U bent hier

Raadpleging: rituele dans of kans?

Raadpleging van ouders wordt nog vaak gezien als een noodzakelijk kwaad, merk ik in de praktijk. Je moet het uitvoeren, maar vooral niet te vroeg.

Dit heeft alles te maken met hoe je kijkt naar de rol van ouders, naar ouders als stakeholders. 

Onlangs legde mijn collega Kees Jansen de context uit van de wetswijziging Wet Medezeggenschap Scholen met betrekking tot de verplichte ouderraadpleging.

In hedendaagse governancetermen zien we ouders als ‘prioritaire stakeholders’ van de school; direct belanghebbenden waaraan de school verantwoording verschuldigd is. Deze verantwoordingsrelatie richting ouders is belangrijk. Zij moeten er blind op kunnen vertrouwen dat hun kinderen veilig zijn op school, dat ze goed onderwijs krijgen en dat de school en het bestuur waar de school onder valt naar behoren functioneren. Dat vertrouwen vereist openheid en verbondenheid.

Pedagoog Mischa de Winter betoogt in het boek ‘Vormers en Volgers’ dat kinderen er belang bij hebben als hun opvoeders -ouders en school- elkaar zo veel mogelijk weten te vinden en met elkaar verbonden zijn. Je zou wensen dat ouders persoonlijk betrokken zijn bij de school en het onderwijs aan hun kinderen en zich niet gedragen als ‘kritische consument’. Dat engagement zagen we vooral in de begintijd van de bijzondere scholen. Dat engagement vraagt om een verdere ‘warme’ invulling van dat stakeholderschap. Stakeholderschap dat uitgaat van partijen die een gezamenlijk doel dienen en samenwerken met oog voor wederzijdse belangen. Deze samenwerking impliceert dat er sprake is van een onderling gelijkwaardige verhouding, waarbij school en ouders duidelijk hun eigen deskundigheid en rol hebben en de school / het bestuur de regie voert. Alleen dan is er sprake van samenwerking gericht op een gezamenlijk belang: de brede opvoeding en vorming van kinderen. 

Om daarover op een open en voor iedereen uitnodigende wijze in gesprek te kunnen gaan, is het uitgaan van persoonlijke verhalen van mensen een goede invalshoek. Wat betekent bijvoorbeeld de omvang van de school voor de ontwikkeling van kinderen? Welke opties zijn er om in dergelijke situaties een optimale leef-, leer- en werkomgeving te creëren voor kinderen én leraren? Wat is rol van ieder in deze?

Gesprekken over de toekomst van de school beginnen dus niet als er bijvoorbeeld een fusie voor de deur staat, maar starten vanuit gesprekken over ontwikkeling van kinderen tussen ouders en school en het partnerschap dat zij hierbij aangaan.

Schoolbesturen die raadpleging (de derde trede op de participatieladder) inzetten, doen er dan ook goed aan vooraf te onderzoeken wat de wederzijdse verwachtingen daarbij zijn. Immers, een ouder die zich niet serieus genomen voelt in het gesprek met de leraar, zal anders deelnemen aan een raadpleging dan een ouder die de vele stappen van de participatieladder heeft mogen ervaren in gesprekken over de ontwikkeling van het eigen kind. Een ouder die zich eerder al serieus genomen voelde, zal raadpleging eerder als kans zien dan als een rituele dans.

Raadpleging is dan een logisch gevolg van de wijze waarop het bestuur bestuurt en de ouder participeert.

Nieuwe reactie inzenden

Felix Razenberg

adviseur governance, cultuur en organisatie
0348 74 44 15