U bent hier

Niet iets, maar alles

De beide ouders zitten tegenover me. De thee staat dampend tussen ons in. Lachend kijken ze me aan. Ik voel het: ze hebben al gekozen voor onze school. De rondleiding heeft haar vruchten afgeworpen. Lang leve de enthousiaste leerlingen uit groep 8! “Heeft u nog vragen?”, vraag ik hen, nieuwsgierig naar hun indrukken. “Nee, eigenlijk niet. We willen graag dat onze dochter naar uw school gaat.” Met een glimlach sluit ik mijn handen om mijn mok met schoollogo. Natuurlijk stel ik de vraag die ik altijd stel: ‘Wat heeft voor u de doorslag gegeven?’ Even kijken de ouders elkaar aan. “U heeft een prachtig gebouw, heel modern. Daar houden wij van.” Na een korte stilte vult de ander aan: “En deze school is christelijk. Dan krijgt onze dochter nog iets mee.”
Ik neem een slok van de veel te hete thee.

Een gesprek als dit is voor menig schoolleider herkenbaar. Ouders die na lang of kort wikken en wegen kiezen voor haar of zijn school. Ook al laten onderzoeken zien dat de levensbeschouwelijke identiteit van de school zeker niet altijd op de eerste plaats komt en dat veel andere factoren vaak doorslaggevend zijn, speelt het bij veel ouders wel degelijk mee dat de school christelijk, katholiek is. Helaas niet zelden met die ene zin eraan toegevoegd: ‘Dan krijgen ze nog iets mee.’

Wankel argument

Laat juist dit argument uiterst wankel zijn. Is de keuze van ouders voor de levensbeschouwelijke identiteit van de school terug te brengen tot die ene overtuiging: ‘Dan krijgen ze nog iets mee’? Of nog twijfelachtiger: ‘Het kan geen kwaad’? Is die motivatie de basis voor bijzonder-confessioneel onderwijs, van welke denominatie dan ook? Komt de kern van vrijheid voor onderwijs, van religieus geladen onderwijs, neer op die ene zin: daar krijgen ze nog iets mee?

Twee fundamentele kanttekeningen wil ik bij deze visie plaatsen. Ten eerste: mag er alsjeblieft iets meer waardering zijn? Veel meer dan in het ‘dan krijgen ze nog iets mee’ doorklinkt’.Die waardering moet er natuurlijk zijn voor het openbaar onderwijs. Ook de openbare school in de buurt is zeer rijk aan waarden: met bevlogen leraren, schoolleiders en bestuurders krijgen de leerlingen daar heel veel aan iets mee.

Inspiratiebron

Die waardering moet zeker ook gelden voor het bijzonder-confessioneel onderwijs. Die katholieke, die christelijke school is niet die ene plek waar de leerlingen nog iets meekrijgen. Het is maar de vraag of een bepaalde onderwijsinhoud exclusief voorbehouden zou moeten zijn aan de christelijke of de katholieke school. Misschien groeien scholen in hun aandacht voor religieuze onderwerpen en verhalen wel meer naar elkaar toe. Dan krijgen ze iets mee, op welke school dan ook.
Maar een katholieke of christelijke school, en eigenlijk elke school, is zoveel meer dan een verzameling onderwerpen die de leerlingen zich eigen maken. De kracht van een christelijke of katholieke school zit hem niet vooral in een set van specifieke inhouden, maar in de inspiratiebron die het onderwijs op die scholen tot dat bepaalde, waardenvolle onderwijs maakt.

De ziel van een school wordt gevormd door de leraren en leidinggevenden die zich dagelijks inzetten voor de ontwikkeling van hun leerlingen. Het gaat om de leerlingen, het draait om de professionals. We mogen toch hopen dat deze vakmensen hun motivatie ergens vandaan halen? Bij een christelijke en katholieke school kan en mag dit van alles zijn, maar in elk geval heeft dit alles te maken met de Bijbelse traditie. In al haar veelkleurigheid. Open en gastvrije armen bij de toelating van leerlingen en de aanname van collega’s, levensbeschouwelijke gesprekken met leerlingen op basis van gelijkwaardigheid, nieuwsgierige gerichtheid op de samenleving, het bijdragen aan een duurzame wereld, de aandacht voor de mens achter de leerling: laat deze keuzes voortkomen uit de Bijbelse verhalen.

Wat krijg je mee?

Een tweede kanttekening: de vraag over dat ‘iets’. Wat krijgen de leerlingen dan mee? Niet zelden krijg je dan de volgende antwoorden: normen en waarden, Bijbelverhalen, de christelijke feesten en rituelen, onze Nederlandse cultuur. En inderdaad: op veel scholen worden Bijbelverhalen met verve verteld, worden creatieve paas- en kerstvieringen georganiseerd. Veel leraren hebben hiervoor een gedegen opleiding gehad, zeker als ze een Diploma Christelijk Basisonderwijs [1] of de Akte van Bekwaamheid Godsdienst/Levensbeschouwing [2] hebben of – in het voortgezet onderwijs – de lerarenopleiding Godsdienst/Levensbeschouwing hebben afgerond. Die verhalen en feesten zijn een waardevol element van veel katholieke en christelijke scholen.

Maar dit ‘iets’ roept ook vragen op: moet je die concentratie op Bijbelverhalen en de christelijke cultuur wel alleen van een school verwachten? Als je als ouders dit alles zo belangrijk vindt, zijn er ook prachtige activiteiten in de kerk. En die kerk is vast niet heel veel verder van je huis verwijderd dan de school… Maar veel kerken lopen leeg. En wat doe je thuis aan dit ‘meegeven van iets’?

Daarnaast kunnen we ons ook afvragen waarom dat ‘iets’ zo op één enkele culturele en religieuze inhoud is gericht. Wat wil je dat leerlingen leren over en van andere tradities en bronnen? Mag dat ‘iets’ dus ook nog veelkleuriger?

Kritisch zijn

En tot slot van deze tweede kanttekening: Hoe komen die waarden en normen, die verhalen en feesten aan de orde? Past die manier bij jouw eigen levensbeschouwelijke en pedagogische overtuiging? Er zijn zoveel manieren om religieuze inhouden met kinderen aan de orde te stellen.

Laten we dus kritisch zijn op het gebruik van het begrip ‘iets meekrijgen’ als het gaat om bijzonder-confessioneel onderwijs.

Kan het zo zijn dat alle scholen goed onderwijs vanuit geleefde waarden in praktijk brengen? En ja, dat is zeker ook levensbeschouwelijk onderwijs dat je je kind graag gunt. Dat is niet het voornaamste onderscheid. De inspiratie maakt het verschil. Dat is niet iets. Dat is alles. En ja, daar mag je als ouder naar vragen. Op elke school.

Nieuwe reactie inzenden

Erik Renkema

adviseur identiteit
06 10 31 35 79

Lees ook

Erik Renkema
Erik Renkema