden

Freek Pardoel

belangenbehartiger
0348 74 41 22