U bent hier

Passend onderwijs is onnodig moeilijk en vreemd. Maar er is een oplossing.

Passend onderwijs lukt als de leraar goed op zijn plaats zit en het regiobestuur werkelijk van deelnemende besturen is. Wat moet er gebeuren?

Het woord samenwerking is misleidend

Het samenwerkingsverband passend onderwijs (SWV) is een verplicht regiobestuur, waar het bereiken van consensus een plicht is. Overeenstemming betekent dus besluitvormend besturen. Besluitvorming over de toelatingsverklaring, zorgdragen voor een sluitend zorgaanbod, doorsturen en altijd plaatsen van kinderen, plaatsen van thuiszitters en afspraken met gemeenten over maatschappelijke zorg. Het succes wordt door de overheid gecontroleerd. Nu dreigt bij toezicht van overheid dat sancties ingevoerd worden als het SWV haar taken niet nakomt. Deze sancties zijn het best te omschrijven als misplaatst beleid. 

Het SWV is niet nodig voor de verantwoording aan de overheid

Het SWV vervult een goede rol als verplichte werkmaatschappij van alle scholen. De verplichting om een leerling snel te plaatsen noodzaakt tot dit regiobestuur. Maar het is niet nodig dat de overheid daar sanctionerend optreedt. 

Stel nu eens dat niet het SWV aangeslagen wordt maar alle schoolbesturen als collectief? Is dat geheel iets nieuws? Dat is niet het geval, we kennen al de bepaling dat als er meer uitgegeven wordt aan extra voorzieningen dan het regionaal budget, vervolgens dit bedrag collectief in mindering wordt gebracht op de basisbekostiging van alle scholen.  

Sturend optreden door de overheid onnodig

Inmiddels wil de Regering geen bestuurders meer uit de eigen regio in het toeziende deel van het SWV-bestuur. Nieuwe bestuurders moeten benoemd worden naast de reeds benoemde bestuurders en toezichthouders van deelnemende besturen. 

De bestuurders die ik spreek willen dat helemaal niet. Zij willen direct betrokken zijn en blijven tenminste tot een structurele situatie is bereikt. Inmiddels komt daarbij dat de Tweede Kamer het huidige toezichtkader niet passend vindt. Er wordt gezocht naar een toezicht dat meer tegemoet komt aan de complexheid van passend onderwijs-besturen.   

Besturen van een SWV vraagt om nieuwe vaardigheden

Het komt voor dat alle schoolbesturen in een regio, zowel groot als klein, vinden dat ze te weinig invloed hebben. De meningsvorming verschilt over welke leerlingen de meeste extra zorg nodig hebben en welk geld daarbij hoort. Keuzes tussen: geven we de mytylschool nu 2 of 3 voor die leerling, betekent dyslexie nu aandacht die elke leerkracht tot haar gewone taken rekent of moet hier een extra voorziening getroffen worden met extra zorggeld? Waar stopt de extra onderwijsvoorziening en begint de maatschappelijke zorg? 

Besturen betekent bij de verschillende instellingen van het SWV dat je moet leren elkaar iets te gunnen. Er is immers altijd schaarste aan middelen. Dan is er nog de afstemming van passend onderwijs met gemeentebeleid. Over voorschoolse opvang, over de inzet van achterstandsbeleid en de koppeling aan maatschappelijke zorg. Dit ‘consensusbesturen’ is nieuw en verschilt van het aansturen van een schoolbestuur.

Nieuw klassenmanagement is de redding van passend onderwijs 

Om een visie te delen op wat passend onderwijs inhoudt en waar basiszorg eindigt, extra zorg begint en waaraan een bedrag toegekend wordt, is tijd nodig. Leraren krijgen de ruimte om professioneel toegerust te worden, stellen de besturen. Maar toch gaat dit moeilijk. De leraren klagen over werkdruk, het gebrek aan tijd. Het ontbreekt hen aan extra handen voor de klas, aan assistenten en bovenal aan goed klassenmanagement. Het is een illusie om te denken dat extra (salaris) geld zal helpen op korte termijn dit personeels- en tijdtekort op te lossen. Te weinig nieuwe collega’s stromen uit van de opleidingen en het imago van de leraar is te slecht om hier optimistisch over te zijn. 

Goed plannen en klassenmanagement kan voor verbetering zorgen in aandachtverdeling naar alle leerlingen, aan duidelijkheid over taken en gelijktijdig werkdruk verlagen en maakt het mogelijk passend onderwijs door te ontwikkelen. Laat het kind centraal staan door de leraar de ruimte te geven die hiervoor nodig is en gun de besturen tijd zich professioneel te ontwikkelen.

Reacties

Door Gerlo Teunis op 23 nov 2017 | 12:27

Nieuw klassenmanagement vraagt eigenlijk het anders organiseren van kinderen. Het groepsdenken 1- 8 met de daarbij behorende lokalen gebaseerd om het aantal lln/m2 heeft zijn langste tijd gehad. Dat betekent niet dat men met minder medewerkers toekan, maar wel dat er gekeken moet worden wie zijn er betroken bij de ontwikkelingvande leraren en welke specialismen hebben we nodig. Veel leraren willen wel, zij willen hun vak terug maar dan met een slim en lean voor-en nawerk. Dat vraagt m.i. een andere financieringssystematiek van het basisonderwijs, niet meer alleen gebaseerd op het aantal lln en gewichtengelden ( voor wat ze waard zijn), maar meer indicatoren die een rol spelen erbij te betrekken (maatwerk).
Opvallend is wel dat traditionele vernieuwingsscholen in een 3.0 versie in eens actueel worden. Veel nieuwe concepten zijn daar op gebaseerd met ondersteuning van onderwijs & ICT.

Door Jan Westert op 23 nov 2017 | 12:40

Samenwerkingsverbanden passend onderwijs zijn verbanden, waar het woord samenwerking niet erg passend meer is. De governance verdraagt zich niet met samenwerking wel met bestuurlijke drukte! Mooie klus voor minister Slob

Nieuwe reactie inzenden

Freek Pardoel

belangenbehartiger
0348 74 41 22