U bent hier

Hoe bereid je leerlingen voor op een arbeidsmarkt waarin de computer de baas is?

Een toekomstscenario

Denk je in: je zoekt een baan, ziet een leuke vacature en solliciteert. De selectieprocedure wordt uitgevoerd door een computer. Algoritmes en je Facebookprofiel zijn bepalend of je door de eerste selectie heen komt. Behalve je c.v. worden ook je foto en je taalgebruik door de computer beoordeeld: passen je gezichtsuitdrukking en taalgebruik bij het profiel, bijvoorbeeld een “masculiene” taal voor een directiefunctie?

Eenmaal aangenomen worden je prestaties bijgehouden in een technische applicatie. Zo kan op ieder moment worden gemeten hoe je presteert ten opzichte van collega’s. De computer geeft aan of je moet worden bijgestuurd.

Op basis van de data die zo verzameld zijn, word je beoordeeld. De computer geeft ook aan wanneer het tijd is om afscheid van je te nemen.

Misschien werk je wel voor een organisatie waarin met een beroep op transparantie al je mailverkeer kan worden uitgelezen. En zijn er mensen die het een goede volgende stap vinden om medewerkers een apparaatje te geven dat ook alles wat gezegd wordt registreert.

Dé oplossing

Inderdaad, dit is een wereld zoals die wordt beschreven in The Circle van Dave Eggers. The Circle is een dystopische roman die een krachtige waarschuwing is tegen de totaliserende werking van de digitale technologie.

Toch wordt deze wereld snel realiteit. Onlangs was ik bij een lezing over de invloed van kunstmatige intelligentie (AI) op de arbeidsovereenkomst. Daarin werd een situatie als hierboven omschreven niet gezien als schrikbeeld, maar gepresenteerd als dé oplossing voor alle HR-problemen.

Wat voor onderwijs?

Dit roept allerlei vragen op. Ook voor het onderwijs.

Een doel van het onderwijs is immers de voorbereiding van leerlingen op het volwassen leven en de arbeidsmarkt. Hoe bereid je leerlingen voor op een bestaan waarin de computer de baas is?

Hoe wil je dat de mens gezien wordt, als een productiemiddel of als mens, dus als wezen dat zich in vrijheid tot de digitale technologie weet te verhouden? Wat voor onderwijs hoort daarbij? Waarom zouden we eigenlijk moeilijk doen over de technologie, het maakt het leven toch veel makkelijker?

Totaliserende werking

Natuurlijk heeft technologie allerlei voordelen. Maar er is een keerzijde.

Kritiek op de macht van de technologie is niet nieuw. Ruim 50 jaar geleden schreef Herbert Marcuse al dat de technische vooruitgang zich heeft uitgebreid tot een heel systeem van machtsuitoefening. Dit technologische systeem bepaalt de wensen en behoeften van zowel de staat als zijn burgers en heeft dus een totaliserende werking. Zelfs het denken is geen bron meer voor kritiek op de maatschappij, omdat het denken ondergeschikt is gemaakt aan het systeem. Zo worden mensen tot slaaf gemaakt en reduceren zij zichzelf tot een radertje in het systeem, tot ééndimensionale wezens, aldus Marcuse.

Deze problematiek is volgens de hedendaagse filosoof Hans Schnitzler in de gedigitaliseerde wereld alleen maar versterkt. Hoewel het lijkt of de mens met het internet een ideale wereld met onbeperkte mogelijkheden heeft gecreëerd, wijst Schnitzler er op dat het internet op eenzelfde totalitaire wijze werkt. Weerstand bieden lijkt zinloos en krijgt geen kans, juist omdat de technologie het leven en werken zoveel makkelijker lijkt te maken. Ook het werk van de leidinggevende of personeelsmedewerker op het werk.

Gereduceerd tot het meetbare

Maar moeten we een wereld willen waarin werkelijk alles wordt gereduceerd tot het meetbare, tot de nullen en enen van de computertaal, tot het economisch rendabele? En moeten we leerlingen leren zich zo goed mogelijk aan de technologische systemen aan te passen, zich daaraan onderschikt te maken?

Ik vind van niet. Filosoof Martha Nussbaum stelt terecht dat vormen van onderwijs die vrijwel uitsluitend gericht zijn op het economische en meetbare een bedreiging zijn voor de democratie en voor de mens in zijn wezen. Zij vindt dan ook dat onderwijs erop gericht dient te zijn andere mensen als mensen te zien, en niet als objecten.

Bevrijdende ruimte

Wat voor onderwijs is dan menselijk en wenselijk? Naar mijn mening onderwijs waarin veel ruimte is voor de kunsten, literatuur, filosofie en religie, de domeinen dus waarin het gaat om grote abstracte begrippen die niet terug te brengen zijn tot het meetbare. Domeinen die in potentie ‘bevrijdende ruimte’ kunnen bieden en zó een tegenhanger vormen voor systemen met een totalitair karakter, in welke vorm dan ook.

Ik zie hier een uitgelezen kans voor het christelijk onderwijs om daarbij een onderscheidende rol op zich te nemen. Het christendom heeft immers een Bijbelse verhalentraditie die over de weerbarstige, niet meetbare en niet bestuurbare kanten van het leven gaat, en de christelijke ethiek leert dat ieder mens als mens gezien moet worden.

Zullen we ons met z’n allen inzetten om een krachtige tegenbeweging tot stand te brengen? Wie doet er mee?

Reacties van harte welkom!

Reacties

Door Paul op 3 jul 2019 | 20:21

Fenneke, wederom prachtig verwoord en ik ben het, zoals je al weet, helemaal met je eens.

Door Fenneke op 5 jul 2019 | 08:56

Dank je wel, Paul

Door Sonja Baljeu op 7 jul 2019 | 07:57

Hoi Fenneke, mooi verwoord. Als we niet oppassen gaan we onszelf robotiseren en met verlies van onze specifiek menselijke capaciteiten..

Nieuwe reactie inzenden

Fenneke Scholten van Aschat-Zeldenrust

jurist
0348 74 44 48

Lees ook