U bent hier

Gelijke kansen in het onderwijs begint bij meer oog voor verschillen!

Is het mogelijk onderwijs zo in te richten dat elk kind gelijke kansen krijgt? Ofwel de beste kansen krijgt? Kansen die passen bij de eigenheid van elke individuele leerling? Wordt er wel voldoende gekeken naar wat leerlingen straks werkelijk nodig hebben om gelukkig en succesvol te zijn, zowel privé, sociaal-maatschappelijk, als in werk? 

Verschillen in het onderwijs te groot 

De overheid vindt van niet. Zij vindt de verschillen in het onderwijs tussen vergelijkbare scholen te groot. Daarom moeten de prestaties aan de top omhoog en het gat in de kansenongelijkheid gedicht. 
Maar terwijl zwakke scholen zich duurzaam weten te verbeteren, neemt het aantal leerlingen dat een havo- of vwo-diploma haalt af. Veel schoolbesturen worden als voldoende beoordeeld door de inspectie, maar presteren niet goed genoeg volgens diezelfde overheid. Scholen moeten allen excellent willen zijn en de leerlingen allen excelleren. 

Vraag je eens af wat gebeurt als dit laatste de focus wordt in het onderwijs? Juist, dan zal de ongelijkheid tussen excellente en andere leerlingen alleen maar verder toenemen! 

De overheid biedt geen oplossing om ongelijke kansen in het onderwijs te verkleinen 

Levert deze wonderlijke mix van tegenstellingen houvast voor toekomstig beleid in de scholen zelf? Wat moeten en willen we als onderwijsinstellingen betekenen voor al onze kinderen? 

De overheid lijkt nog steeds gecharmeerd van de maakbaarheid van leerlingen en richt zich sterk op internationale vergelijkingen. Er wordt gerekend met op- en afstromen, passende schooladviezen (al dan niet meervoudig). Beroepsmatige vaardigheden worden afgemeten aan competenties en zijn maatgevend om van vergelijkbare omstandigheden te spreken. Maar is dit hoe we kwaliteit neerzetten? En creëren we zo werkelijk gelijke kansen voor alle leerlingen?

Onderwijs moet zich richten op kwaliteit voor iedereen 

Mijns inziens is het voor de kwaliteit van het onderwijs doorslaggevend hoe het onderwijs er in de gehele breedte voor elk kind uitziet. Het onderwijs moet de ontwikkeling van alle kinderen in de breedte ondersteunen, zodat zij kunnen uitgroeien tot persoonlijkheden die op een kritische, maatschappijbetrokken, verantwoorde, autonome, creatieve en verdraagzame manier participeren in de samenleving. Leerlingen sleutelcompetenties bijbrengen om te kunnen functioneren, een goed leven te leiden en bij te dragen aan de samenleving. 

Gelijke kansen: goed functioneren of goed presteren?

Daarbij hebben alle leerlingen recht op gelijke kansen. Maar hebben we het dan over gelijke kansen om goed te presteren in het onderwijs of over gelijke kansen om in de toekomst gelukkig te zijn en goed te functioneren in de maatschappij? En als het beide is, wat heeft dan de prioriteit en wie bepaalt dat?     

Wanneer is er sprake van ongelijkheid in het onderwijs?

Hoe om te beginnen moeten we verschillen beoordelen? Wanneer is er werkelijk sprake van ongelijkheid in het onderwijs? Het is toch zo dat de cognitieve resultaten, vaardigheden en hulp van thuis de beste voorspeller zijn voor een succesvolle schoolloopbaan? Onderwijs daarop gericht biedt toch de beste kansen op een goed leven, zowel privé, in arbeid als in de samenleving? 

De persoonsvorming is daarom meer een voorspeller voor de toekomst dan al het gemeet en gebenchmark dat de overheid zo graag doet. Een schoolvisie die aansluit bij de kansen van elk individueel kind en de keuze van het kind en de ouders, biedt de meeste zekerheid voor de toekomst.

Meten en benchmarken geeft geen garantie op gelijke kansen voor kinderen

Als er ongelijkheid bestaat omdat de kwaliteit van het onderwijs beter kan, dan moet dit aangepakt worden. Geen discussie. Maar ik betoog hier dat er ook ongelijkheid ontstaat doordat scholen hun leerlingen kansen willen bieden die niet alleen af te meten zijn aan vakgerelateerde kennisoverdracht, maar ook aan ‘levenservaring en wijsheid’.    

Kortom: kijk eerst naar de verschillen

Alle kinderen moeten gelijke kansen krijgen om gelukkig en succesvol te kunnen worden, zowel privé, sociaal-maatschappelijk als in werk. Om dat te bereiken zal het onderwijs eerst moeten kijken naar de verschillen tussen leerlingen en het onderwijs laten aansluiten bij de ontwikkelbehoefte en mogelijkheden die de kinderen hebben. 

Naast vakkennis gaat het om persoonlijke vorming, normen en waarden, geliefd zijn en worden, binding hebben met de omgeving, burgerschap en een geschikt beroep vinden. Die brede richting moet het onderwijs opkijken. Ik hoop dat het onderwijs in de toekomst meer aandacht besteedt aan en rekening houdt met de verschillen tussen kinderen, om zo kinderen van alle afkomst zowel privé, in arbeid en in maatschappelijk opzicht nu en in de toekomst een gelukkig leven te bezorgen.

Reacties

Door Ab Kools op 20 mei 2017 | 09:22

Freek heeft de spijker op de kop! Een onderwijsklimaat gericht op volledige ontplooiing van talenten van kinderen verdraagt zich niet met een regime van afrekenen op beperkte meetbare resultaten als return on investment. Het roer moet echt om naar een Rijnlandse visie !

Nieuwe reactie inzenden

Freek Pardoel

belangenbehartiger
0348 74 41 22