U bent hier

‘Voor veel leraren valt de kern van de democratie en het bijbehorende burgerschapsonderwijs helemaal samen met hun mens- en wereldbeeld’

Bijzonder onderwijs wordt veel te vaak met argusogen bekeken. Met die ogen moet dat onderwijs scherp begrensd worden, door de overheid en de samenleving. Er zijn immers genoeg verhalen van scholen die, niet zelden vanuit hun religieuze overtuiging, de waarden van onze democratische samenleving aan hun laars lappen. Toch? Maar werp die argwaan af en beschouw bijzonder onderwijs als een betrouwbare partner. Niet door je schouders op te halen over de misstanden, zeker niet, maar door ook een andere werkelijkheid te noemen.

Dinsdag kwam het advies van de Onderwijsraad over de vrijheid van het onderwijs uit: Grenzen stellen, ruimte laten. Artikel 23 Grondwet in het licht van de democratische rechtsstaat. Het is een voortdurend zoeken naar de balans tussen de overheid, de samenleving en de ruimte die er voor scholen al dan niet moet zijn. Het gaat over grenzen, autonomie, identiteit.

Grenzen

De Onderwijsraad is klip en klaar: er zijn grenzen aan de vrijheid van scholen. En die vrijheid wordt begrensd door de democratische rechtstaat. Het advies stelt hierover: ‘Die ruimte wordt begrensd door het discriminatieverbod en de plicht van een school af te zien van dwang en indoctrinatie (...) Het is niet toegestaan binnen het onderwijs overtuigingen over te dragen die onverenigbaar zijn met de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat of die indruisen tegen die uitgangspunten.’ De Onderwijsraad noemt dit de buitengrens: ‘zaken die ongeoorloofd zijn.’ Het is zeer terecht dat het advies hierop wijst. De vrijheid van scholen, van elke school, is begrensd. Niet alles wat gezegd, gedacht, gedaan en geloofd kan worden, mag een plaats in het onderwijs hebben.
Daarnaast spreekt de Onderwijsraad over een ‘verplichte, gemeenschappelijke kern’. Men doelt daarmee op onderwijs in democratisch burgerschap: dat is erop gericht leerlingen, op alle scholen, te leren te ‘functioneren in en bij te dragen aan een open en vrije samenleving gebaseerd opdemocratische uitgangspunten.’

En dan komt het. Tussen die verplichte kern en die buitengrens hebben alle scholen de vrijheid om hun eigen visie op het leven, mens- en wereldbeeld, geloof te uiten in het onderwijs aan de leerlingen, ‘ook als het schuurt en botst met hoe anderen over goed onderwijs denken.’ Dit is onderwijs dat boven op de gemeenschappelijke kern kan komen. Het is alsof de architect een huis heeft bedacht en boven op de zolder ruimte laat voor een andere bouwtechniek, een afwijkende stijl, een geheel andere inrichting. Het is weliswaar niet een afgezonderd gebouwtje buiten de woning. Iedereen kan er een kijkje nemen en alle bewoners hebben de plicht samen te koken en te eten. Maar sommige mogen zich regelmatig terugtrekken in die vreemde ruimte. Omdat ze dat nu eenmaal belangrijk vinden.

Eigenheid

De kans is groot dat hier een visie op levensbeschouwelijke tradities, religie achter zit die we ‘getolereerde eigenheid’ kunnen noemen: wie een bepaalde traditie aanhangt, mag dat doen zolang anderen er geen last van hebben, of beter nog: zolang het niet in strijd is met de ‘gemeenschappelijke kern’ van onze samenleving. Die ruimte is helemaal terecht. Maar de visie erachter niet.
Levensbeschouwing, religie is, zeker op scholen, lang niet altijd een aparte zolderkamer: een getolereerde rariteit. In het bijzonder onderwijs, en trouwens ook op openbare scholen, zijn leraren en directeuren actief die met hart en ziel volop willen bijdragen aan dat democratisch burgerschap. Juist vanuit hun levensbeschouwing. Zij zitten niet zoveel mogelijk op zolder, maar zijn elke minuut van de dag overal in het huis bezig. Samen met en gelijkwaardig aan alle anderen. Om het huis leefbaar te houden, om feest te vieren. Dat zijn die leraren die vanuit hun identiteit excursies en maatschappelijke stages organiseren, leerlingen leren filosoferen en discussiëren, godsdienstonderwijs geven, ontmoetingen begeleiden tussen mensen met uiteenlopende levenswijzen, tradities en oriëntaties. Niet vanwege die getolereerde eigenheid, maar met het oog op datgene waar volgens hen een school voor is: democratisch leren samenleven.

Voor veel leraren valt die verplichte kern van de democratische rechtsstaat en het bijbehorende burgerschapsonderwijs helemaal samen met hun mens- en wereldbeeld. Juist vanwege hun levensbeschouwing maken ze hier werk van. Niet omdat het zo nodig moet van de overheid en de samenleving, maar omdat ze zo in het leven staan. Dat is geen aparte ruimte, maar zo willen ze leraar zijn. Juist ook in het bijzonder onderwijs.

Deze opinie is gepubliceerd in het Nederlands Dagblad van 7 oktober 2021.

Nieuwe reactie inzenden

Erik Renkema

adviseur identiteit
06 10 31 35 79