U bent hier

Raadpleging van ouders: een ‘moetje’?

Laat ik maar direct stellen dat het naar mijn idee bijzonder spijtig is dat de wetgever -bij scholenfusies en overdrachten van (delen van) scholen- een verplichte ouderraadpleging heeft opgenomen in de Wet Medezeggenschap Scholen. Begrijp me goed, ik ben zeer zeker niet tegen een waardevolle partnerschap tussen ouders en school. En ook niet tegen het raadplegen van ouders.

Wel wanneer het raadplegen van ouders nog meer tot iets juridisch, tot voorwerp van jurisdictie, wordt gemaakt.  Natuurlijk, de wetgever heeft de vorm waarop de ouders moeten worden geraadpleegd in zekere zin vrij gelaten. Maar het wachten is op de eerste uitspraken van de geschillencommissie. Net zo lang totdat er min of meer een gebruikelijke werkwijze is ontstaan, of totdat -na eventuele incidenten- de vorm weer verder wordt ingevuld door politiek en wetgever.

Leidt dit nu echt tot een stimulans om een passende eigen werkwijze te ontwikkelen?

Of juist tot afvinkgedrag en rituele dansen?

Tot zover, mijn zorg, als een zekere bijsluiter bij deze aanpassing in de WMS.

Wat mij betreft is het betrekken van ouders geen ‘moetje’.  En gaat het ook niet om zo ‘draagvlak te regelen’ voor een fusie.

En dat geldt, zo veronderstel ik, ook voor veel van onze leden. Op tal van onderwerpen gaan zij al de dialoog aan met ouders, wordt er gevraagd om mee te denken en soms ook om mee te beslissen.  Daar zijn mooie voorbeelden van.

En ja, dat gaat de ene keer beter dan de andere keer.

Maar ik zie hoe er wordt gehecht aan een waardevolle partnerschap[1] tussen ouders en school.

Het nu (verplicht) raadplegen van ouders, bijvoorbeeld wanneer twee scholen fuseren, zal hierin een plek moeten krijgen. Aansluitend op de traditie, visie en werkwijze van de school.

Dat betekent aan de ene kant zo veel mogelijk helderheid geven over wat de wet (wel of juist niet) voorschrijft, maar aan de andere kant vooral duidelijk zijn over:

  • Wat willen we zelf hiermee?
  • Hoe zien we elkaar, hoe serieus nemen we elkaars deskundigheid, betrokkenheid en belangen?

Bij de start van een onderzoekstraject naar een mogelijke scholenfusie worden deze vragen beantwoord. En er wordt hierover duidelijk  gecommuniceerd, zodat de verwachtingen telkens zo goed mogelijk zijn afgestemd.  In samenspraak met de beide medezeggenschapsraden.

 

[1] Het begrip ‘partnerschap’ heeft daarbij betrekking op zowel de betrokkenheid van ouders bij het leren van hun eigen kinderen (ook wel ouderbetrokkenheid genoemd), als op de ondersteuning die ouders de school bieden bij allerhande zaken, zoals leesouder/luizenouder zijn, meegaan met schoolreisjes en excursies, gastlessen verzorgen, eigen netwerken delen, lid van de (G)MR zijn etc. (ook wel ouderparticipatie genoemd). 

Nieuwe reactie inzenden

Dimitri van Hekken

adviseur governance, cultuur en organisatie
0348 74 44 29