U bent hier

Rolbesef: papier is geduldig, de praktijk niet!

Een bestuurder is geen toezichthouder en een toezichthouder is geen bestuurder. Het lijkt zo logisch. Toch kom ik in de praktijk nogal eens tegen dat zowel toezichthouders als bestuurders de verleiding niet kunnen weerstaan om op de stoel van de ander te gaan zitten, of het zich soms zelfs niet bewust zijn dat dit gebeurt. Rolhygiëne is dan gewenst. In deze blog: rolbesef

Onder rolbesef versta ik de mate waarin de verschillende rollen ook tussen de oren zitten van de verschillende mensen. Van hen mag verwacht worden dat zij weten welk gedrag wel en niet in overeenstemming is met hun rol zoals die gedefinieerd is. De bestuurder treedt op als bevoegd gezag zoals dat in de onderwijswetgeving is bedoeld. Dit betekent dat de bestuurder moet beseffen hij niet de manager is die de beleidsruimte invult, maar het orgaan dat de beleidsruimte bepaalt. Hij is verantwoordelijk voor koers en beleid en daarmee voor alle processen binnen de organisatie die hierbij ondersteunend zijn. Daarnaast is hij de direct leidinggevende van schooldirecteuren en stafbureaumedewerkers. Daarbij dient de bestuurder zicht te hebben en te houden op de grenzen van zijn rol.

De toezichthouder voelt misschien wel de verleiding om soms (mee) te sturen, maar het is niet zijn taak om het roer in handen te nemen. De bestuurder bepaalt in samenspraak met de belanghebbenden de richting en ruimte in de organisatie. Een goede toezichthouder weet waar de grenzen van zijn rol liggen. Die zijn, ook als er een goede definitie ligt, in de praktijk niet altijd vanzelfsprekend. Het behoort tot de collegiale verantwoordelijkheid binnen de Toezichthouder om grenzen te bewaken.

Casus: Wie schrijft, die blijft?

De toezichthouder onthoudt zijn goedkeuring aan het strategisch beleidsplan, zoals de bestuurder dat heeft voorgelegd. De toezichthouder is van mening dat de geformuleerde koers onvoldoende specifiek is. Eén van de toezichthouders geeft verbetersuggesties. Met het oog op de adviserende rol van de toezichthouder gaat de betreffende toezichthouder alvast voortvarend aan de slag en scherpt de koers aan. De toezichthouder prijst zijn bijdrage en ‘schenkt’ de bestuurder zijn advies. De bestuurder is echter niet blij met dit advies en met name de wijze waarop het tot stand is gekomen en geeft aan dat hij het advies ‘gehoord’ heeft, maar het niet zal opvolgen. Dit leidt tot een heftige discussie over de interpretatie van het begrip ‘advies’ in de rol van de toezichthouder. Uiteindelijk concentreert de discussie zich rond het thema rolbesef. Wat is ieders in rol in deze eigenlijk? Waar zijn we met z’n allen de mist ingegaan?

Deze casus is bedoeld voor u als toezichthouder en bestuurder om gezamenlijk naar aanleiding van de casus het gesprek aan te gaan over rolbesef. De volgende drie vragen kunnen daarbij behulpzaam zijn:

  • wat gaat hier goed?
  • wat gaat hier niet goed?
  • wat kunnen we hier van leren?

Voert u een dergelijk gesprek liever onder begeleiding? Adviseurs van Verus helpen u graag!

Dit is blog 3 in een reeks over rolhygiëne toezichthouder en bestuurder. 

Lees ook

Nieuwe reactie inzenden

Felix Razenberg

adviseur governance, cultuur en organisatie
0348 74 44 15