U bent hier

Het dilemma van betrokken toezicht bij passend onderwijs

Terwijl schoolbesturen nog bezig zijn de middelen van passend onderwijs zo goed mogelijk te verdelen, wil demissionair staatssecretaris Dekker onderzoek doen naar een zelfstandig functionerend bestuursorgaan. Maar daarvoor is het nog te vroeg.

Passend onderwijs draait om kwetsbare kinderen en complexe keuzes rond de inzet van middelen. Het duurt even voordat je in samenwerkingsverbanden (swv) hier met elkaar de beste oplossing gevonden hebt. Tijd krijgen om te ontwikkelen staat haaks op de roep om meer controle vanuit de overheid. Hier blijkt wantrouwen. 

Schoolbesturen willen betrokken zijn

Voor de zomervakantie heeft staatssecretaris Dekker opgedragen onderzoek te doen naar hoe onafhankelijk toezicht op swv passend onderwijs beter ingericht kan worden. Het verwijt is dat er onvoldoende zicht is op de kwaliteit van passend onderwijs omdat goed toezicht ontbreekt. Er zou daarvoor zelfs een zelfstandig functionerend bestuursorgaan ingericht moeten worden. 

Personen die in schoolbesturen zitten zouden dan niet dezelfde personen mogen zijn als de bestuurders van een swv. Maar in de huidige Wet passend onderwijs bestaat geen scherpe scheiding tussen die twee. Veel schoolbesturen willen die ook niet. Zij willen als betrokkenen zelf directe invloed uitoefenen, op z'n minst in de ontwikkelfase. Verus vindt ook dat het besturen van een swv een zaak van schoolbesturen zelf is

Dat stelt de overheid voor een dilemma. Waar een raad van commissarissen in het bedrijfsleven verantwoording aan de aandeelhoudersvergadering aflegt, berust die taak in non-profitorganisaties bij verschillende partijen. Om even het geheugen op te frissen: bij de inrichting van een gewoon schoolbestuur met onafhankelijk toezicht, vond de onderwijsinspectie dat een vanuit het onderwijs zelfbenoemde toezichthouder niet kon, omdat het niet onafhankelijk genoeg zou zijn. Voor de inrichting van een onderwijsbestuur zijn verschillende modellen beschikbaar, onder andere dat met een toezichthoudend bestuur en een directeur met mandaat. De wettelijke basis voor de scheiding tussen bestuur en intern toezicht, kwam voor het funderend onderwijs in 2010 tot stand. Dat deed de aandacht voor de vraag ‘wat goed toezicht is’ toenemen. Nu functioneert het toezicht in het gewone onderwijs naar behoren.

Financiële ontsporingen voorkomen 

De overheid lijkt de samenwerkingsverbanden te zien als gewone onderwijsinstellingen. En hoewel beiden te maken hebben met dezelfde governancewetgeving, zijn ze dat niet. 

Want er zijn grote regionale verschillen in eigen keuzes en zorgproblematiek tussen verschillende samenwerkingsverbanden. En die maken een uniforme landelijke oplossing ongewenst. Onafhankelijke toezichthouders die niet afkomstig zijn uit de regio zelf, vergroten met hun afstand en onbekendheid het risico op inefficiënte inzet van middelen .

Ontwikkeltijd is de beste garantie voor de toekomst 

In het swv maakt concurrentie vanuit de missie van de eigen school het niet eenvoudig om machtsfactoren uit te sluiten. Maar dat betekent niet (zoals regelmatig door de overheid wordt beweerd) dat financiële motieven als eigenbelang de verdeling van middelen bepalen. Het zijn eerder de tegenstellingen die noodzaken tot zakelijke afspraken en compromissen. Zoals de politiek dat ook doet. 

Het lijkt me meer dan logisch dat schoolbestuurders van betrokken scholen in het swv zelf direct willen participeren in het overleg waar de keuzes voor plaatsing nog in ontwikkeling zijn. Diversiteit en tegenstellingen zijn juist goed. Volwassen en professioneel worden en het bereiken van overeenstemming van besturen van het swv is een nieuwe dimensie in school-bestuurlijk Nederland. Het maken van goede zakelijke afwegingen kost tijd. Geef die ook.

 

Vragen over governance? Advies op maat? Neem contact op met onze governance-adviseurs

Nieuwe reactie inzenden

Freek Pardoel

belangenbehartiger
0348 74 41 22